Bettino Craxi en het verdriet van Italië; Het demasqué van pokerface

Bewonderd wegens zijn daadkracht, verketterd om zijn arrogantie. Bettino Craxi was niet de politicus van het gemiddelde soort. Dat zijn partij op grote schaal steekpenningen aannam, viel hem niet verwijten, aldus de leider. Dat doen immers alle partijen. Toch ging zijn val als leider van de Italiaanse socialisten, afgelopen donderdag, gepaard met een donderend geraas. Portret van een speler die niet wilde weten dat de partij al verloren was.

Voor sommige mensen bestaat Bettino Craxi al niet meer. In een voorschot op zijn aftreden als partijleider, donderdagavond, heeft de redactie van de Italiaanse Wie is wie laten weten dat hij zal ontbreken in de editie van dit jaar. Het naslagwerk is alleen voor nette mensen.

Het is een beschamend einde voor iemand die meer dan een decennium lang de Italiaanse politiek heeft beheerst. Craxi werd bewonderd wegens zijn daadkracht, imponeerde met zijn forse gestalte en glimmend hoofd, charmeerde met zijn glimlach. Hij heeft veel mensen geërgerd met zijn arrogantie, zijn driftaanvallen en soms zijn drammerigheid. Zijn gewoonte om lange pauzes te houden tussen zijn zinnen is door honderden gesprekspartners vervloekt. Maar wat lang heeft overheerst was het beeld van Craxi als de vernieuwer, de belofte.

Nu symboliseert Craxi het verdriet van Italië. Terwijl christen-democratische partijleiders als Giulio Andreotti en Arnaldo Forlani discreet door de zijdeur zijn afgevoerd, moest Craxi spartelend van het toneel worden getrokken omdat hij van geen wijken wilde weten. En nog roept hij dat degenen die hem van corruptie durven te beschuldigen, exhibitionisten zijn, mensen die het imago van Italië kapotmaken. Hij wordt uitgefloten als hij partijkantoor in Rome aan de via del Corso binnengaat. De eigenaar van het gebouw, de sociale verzekeringskas INPS, wil de partij eruitzetten omdat ze de huur niet betaalt - de legendarische woede van Craxi vreest niemand meer, want zoals ex-communist Massimo D'Alema glimlachend opmerkt: ""Craxi staat met een leeg pistool''. Vijf keer zijn de carabinieri bij hem langs geweest met de formele mededeling dat hij van corruptie wordt verdacht. Veel van zijn voormalige aanhangers voelen zich bedrogen. De man die de politiek zou vernieuwen, is het symbool van het oude regime geworden.

Jakhalzen

Craxi zelf heeft het gevoel dat hij als zondebok wordt gebruikt. Ook hij voelt zich verraden. Door coalitiepartners die hem laten vallen, door partijgenoten die gaan zwijgen als hij in de buurt is, door ex-minister Claudio Martelli, jarenlang door hem gekoesterd als zijn politieke erfgenaam, maar nu een van zijn grootste tegenstanders, ook nadat Martelli woensdag uit de partij is gestapt. Niemand heeft dat gevoel van verraad beter uitgedrukt dan zijn vrouw, Anna. ""En dan te weten dat Claudio de enige was die het zich in mijn huis kon veroorloven de keuken in te lopen en de ijskast open te doen.''

Maandenlang heeft Craxi, wankelend, geprobeerd overeind te blijven door te dreigen en te schelden. De mensen die hem bleven beschuldigen, waren "jakhalzen'. Een partijbestuurder die is gaan praten, is ineens een "halve gare'. Als liberale parlementsleden pleiten voor bezuinigingen, zijn het "eunuchen'. Als mensen hem niet aanstaan steekt hij pink en wijsvinger omhoog, het uiterst beledigende corna-teken dat Italianen maken naar hoorndragers. Het past in zijn karakter: arrogant, prikkelbaar, opvliegend. Zijn driftaanvallen zijn legendarisch en tot zijn vele kwaliteiten behoort niet de kunst van het gratieus verliezen.

