Bloesem

En de zang van vlaamse gaaien. Van vlaamse gaaien is vooral het krijsen bekend. Dat maakt dit zingen, bovendien in groepsverband, tot een delicate verrassing.

We staan stil in het bos. De vogels zijn verborgen in bomen achter andere bomen. Alleen dus het geluid: melodieus en transparant, een soort bloesem van gepruttel. Net of ze met een rietje in het badwater zitten te blazen.

We luisteren. We wachten. We zeggen: mooi is dat. En dan is de betovering verbroken. De vogels gaan door, maar wij ook.

Later betreden we vanuit het grauwe bos een mistig heideveld. Daar vliegen vlaamse gaaien op. De ene slaakt een rauwe kreet, de andere kekkert als een roofvogel.

Havik?

Rob Bijlsma knikt. “Dat is ongetwijfeld de bedoeling. Het klinkt alleen wat zwak, een havik in de verte.” Hij zou er niet intuinen, “Maar”, zegt hij, “het miauwen van een buizerd kunnen ze perfect.”

Waarom doen ze dat? Waarom eigenen ze zich andermans geluiden toe? Heeft het, zoals een bioloog zou willen weten, een functie? Of is het voor de lol? Een onschuldige manier om je te verstaan met de raadselen van het leven?

De havik-imitatie van een vlaamse gaai heeft zeker iets sinisters. Hier in Drenthe eindigen zes van de tien vlaamse gaaien in de maag van een havik.