Doktor Murke

"Het zou onzinnig zijn om oorlog voor de vrijheid van meningsuiting te voeren door te zwijgen.'

Toen ik dit zinnetje had gelezen legde ik de krant neer. Het was een artikel van Salman Rushdie, zijn verhaal van vier jaar gevangenschap, dat in verschillende kranten in de wereld is verschenen. Hoe zou ik het zinnetje hebben geformuleerd, dacht ik. Het is nu al een goede, heldere zin en de waarheid ervan raakt mij diep. Net als alle verstandige mensen sta ik onvoorwaardelijk achter Rushdie. Maar ik was afgeleid. Hoe zou ik het zeggen: ""Het recht om te spreken krijg je niet door te zwijgen'', zou dat niet beter hebben geklonken? Zwijgen, mijn gedachten dwarrelden voort op dat ene woord: zwijgen. Ik zou graag eens een stukje willen schrijven over het zwijgen, en ineens dacht ik aan schlagers.

Ik kan het uitleggen. Ik was zeventien toen mijn lerares Duits op de middelbare school probeerde uit te leggen wat schlagers waren. Ze was net uit Europa gekomen, en met groot enthousiasme was ze aan haar taak begonnen: zwarte kindertjes Duits leren lezen en spreken. Dat was ook al zoiets. Waarom kiest een jongen in een land dat omringd wordt door het Frans, het Engels, het Portugees en het Spaans, juist Duits op de middelbare school? Omdat we een vreemde taal mochten kiezen - en wat was nou vreemder dan Duits - en omdat mijn vader van mening was dat het de taal was van wetenschap en filosofie. Ik was op het atheneum in de grote stad terecht gekomen, in plaats van op de plaatselijke mulo, waar al mijn medeleerlingetjes van de landelijke lagere school naar toe waren gestuurd. Voor mij lag de geleerdheid in het verschiet, na het atheneum de universiteit, wat wil zeggen: Europa. Mijn vader keek vooruit, en hij besliste dat ik Duits zou leren.

Voor mezelf was er een belangrijker argument: de lerares Duits was mooi. En eigenlijk is dat niet helemaal het woord. Ze had een Europees soort vrouwelijkheid, vanwege haar Europese kleren - ze droeg altijd zachtgrijze tinten - en haar Europese manieren: in de pauze at ze bruin brood met kaas, uit een bakje, dat was heel bijzonder. En ze wist, met haar hese stem, prachtige verhalen te vertellen over dat verre continent waar we ons op voorbereidden. Bovendien had ze iets eerlijks. Ze vertelde niet, zoals de andere leerkrachten uit Europa, dat ze naar Suriname was gekomen met de missie zwarte kindertjes vooruit te helpen. Ze kwam gewoon voor het weer. De eerste dag bijvoorbeeld dat ze het klaslokaaltje betrad, dat niet veel meer was dan een barak met een vloer, een dak en gaas van ijzerdraad bij wijze van muren, keek ze naar buiten en vroeg ongelovig: en het blijft dus gewoon groen, het hele jaar door? We zwegen.

Wat schlagers zijn, leg dat eens uit aan een jongen in de tropen. Ze kreeg het niet uitgelegd, want ze kon of durfde niet voor de klas te zingen.

Hoe kwam ik op schlagers? Door het zwijgen en de Duitsjuf, die gek was op Heinrich Böll. Ze had een favoriet verhaal, dat ze een half jaar lang voor ons uiteenrafelde en waar ze alle mogelijke implicaties uit peuterde. Het was Doktor Murkes gesammeltes Schweigen. Een bizar verhaal over een psycholoog die bij de radio werkte. Doktor Murke was belast met de uitzending van voordrachten van grote intellectuelen in Duitsland. En Murke had twee obsessies. Hij hield ervan de geleerden te sarren die in de uitzendkamer van de studio zaten opgesloten. Vanuit de kamer van de technicus stelde hij ze bijvoorbeeld een vraag, en deed dan de luidsprekers uit als ze begonnen met een antwoord. Hij had de macht de meest geleerde mensen van Duitsland aan en uit te schakelen.