Midden vorig jaar vraagt Craxi zich hardop af waarom niemand die lastige Milanese rechters tot de orde roept - zelf heeft hij als premier een potentieel belastend onderzoek in de kiem gesmoord. In augustus schrijft hij in het partijblad Avanti! een aanzwellende reeks artikelen waarin hij opzienbarende onthullingen belooft over banden tussen een van de rechters en een van de verdachten - het spat als een zeepbel uit elkaar. Als de Milanese justitie onverschrokken haar werk blijft doen en de ene aanklacht na de andere uitgeeft, zegt Craxi dat ze "fascistoïde neigingen' heeft. Na een spervuur van aanklachten eind vorige maand spreekt Craxi van "een poging tot staatsgreep' door de rechters.

De kranten en journaals melden deze uitbarstingen trouw, maar met een steeds grotere bevreemding. Het lijkt of Craxi het contact met de werkelijkheid heeft verloren. De politicus die een meester is in het onderkennen en benutten van kleine verschuivingen in de byzantijnse partijpolitiek, blijkt blind voor wat er in de samenleving aan de gang is. Craxi is al jaren niet meer op het achterbalkon van de tram gezien. Hij merkt niet hoe groot de roep om verandering is, hoe hard het applaus voor het optreden van de rechters. En niemand durft het hem te zeggen. Slecht nieuws is nooit welkom geweest bij Craxi. Een socialist is optimist. Bovendien heeft zijn autoritaire optreden de discussie binnen de partij gesmoord, want Craxi luistert per definitie liever naar zichzelf dan naar anderen. Craxi was de baas, Craxi had altijd gelijk, ook als hij het verkeerd zag.

Voor de socialistische leider is het hele corruptie-onderzoek één groot complot. ""Ze proberen mij politiek te vermoorden.'' Het doel ""is niet de corruptie aan te pakken, maar de PSI te criminaliseren.'' Hij omschrijft zichzelf als het slachtoffer van de grootste politieke heksenjacht die Italië ooit heeft gekend. ""Het is moeilijk om in de geschiedenis van onze republiek - en zelfs daarbuiten - precedenten te vinden voor de campagne van persoonlijke en politieke agressie tegen mij,'' zegt hij. Als de politie het partijkantoor doorzoekt, roept hij: ""Zelfs onder Mussolini gebeurde zoiets niet.'' Af en toe komt hij met de "bewijzen' van zijn complot-theorie. Eind vorig jaar praat hij over een mysterieuze Fiat Uno die achter hem aan rijdt. Begin deze maand vraagt hij met veel ophef een onderzoek naar zes inbraken bij hem en bij familieleden. Vooralsnog is het suggestie, hersenschimmen van een politicus onder druk, die last krijgt van vervolgingswaan.

Piazza del Duomo

Al een paar maanden lang is het standaardantwoord van Craxi op de beschuldigingen: ik weet van niets, als er iets is gebeurd had ik er niets mee te maken en in ieder geval is dit niet alleen een vergissing, maar ook onderdeel van een complot tegen mij. Het lijkt een verloren strijd. Steeds meer partijgenoten komen met concrete voorbeelden over de manier waarop Craxi zich direct heeft bemoeid met financiële zaken. Het laatste stukje van Craxi's verdedigingslinie is deze week weggevaagd door architect Silvano Larini, een vertrouweling van Craxi die ervan wordt verdacht de grote smeergeldaffaires in Milaan te hebben begeleid. Larini heeft verteld dat hij in de periode 1987-1991 rond de elf miljoen gulden aan smeergeld heeft opgehaald en dat heeft afgeleverd op het kantoor van Craxi in Milaan, aan de piazza del Duomo. Ik heb het geld steeds achtergelaten in de kamer naast die van Craxi, heeft Larini gepreciseerd.

De socialistische leider heeft nog een tweede verdedigingslinie. In juli, toen het smeergeldschandaal nog beheersbaar leek, heeft hij een generaal pardon voorgesteld voor de partijen. Als iedereen iets verkeerds doet, is het niet strafbaar meer. Hij erkende dat er ""een netwerk van grote en kleine corruptie'' bestaat en dat een groot deel van de steekpenningen door de politieke partijen is gebruikt, voor congressen, verkiezingscampagnes, kantoren. De socialist Vincenzo D'Urto, die op de administratie van de partij heeft gewerkt, heeft deze maand voorgerekend dat van de zeventig miljard lire (volgens de pre-devaluatiekoers ongeveer honderd miljoen gulden) die de partij jaarlijks nodig had, zeker dertig miljard uit steekpenningen kwam. Craxi zei in juli: ""We moeten zeggen, en iedereen weet dat, dat een groot deel van de financiering van de partijen onrechtmatig of illegaal is. De partijen hebben hun toevlucht genomen tot deze aanvullende inkomsten en doen dat nog steeds. Als een groot deel van deze materie als puur crimineel wordt beschouwd, dan zou een groot deel van het systeem crimineel zijn.''

