BARRY HUMPHRIES; De heer die Dame Edna is

More please. An autobiography door Barry Humphries 336 blz., geïll., Viking 1992, f 58,50 ISBN 0 670 84008 4

Barry Humphries was al een eindweegs in de dertig, toen hij nog steeds zijn draai niet had gevonden. Goed, hij had toneel gespeeld, de hoofdrol in een musical vertolkt, sketches geschreven voor de BBC en in zijn geboorteland Australië enig succes geboekt met een one-man-show, waarin hij onder meer een groteske persiflage opvoerde van een huisvrouw uit de middenklasse van Melbourne. Maar erg ver had hij het naar zijn gevoel nog steeds niet geschopt. En nu, halverwege de jaren zestig, schreef hij de teksten voor een strip in het satirische blad Private Eye: de avonturen van een luidruchtige Australiër in Londen. Barry McKenzie heette dat personage. Het was niet onbloot van autobiografische elementen.

""Net als Barry, op zijn dwaaltocht door de kruiende moraal van de jaren zestig, had ik het gevoel dat ik me altijd aan de periferie van "de actie' bevond, in afwachting van de dingen die zouden gebeuren,' herinnert Humphries zich in zijn autobiografie More Please, ""En eveneens als Barry dronk ik altijd juist te veel in situaties waar het waarschijnlijk veel verstandiger was geweest om helemaal niets te drinken. Het was op dat moment een therapeutische ontsnappingsmogelijkheid voor me om met verachting te schrijven over de aanstellerijen en de excessen van de poor old Poms, de brave burgers van Australië, bij wie ik, Barry Humphries de kunstenaar, niet in staat was geweest mezelf geliefd te maken.'

Nog ruim tien jaar lang is Humphries, te veel drinkend, aan de kantlijn blijven staan - niet wetend of zijn carrière ooit nog enige vlucht zou nemen. Niet meer werkelijk welkom was hij bij de poor old Poms die hij in zijn shows al te hardhandig op hun potsierlijkheden had gewezen, en ook niet echt behorend tot de roemruchte generatie van Engelse satirici die Monty Python en meer van zulk fraais voortbrachten.

De malaise duurde tot hij, op 16 maart 1976, opeens de vermomming vond die hem uiteindelijk zijn internationale roem zou verschaffen. Housewife! Superstar! heette de voorstelling die op die avond in première ging in het Apollo Theatre in Londen. En op de affiches stond het hoofd van een dominante dame met een flamboyant kapsel, een vlinderbril met diamantjes en een vette grijns tussen haar overdadige oorknoppen. Ze bleek zich Dame Edna Everage te noemen.

ZONDGMIDDAG

Humphries' ""eerste en favoriete' kindermeisje, thuis in een groene buitenwijk van Melbourne, heette Edna. Zijn vader had een bloeiend aannemersbedrijf en reed rond in een Oldsmobile als teken van zijn welvaart. Op zondagmiddag maakte het gezin autotochtjes, bij voorkeur langs de villa's die vader Humphries had gebouwd - en de villa's die hij niet had gebouwd, maar had willen bouwen.

De wereld waarin de kleine Barry opgroeide, was protestants en middle class. Op de eerste kinderfoto's ziet hij eruit als een kleine lord, een nuffig kereltje met bolle wangetjes dat verzot was op verkleedpartijen en ook zijn schooluniform met flair wist te dragen. Op school speelde hij mee in toneeluitvoeringen (zijn grootste succes was een vrouwenrol) en schreef hij gedichten met pacifistische inslag.

Als puber flirtte Humphries korte tijd, eind jaren veertig, met het communisme. Hij kocht het Communistisch Manifest en vond het weliswaar onleesbaar, maar merkte al snel dat het zijn omgeving schokte als hij zichzelf communist noemde. Dat beviel hem. ""Ik ontdekte dat er een bijzonder genoegen en een zekere mate van opwinding te ontlenen waren aan het schokken van mensen. Ik vermoed dat een schooljongen, die in feite volkomen machteloos was, daaraan de illusie van macht kon ontlenen.'

