De zwijgers van toen willen nu graag praten

MOSKOU, 13 FEBR. Edoeard is ooit hoofdredacteur geweest. Hij heeft jarenlang de krant geleid die door het "Moskouse instituut voor transport-ingenieurs' werd uitgegeven. Nu brengt hij de post rond. Dag in dag uit trekt hij met de metro door Moskou om er her en der een pakketje van het persagentschap Interfaks bij de abonnees af te leveren.

Hij is niet de enige wat al te hoog gekwalificeerde "koerier' van Interfaks. Zijn collega Vsevolod, die in de avondploeg zit, is niets minder dan een telg uit een Pools adellijk geslacht. Zijn grootmoeder heeft er altijd op gehoopt dat hij "internationale journalistiek' zou gaan studeren. Hij heeft zijn loopbaan nu zien eindigen als veredelde postbode.

Zowel Edoeard als Vsevolod heeft deze maatschappelijke degradatie ten dele aan zichzelf te wijten.

Edoeard lust een glas en heeft daarom het tempo van de veranderingen de afgelopen jaren niet kunnen bijbenen. Toen de krant van de transportacademie wegens gebrek aan geld en belangstelling moest worden opgeheven, kwam hij er achter dat niemand om zijn journalistieke inbreng zat te springen. Hij was gewoon te oud om de knop om te zetten en had onvoldoende ambities om zich alsnog om te scholen in de nieuwe journalistieke cultuur die weliswaar niet bijster journalistiek is maar wel uitermate kritisch.

De reden dat Vsevolod (twintig jaar jonger dan Edoeard) nu door weer en wind moet baggeren, heeft een vergelijkbare achtergrond. Ondanks zijn nobele voorvaders is hij op school nooit echt uit de verf gekomen. Na zijn schooltijd werd hij niet toegelaten op het instituut voor buitenlandse literatuur, een voorwaarde om internationaal journalist te worden. Naar eigen zeggen wegens zijn slechte ogen. Maar wie hem een beetje kent, vermoedt dat er wellicht ook objectieve motieven in het spel waren. Bij gebrek aan beter koos Vsevolod derhalve voor een opleiding als boekhouder. Na zijn studie kreeg hij een baan op het ministerie van waterstaat. Afgelopen zomer werd hij daar ontslagen. Ook in Rusland begint de afslanking van de overheid bij de portier. Drie maanden heeft hij vervolgens werkloos rondgelummeld. Tot overmaat van ramp liep zijn vrouw, met hun twee kindertjes, in de tussentijd ook nog bij hem weg. “Niets aan de hand. Ik kon haar toch al niet meer verdragen”, zegt hij daar nu dapper over. Maar die reflectie heeft iets te maken met de koeriersbaan die hij bij Interfaks kon krijgen. Hoeveel hij er verdient weet hij niet. Het is “gewoon prettig dat je zo nog eens ergens komt”.

Beiden wensen desondanks niet zomaar "koerier' te zijn. Vsevolod blijft 's avonds altijd bij mijn deur dralen. Ogenschijnlijk om een blikje cola te bietsen. Maar in feite omdat hij een praatje wil maken over zijn heimelijke passie: de poëzie. Vsevolod schrijft 's nachts gedichten. Hij krabbelt ze in een schriftje en een kreukelig blocnote. De kwaliteit laat volgens kennissen die zijn onvaste handschrift kunnen lezen te wensen over. Het zijn oppervlakkige versjes over vrouwen en vriendschap, als een kluwen wol achter elkaar opgeschreven en met een licht ranzige ondertoon bovendien. Vsevolod hoopt niettemin op de grote ontdekker die ze zal publiceren.

Edoeard pleegt 's ochtends de situatie in stad en land uitvoerig door te nemen. “Ik heb geen pretenties”, zegt hij regelmatig. Om vervolgens haarfijn uit de doeken te doen hoe de wereld in elkaar steekt. Zijn tour d'horizon begint vaak in Moskou. “De meesten hier zijn helemaal geen Moskovieten. De helft van de stad bestaat uit hele of halve limitsjiki. De eersten hebben geen vestigingsvergunning voor Moskou en werken hier dus illegaal. De laatsten behoren tot de clans die in de loop van al die jaren als ambtenaren zijn meegekomen met Brezjnev, Gorbatsjov, Ryzjkov en nu Jeltsin. Maar één ding hebben ze gemeen: het zijn allemaal provincialen. Daarom is het hier zo'n puinhoop.” De beschouwing eindigt steevast in het Westen. “Jullie begrijpen niet waar het om gaat. Wij willen niets met jullie te maken hebben. Je gaat binnenkort naar Oezbekistan? Zo ondemocratisch zal het in Rusland binnenkort ook zijn. Jullie en zij in het Kremlin praten wel over buitenlandse hulp en investeringen. Maar eigenlijk wil niemand daar werk van maken. Jullie willen dat Rusland een klein, onbetekenend landje wordt. En onze machthebbers wensen jullie geld alleen maar als er geen voorwaarden aan worden verbonden. Die voelen er niets voor om jullie dollars in concrete projecten te steken. De doodlopende straat, waar Rusland zich nu in bevindt, is voordelig voor iedereen.”

Edoeard en Vsevolod: twee representanten van een nieuwe semi-dissidente klasse in het nieuwe anticommunistische Rusland. De hooggeschoolde en strijdende stokers of conciërges van weleer hebben plaatsgemaakt voor een minder intellectuele laag van middelbare werknemers die toen zweeg maar nu juist wil praten. Geluisterd wordt er niettemin nog steeds niet.