Volgens Craxi is dat per definitie ondenkbaar. Hij omschrijft de kritiek op de betrokken partijen als een poging de democratie te ondermijnen. Het is een geheel eigen logica, niet vreemd aan een autoritaire persoonlijkheid: een democratie heeft partijen nodig, en daarom valt wie de partijen kritiseert, ook de democratie aan. De politici volgen hun eigen moraal, is Craxi's boodschap. Overigens zal hij zijn uitspraak uit juli betreuren dat iedereen weet dat de partijen voor een deel leven van smeergeld. De Milanese onderzoeksrechters hebben die hartekreet dankbaar geciteerd.

De meeste reacties van Craxi hebben een ondertoon van irritatie: waarom ik, waarom niet de andere partijleiders? Niemand twijfelt eraan dat de christen-democraten, de andere grote regeringspartij, net zo corrupt waren. Maar het onderzoek is bij socialisten begonnen en waarschijnlijk zijn de Milanese rechters daardoor het eerst bij de top van die partij terechtgekomen.

Steeds vaker valt nu de naam van prominente christen-democraten. De financiële man van de partij, Severino Citaristi, kreeg woensdag de politie aan de deur met een negende formele beschuldiging van corruptie. Maandag is voor het eerst ex-partijleider Arnaldo Forlani in verband gebracht met een corruptie-affaire. Dezelfde dag kreeg ook de Romeinse partijbaas Vittorio Sbardella - een voormalige geestverwant van ex-premier Giulio Andreotti die onlangs nog cynisch zei dat de mensen de smeergeldschandalen snel weer zullen vergeten - van de Milanese rechters te horen dat hij wordt verdacht.

Fraaie vriendinnen

Craxi is inderdaad een slachtoffer, zegt de Milanese commentator Indro Montanelli, maar dan een slachtoffer van zichzelf. Van zijn koppigheid, van zijn onvermogen om te erkennen dat hij iets verkeerds heeft gedaan. Dezelfde man die de partij heeft grootgemaakt en een spilfunctie heeft gegeven, dreigt haar nu mee te sleuren in zijn ondergang. De partij is gekelderd in de kiezersgunst en is het mikpunt van spot en wrede grappen. Op het station in Milaan klinkt het ding-dong voor een oproep: ""Willen de socialisten die de trein naar Rome hebben gepakt, die onmiddellijk terugbrengen naar Spoor 4?''

"Socialist' staat nu voor iemand die op een verdachte manier in recordtijd rijk is geworden. Mario Chiesa, de Milanese socialist met wie het smeergeldschandaal is begonnen, heeft behalve zes jaar cel een boete gekregen van zes biljoen lire, ongeveer 7,5 miljoen gulden. En Chiesa was nog maar een kleine jongen. Een mariuolo, zo noemt Craxi hem in een woordspeling op zijn naam, een kwajongen.

De hoofdrolspelers in het smeergeldschandaal hebben luxe jachten, een handvol buitenhuizen, fraaie vriendinnen. Giovanni Manzi, een goede vriend van Craxi, ex-partijleider in Milaan en daarna directeur van de Milanese luchthavens, is na zeven maanden voortvluchtig te zijn geweest opgespoord in de Dominicaanse republiek. De Corriere della Sera interviewde hem daar in zijn prachtige villa en zag hoe hij zich te goed deed aan tropische cocktails en kreeft. Manzi is vorige maand uitgeleverd.

Architect Silvano Larini, die begin deze maand uit eigen beweging is teruggekomen naar Italië, bracht de helft van het jaar door op zijn exclusieve villa's in Sardinië en Polynesië. Ook hij is een man van het goede leven. In een verwijzing naar Anna Craxi's verwijt naar Martelli zei hij: ""Ook ik mocht de ijskast openmaken in huize Craxi, net als Claudio. Maar hij haalde er wat uit, terwijl ik er champagne in legde.''

Eerst leven

De jaren van de champagne, van het feest, van Craxi als de grote belofte voor Italië zijn de jaren tachtig. Dan oogst Craxi wat hij in 1976 in gang heeft gezet, als hij de macht binnen de partij overneemt met een beroemd geworden motto: primum vivere, eerst leven. We moeten aan onszelf denken, aan de opbouw van de partij, is Craxi's boodschap.