Na zijn eindexamen bleef Humphries nog langdurig toegewijd aan het schokken van zijn omgeving. Duchamps, Schwitters en de andere dadaïsten waren zijn helden. Samen met een paar vrienden wierp hij zich vol hartstocht op het ontregelen van andermans bestaan. Bijvoorbeeld door zich te verkleden als een zwerver en uitvoerig in een vuilnbisbak bij een bushalte te staan rommelen. Vooraf hadden ze onderin die bak een gebakken kip en een fles champagne verstopt, zodat de zwerver triomfantelijk sabbelend aan beide vondsten zijn weg kon vervolgen. Zelfs als een slimmerik op de bushalte zich zou realiseren dat het hier om doorgestoken kaart ging, schrijft Humphries nagenietend, dan nog zou die geplaagd worden door de vraag naar het waarom. En die vraag bleef onbeantwoord.

Een andere dadaïstische practical joke betrof het uitspreiden van de inhoud van een blikje Heinz aardappelsalade met mayonaise op het trottoir, zodanig dat de gemiddelde passant onmiddellijk dacht: dit is braaksel. Zodra er voldoende voorbijgangers waren, haalde Humphries een lepel uit zijn zak en begon de afzichtelijk ogende drab op te peuzelen. Het doet verbazingwekkend veel denken aan de Amsterdamse honden die eind jaren zestig de indruk wekten dat ze zich te goed deden aan hun eigen drollen - omdat Wim T. Schippers vooraf een hondenlekkernij tot drol had gekneed en zich op een afstandje stond te verkneukelen om de verwarring.

PESTKOP

Barry Humphries groeide, kortom, uit tot een als kunstenaar vermomde pestkop. Zijn eerste expositie, in een kleine galerie in Melbourne, bestond uit ""opzettelijk infantiele' sculpturen, veelal vervaardigd uit niet-houdbare materialen als cake en vlees. Zo maakte hij "cakescapes': slagroomtaartjes, fruitgebak en andere zoetigheden geplet tussen twee glasplaten. De sculptuur "Creche-bang' bestond uit een kapotte kinderwagen, behangen met rauw vlees, en "Pus in Boots' was een creatie van twee oude schoenen gespijkerd op een stuk hout en overvloedig overgoten met custard.

Maar de schoorsteen kon er niet van roken. Langzaam begon bij Humphries het besef te groeien dat zijn ouders altijd gelijk hadden gehad: men kon nu eenmaal geen bestaan opbouwen op basis van iets waarin men plezier had. Er moest dus een baantje worden gezocht. Zijn eerste betrekking, bij de platenmaatschappij EMI, vertoonde uitgesproken dadaïstische trekken; dag in dag uit moest hij 78-toeren-platen stukslaan, omdat de muziek voortaan op 33 en 45 toeren zou ging draaien. Uiteindelijk werd hij uit zijn lijden verlost door een rondreizend theatergezelschapje dat hem de kans bood mee op tournee te gaan.

Een groot acteur bleek Humphries echter niet te zijn. Zijn grootste successen oogstte hij als hij in de bus, de ochtend na de voorstelling, een imitatie ten beste gaf van het dankwoord dat op zulke avonden gewoonlijk werd gesproken door de voorzitster van de Huisvrouwenraad of soortgelijke damesorganisaties. ""Ik kakelde op de achterbank van de bus een eind weg, dankbaar dat ik de acteurs die ik 's avonds deed rillen van afkeuring, overdag tenminste kon amuseren.' Een paar maanden later, toen een van die acteurs hem suggereerde dat typetje op de planken te zetten, kreeg de Australische huismoeder met culturele pretenties een naam. Voortaan heette ze Edna Everage.

Als prototype van zo'n ietwat pedant en dominant vrouwspersoon uit de buitenwijken van Melbourne was Edna, halverwege de jaren vijftig, meteen een succes. Althans: in Melbourne. ""Ik zou er niet mee naar Sydney gaan als ik jou was,' zei een vriend tegen Humphries, ""Ze is tè Melbourne.' Maar ook in Sydney kreeg Edna de lachers op haar hand. En wat Barry Humphries in de jaren daarna verder ook deed, steeds greep hij - als er geen ander werk voorhanden was - terug op haar. Langzaam maar zeker bouwde hij haar uit, van een doordeweekse kwebbeltante met een hoedje op, zijn eigen lange sluike haren daaronder en een handtas op schoot, tot een allengs exuberantere feeks - een vileine persiflage op de dames die in de zonnige dreven van Melbournes suburbia de scepter zwaaiden en met graagte het dankwoord spraken als een theatergezelschapje het wijkgebouw in hun buurt had bezocht.

