Charles Nypelsprijs voor grafisch vormgever Harry Sierman; Typografie dient de lezer te dienen

In Maastricht ontving grafisch vormgever Harry Sierman gisteren de derde Charles Nypelsprijs. “Mooie boeken zijn heilzaam voor de mensheid, ja, dat geloof ik wel.”

Op de houten vloer van zijn werkkamer in Amsterdam heeft grafisch vormgever Harry Sierman (1927) met plakbandjes een rechthoek afgebakend. Daarbinnen is met grote zorgvuldigheid een kleine selectie van zijn meest recente werk gerangschikt: de nieuwe herziene uitgave van de Koran, bijvoorbeeld, naast Kramers' woordenboek Latijn en de verzamelde gedichten van Hans Faverey. Pas na lang wikken en wegen heeft hij uit de veelheid aan boeken die hij in de afgelopen 25 jaar heeft vormgegeven, er 150 kunnen uitkiezen voor de expositie en publikatie die samen met een geldbedrag van 25.000 gulden, bij de Charles Nypelsprijs hoort.

Deze prijs, de grootste in Nederland op het gebied van boekverzorging en typografie, werd gisteren in Maastricht aan Harry Sierman uitgereikt. De twee eerdere winnaars waren 'boekkunstenaar' Dieter Roth en grafisch ontwerper Walter Nikkels. “Ik ben blij, dat door deze prijs, het licht valt op dat uiterst nederige, duistere, hobby-achtige werk dat achter boeken schuilt.”

Sierman is gespecialiseerd in de grafische vormgeving van bijzondere boeken. Hij heeft de uitgaven van Querido hun specifiek gezicht gegeven, al ontkent hij zelf ten stelligste dat hij een "stijl' zou hebben. Hij maakt ook dichtbundels, catalogi, jaarverslagen en programma's voor zonderlinge manifestaties (bijvoorbeeld een programmaboekje voor Freek de Jonge). Een van zijn lastigste projecten, waar hij twee jaar aan heeft gewerkt, was Battus' Opperlandse Taal- en Letterkunde (“nu, in de negende druk, is de tekst nagenoeg foutloos”). Voor drukkerij Nauta werkte hij nog langer aan de totstandkoming van de speciale uitgave Over de omgang met woorden, waarin ieder verhaal zijn eigen tekstletter, zetspiegel, korpsgrootte en afzonderlijk vormgegeven titel heeft. Sinds de uitverkiezing van de Best Verzorgde Boeken in 1983 nieuw leven in is geblazen heeft het werk van Sierman geen jaar ontbroken.

Hij komt uit een koopmansmilieu. Zijn grootvader was marskamer, zijn vader handelde in "bonneterie', dat wil zeggen gebreid damesgoed. “Het kostte moeite hem ertoe te overhalen, mij naar de Kunstnijverheidsschool te laten gaan, de voorloper van de Rietveld Academie. Nadat ik in 1947 mijn diploma had behaald heb ik een jaar of twee in de reclame gewerkt, maar als snel kwam ik tot de conclusie dat ik het beste alleen kon werken. Dat is altijd zo gebleven.”

Het werken doet hij op de zolderverdieping van een achterhuis aan de Amsterdamse Keizersgracht. Het uitzicht op de tuinen tussen de huizen kent hij als zijn broekzak: op de eerste maanden van zijn leven na heeft hij altijd in dit pand of het huis ernaast gewoond. Bij de jurering voor de Charles Nypelsprijs merkte collega Anthon Beeke als grap op: “Harry is de enige vormgever die ik ken, die zijn opdrachtgevers kiest op hun bereikbaarheid met de fiets.”

Sierman is er heilig van overtuigd dat typografie de lezer dient te dienen. “Ik voel me geen kunstenaar. Mijn werk als vormgever heeft veel meer een sociale functie, mijn taak is om de inhoud van een boek zo goed mogelijk voor de lezer open te leggen. Van mij wordt niet verwacht dat ik waanzinnige dingen met lettertjes uithaal. Het vak van grafisch vormgever is aan strenge praktische eisen onderhevig: tijd, geld, doelgroep. Ik heb ook geen moeite met de vage anonimiteit waarin mijn werk zich afspeelt. Het zou hovaardig zijn om dit soort diendende werkzaamheden in verband met kunst te brengen. Wanneer ik geen opdrachten heb, doe ik ook niets.”

Perfectionist is hij zeker. Het stoort hem bijvoorbeeld dat op de stofomslag van Favereys dichtbundel, de tekst vijf millimeter uit het midden staat omdat het boek in de produktie dunner werd dan gepland. “Dit is maatwerk: voor elke titelpagina vind ik opnieuw het wiel uit. Aan drie regels, nee, aan één regel kun je al zien of een tekst goed gezet is of niet. Maar het is een uiterst kleine elite die dat ziet, of die zich daar überhaupt voor interesseert. Uiteindelijk is de interesse van de lezer maatgevend. Bij hooguit een enkeling speelt het uiterlijk van het boek een rol in de leeservaring.”

Aandrang om zelf vrije kunst te maken, of om zelf een nieuw type letter te ontwerpen, heeft Sierman dan ook niet. “Er zijn al zo'n zeshonderd lettertypes, dat is toch genoeg? Maar de specifieke schoonheid van een kolom tekst: die blijkt een leven lang te kunnen boeien.” Buiten de kringen van vakgenoten zijn het volgens Sierman vooral dichters die begrip hebben voor deze zaken, dichters en schrijvers, omdat de taal hun voertuig is. “Veel dichters hebben zelf ook een pers thuis staan. Literatuur is de beste ingang tot de typografie.”

“Het omgaan met schrift heeft een heiligende werking. Het maakt je serieuzer, je moet nadenken. Boeken, vooral mooie boeken, hebben iets aan de mensen mee te delen waar ze anders geen kennis van zouden nemen.”