In die tijd spelen de socialisten tweede viool. De politiek wordt beheerst door christen-democraten en communisten en de kleine socialistische partij dreigt verpletterd te worden tussen deze twee kolossen. Maar Craxi vernieuwt. Hij zweert de restanten van het marxistisch ideologische erfgoed af en vervangt de hamer en sikkel als partijsymbool door een anjer.

De partij wint aan kracht en invloed, ook doordat zij steeds duidelijker met één mond gaat spreken, die van Craxi. Interne critici worden uitgerangeerd en Craxi profileert zich als de vernieuwer die zich keert tegen het onder één hoedje spelen van de twee grote tegenstrevers. ""De PSI was in onze ogen de enige politieke groepering die in staat was echte oppositie te voeren in het parlement,'' herinnert Alberto Martinelli zich, hoogleraar politieke wetenschap en een van de Milanese intellectuelen die zich begin jaren tachtig vol enthousiasme aansloten bij de "nieuwe' PSI. De partij wordt het referentiepunt en de hoop voor een toonaangevende progressieve middenklasse.

De toverformule van Craxi is de lange golf. Een gestage stijging van de socialistische aanhang moet deze partij groter maken dan de communisten, zoals onder Mitterrand in Frankrijk is gebeurd. Daarna is een linkse coalitie mogelijk, vanzelfsprekend onder leiding van Craxi. De weg naar die groei loopt langs de christen-democraten, die de PSI nodig hebben om te kunnen blijven regeren.

Sleutelpartij

In de eerste jaren lijkt die strategie te slagen. Van een partij in de verdrukking wordt de PSI de sleutelpartij. Craxi kan eisen gaan stellen. De socialisten kijken de kunst af van de christen-democraten en vechten zich binnen op sleutelfuncties in de omvangrijke staatssector van de economie - en eisen, naar nu blijkt, ook hun deel van het smeergeld.

Craxi's triomf komt als hij in 1983 premier wordt, de eerste socialistische premier sinds de oorlog, en het land een periode van bijna vier jaar politieke stabiliteit kan bieden. Hij krijgt de bijnaam "de Duitser' omdat hij besluiten durft te nemen. De politieke tekenaar Forattini geeft Craxi een zwart hemd en laarzen, omdat de socialistische leider volgens hem dezelfde combinatie van dadendrang en autoritair optreden heeft als de fascistische dictator Benito Mussolini, ooit ook een socialist.

De sfeer van die jaren is er een van euforie. Craxi creëert in zijn machtsbasis Milaan een eigen hofhouding: opkomende ondernemers als mediamagnaat Silvio Berlusconi en de steenrijke projectontwikkelaar Salvatore Ligresti, mode-ontwerpers als Trussardi, Ferré, Krizia en Versace, regisseurs als Lina Wertmüller en Vittorio Gassman, zangers als Claudio Villa en Edoardo Bennato, een hele groep andere kunstenaars en intellectuelen, en een onuitputtelijke voorraad mooie fotomodellen. Bijna allemaal ""dwergen en ballerina's'' zegt ex-minister Rino Formica nu spottend. Maar in die tijd waren het de mensen die Italië een nieuw gezicht gaven. De bedrijven hebben ingrijpend gesaneerd en plukken daar nu de vruchten van. Italië maakt een boom door en Craxi brengt een triomfantelijk bezoek aan de Milanese beurs, als om te zeggen: dit heb ik allemaal gedaan. Made in Italy staat voor mode en design, niet voor mafia en corruptie. In 1987, als Craxi vier jaar premier is geweest, praat iedereen over een nieuwe Renaissance in Italië, met Craxi in de rol als een eigentijdse Lorenzo De' Medici.

Achteraf gezien is er veel, te veel, niet gebeurd in die periode. De overheid verzuimt het voorbeeld van de industrie te volgen en ingrijpend te saneren, in bureaucratie, sociale zekerheid en staatsbedrijven. De politieke vernieuwing hapert en samenwerking met de christen-democraten lijkt doel te worden, niet middel. Waarschuwingen over de groeiende corruptie worden in de wind geslagen. ""Milaan heeft zijn solide grijze, introverte en lutherse ziel verkocht in ruil voor vier ateliers van knopenaanzetters, vier lokalen van de nouvelle cuisine, vier kletspraatjes over modernisering,'' schrijft de linkse humorist Michele Serra.