STUKJES ANANAS

Maar Edna bleef een aardigheidje, weliswaar een succesnummer, maar geen levensvervulling. In 1959 arriveerde Barry Humphries op 25-jarige leeftijd, zonder een cent op zak, in Engeland. Misschien dat daar zijn carrière eindelijk zou beginnen. Perioden van doffe werkloosheid werden er afgewisseld door iets betere tijden. Hij kreeg zelfs een belangrijke rol in de musical Oliver! En toch bleef hij zich een buitenstaander voelen, ook toen hij aansluiting vond bij de satirici van dat moment en af en toe door hen werd betrokken bij nieuwe ondernemingen. Dat was aardig, maar zelf was hij geen gangmaker. Hij kwam nu eenmaal uit Australië - en moest dus, naast al die briljante Britten, genoegen nemen met een dienende rol.

Van heimwee vervuld doodde Humphries in zijn Londense flatje de tijd met het doorbladeren van oude exemplaren van Women's Weekly, het Australische damesblad met rijk geïllustreerde recepten (gegarneerd met stukjes ananas) en society-foto's onder het motto "What people are wearing overseas'. De grappen die hij erbij verzon, kon hij in Engeland aan de straatstenen niet kwijt. Geen wonder: niemand zou weten wat er de achtergrond van was.

Eén keer trachtte hij in het Londense theater door te breken met een one-man-show rondom Edna Everage. Na twee weken moest de voorstelling wegens gebrek aan publieke belangstelling worden stopgezet. Met regelmatige tussenpozen reisde Humphries terug naar Australië, waar zijn shows steeds populairder werden, maar in Engeland lukte het niet. Pas in 1976 kwam de grote doorbraak - en hoe spijtig dat de autobiograaf geen enkele poging doet te verklaren waarom zijn inmiddels tot Dame uitgegroeide Edna toen plotseling wèl in de smaak viel. Misschien omdat haar burleske proporties langzamerhand voor iedereen herkenbaar waren en de parodie niet alleen meer op Melbourne sloeg. Een bewuste beleidslijn is het kennelijk niet geweest; het is vanzelf gegaan. Het feit dat deze huisvrouw zichzelf maar vast had uitgeroepen tot superstar, hielp ook. Men hoefde de woonkeuken in de gemiddelde buitenwijk van Melbourne niet van binnen te hebben gezien om Dame Edna te kunnen waarderen.

Duidelijk wordt wel uit dit boek dat het succes net op tijd kwam: Humphries verwoestende neiging tot alcoholisme had hem in het begin van de jaren zeventig al eens wekenlang in een psychiatrisch ziekenhuis doen belanden. Ook de reeks mislukte huwelijken duidt niet op een gelukkig bestaan; de vrouw die zich nu, op zijn 59ste, aan zijn zijde bevindt, is zijn vijfde.

BEFAAMDE GASTEN

De autobiografie van Barry Humphries, geschreven omdat hij na twee biografieën van andermans hand de derde vóór wilde zijn, stopt op het moment dat Edna Everage op de drempel staat van haar internationale roem en net zo'n ster wordt als de sterren die ze de laatste jaren in haar tv-shows ontmoette. Humphries laat ons helaas niet in de keuken van die programma's kijken, hoewel het interessant zou zijn te weten op welke voorwaarden de befaamde gasten zich door hun dominerende ondervraagster laten koeioneren. Hoe hij na al die jaren het aantrekken van de zoveelste robe ondergaat, vertelt hij evenmin. Het is alsof hij een strakke lijn heeft getrokken tussen zichzelf en Dame Edna. Over zijn eigen verleden is hij openhartig genoeg; over Dame Edna en wat haar beweegt, is hij uitgesproken zwijgzaam.

Kennelijk bevalt het Humphries wel, die splitsing. Toen hij een jaar of twee geleden de Nederlandse vertaling van een eerdere Dame Edna-biografie in Amsterdam ten doop kwam houden, werd hij omstuwd door persfotografen en interviewers. De volgende dag kon hij, door geen sterveling herkend, het Stedelijk Museum bezoeken.