Zijn andere obsessie was het sparen van stukjes geluidsband. Als de geleerden lange lezingen hielden, wilden ze weleens even pauzeren, enkele seconden, om op adem te komen, of om te kuchen, of een slokje water te drinken. Die stukjes moesten eruit worden geknipt, en Murke nam alle snippers mee naar huis. Daar plakte hij ze aan elkaar en draaide de band af. Hij verzamelde het zwijgen van de grote geesten op aarde.

Wat wilde Heinrich Böll met dit verhaaltje zeggen, vroeg de lerares Duits. Dat je met bizarre verhaaltjes kinderen tot ver in het heetste der tropen kon lastig vallen? Ze lachte. Ze was niet volbloed blank en moest ergens een Chinese of Indische voorvader hebben. Een lichtgele, dunne huid, sluik haar, en zo gracieus in haar ethousiaste gebaren dat je vanzelf je best ging doen. Je zou kunnen zeggen dat Böll kritiek leverde op de intellectuelen, die aan de gewone mensen het zwijgen oplegden opdat ze zelf het woord konden voeren. En dat deden de intellectuelen zonder ook maar een moment te aarzelen. Zonder de stilte in acht te nemen, waaruit blijkt dat er wordt nagedacht, of dat er naar anderen wordt geluisterd. Als zo'n ogenblik van stilte in het spreken van intellectuelen was geslopen, moest dat eruit worden gehaald. Een stroom van woorden, achter elkaar, onophoudelijk beukend op het brein van de zwijgende meerderheid. Zwijgen is de grootste straf die er voor de intellectueel bestaat, en het was die straf die Doktor Murke hen oplegde.

Door een sympathiek beeld te geven van Murke leek Böll te willen zeggen dat Murke gelijk had. Het zwijgen van de intellectuelen was interessanter dan hun spreken. Waarmee gesuggereerd zou zijn - mijn Duitsjuf was op dreef - dat er in Europa zo langzamerhand een te veel aan vrijheid van meningsuiting was ontstaan. Het recht om te spreken was overgeslagen in de plicht om te babbelen.

Maar net als bij de schlagers kon ik mij er niets bij voorstellen. En terwijl de zon van twaalf uur genadeloos gloeide op de zinkplaten van het klaslokaaltje zocht ik naar weerwoord, dat ik niet vond.

Als dwangmatig babbelaar vond ik het buitengewoon aantrekkelijk om te gaan naar een wereld waar er een te veel aan vrijheid van meningsuiting zou bestaan. Suriname was, tenslotte, maar een autoritair landje waar gehoorzaamheid en zwijgzaamheid als deugden werden gepredikt en waar het stikte van machtswellustelingen als Doktor Murke.

Maar dat is het niet alleen. Mijn Duitsjuf en Heinrich Böll hadden ook om andere redenen ongelijk. Het bewijs vond ik in het artikel van Salman Rushdie. Wat Rushdie verloren heeft, sinds Khomeiny dat maffe doodvonnis over hem uitsprak, is precies die vrijheid om te babbelen. Om vrijelijk te associeren en van gedachte naar gedachte te dwarrelen, in plaats van te communiceren met zijn omgeving alsof hij een duur intercontinentaal telefoontje aan het plegen is. Daarom is zijn artikel in de krant, een wanhopig pleidooi voor zijn zaak, ook zo saai uitgevallen. Het is een panische monoloog geworden, zonder de kalmte van de vrijheid. Het is een verknipt verhaal, alsof Doktor Murke ermee bezig is geweest. En daarom kon het verhaal van een schrijver die ik zo zeer bewonder ineens mijn aandacht niet vasthouden. Juist omdat Rushdie krampachtig probeert niet af te dwalen, raak ik als lezer afgeleid. Wat ik Rushdie toe zou wensen is de vrijheid om weer mooie zinnetjes te maken, om zijn gedachten de vrije loop te laten, om toevallige ingevingen op te schrijven, en dan zien of daar iets boeiends uitkomt.

Wat ik van alle intellectuelen zou willen is dat ze de Doktor Murke in hun geest verbannen en vrijblijvend doorgaan met babbelen. Over Rushdie, en over het spreken en het zwijgen, en over goed klinkende zinnen, en over schlagers en over mooie leraressen Duits.