Maar de glimlach van Bettino Craxi, waarachter veel venijn kan schuilgaan, wordt steeds zelfverzekerder. Zijn kantoor in Milaan en zijn appartement in hotel Raphaël achter piazza Navona in Rome zijn in de jaren tachtig verplichte stops voor iedereen die wil meetellen. Craxi is in die periode onbetwist de belangrijkste politicus van Italië.

Staalfabriek

In 1989 komt de apotheose van de socialistische zelfverheerlijking. Op een partijcongres in Milaan, in een hal van de voormalige staalfabriek Ansaldo, zet image-builder en architect Filippo Panseca een acht meter hoge piramide neer, en vanuit deze driehoek spreekt een elektronisch vergrote Craxi als God de Vader de partijgelovigen toe.

Achter die megalomane vertoning gaan groeiende problemen schuil. Na de verkiezingen in 1987 begint Craxi tijd te rekken. Geef de kans aan een christen-democratische premier, veroorzaak op zijn tijd een crisis, en dan komt vanzelf mijn tijd weer, zo lijkt hij te redeneren. Ook als de communisten van naam veranderen en een vernieuwingsproces beginnen, blijft hij samenwerking afwijzen. ""Craxi begon te geloven dat de band met links van ondergeschikt belang was, omdat de partij al een invloedrijke positie had. Dat was een historische vergissing,'' zegt Rino Formica.

Volgens Martelli heeft Craxi zich laten inpalmen door de christen-democratische leiders Giulio Andreotti en Arnaldo Forlani, met wie hij in 1989 zo'n hecht pact sluit dat de media gaan spreken over de CAF, naar de drie voorletters. ""Craxi zat vastgekleefd aan de regenjas van Arnaldo Forlani, een man voor wie "verandering' het werk van de duivel is,'' aldus Martelli. Bovendien weigert Craxi iets te doen tegen de grote groep politieke goudzoekers die lid wordt van de partij. In ruil voor Craxi's absolute macht in de nationale politiek mogen zij hun gang gaan op lokaal niveau en bij de staatsbedrijven. Iedereen die stemmen binnenbrengt, is welkom. Veel van deze nieuwkomers zijn terug te vinden in de arrestatielijsten van de Milanese justitie.

Op het partijcongres in de zomer van 1991 in Bari komen sommige van deze problemen naar buiten. Voor het eerst wordt Craxi intern onder vuur genomen. De tv toont een zwaar zwetende partijleider in hemdsmouwen. De discussie in de media gaat over de vraag of Craxi in die broeierige hitte wel een interlockje had moeten aandoen onder zijn overhemd, maar dat is een metafoor voor het feit dat steeds meer partijleden constateren dat niet alles wat Craxi doet, welgedaan is. Hij heeft dan net zijn eerste grote uitglijer achter de rug, de oproep aan de kiezers om niet te gaan stemmen bij het referendum over politieke hervormingen om het zo ongeldig te maken. De kiezers komen toch en zeggen massaal, met 96 procent, "ja' tegen de politieke vernieuwing die Craxi probeert tegen te houden.

Ondanks de groeiende kritiek begint Craxi verwachtingsvol aan 1992. Het moet zjn jaar worden. In april zijn er verkiezingen en hij wil daarna kiezen tussen het premierschap of het presidentschap. In de campagne is zijn economische programma, achteraf gezien, verdacht: meer openbare werken, kalmpjes aan met de privatisering, twee punten die helpen de stroom steekpenningen gaande te houden.

In februari begint de affaire Schone Handen, zoals het smeergeldonderzoek heet, maar de ware omvang wordt pas na de verkiezingen duidelijk. Craxi, de grote pokeraar, verliest keer op keer. Geen president. Geen premier. Geen steun voor zijn voorstel voor een generaal pardon voor corrupte politici. Geen lange golf, maar een grootschalige kiezersvlucht. En nu: geen partijleider meer.

In de jaren tachtig heeft Craxi veel voor Italië betekend. De manier waarop hij nu van de speeltafel moet worden verwijderd, laat zien dat hij één eigenschap van een echte speler mist: Craxi weet niet wannneer het spel uit is. Hij was al blut toen hij nog eens wilde inzetten.