Aandeelhouders

Vol lof wordt er in deze krant vaak geschreven over het Nederlandse overlegmodel, zowel op nationaal niveau als binnen de onderneming.

De essentie hiervan is dat de aandeelhouders als belangengroep gemarginaliseerd zijn. Met dit model tracht men enerzijds de arbeider tegen het grootkapitaal te beschermen en anderzijds ervoor zorg te dragen dat het bestuur ongestoord z'n werk kan doen zonder te worden lastig gevallen met een belangengroep als de aandeelhouders.

Nu enkele van de grootste Nederlandse industriële ondernemingen zoals Fokker en DAF aan de rand van een faillissement staan, vraagt men zich verwonderd af hoe dit toch zo ver heeft kunnen komen. Vaak gaan grote logge en oude organisaties pas tot drastische herstructurering over als er een dreiging is van een onvriendelijke overname, door partijen die in staat zijn de beschikbare middelen op een effectievere manier in te zetten. Als deze dreiging zoals in Nederland er niet is, omdat aandeelhouders immers niets te vertellen hebben, dan worden deze organisaties nog groter en inefficiënter. En dan opeens staan ze aan de rand van het faillissement dat niemand aan heeft zien komen; voor herstructureren is het dan vaak te laat.

Kortom de dreiging met faillissement is nog de enige prikkel die noopt tot een grondige herbezinning op de activiteiten van het bedrijf: iets dat men regelmatig zou moeten doen om effectief te kunnen blijven werken in een dynamische omgeving. Als alle werknemers op straat komen, rijst de vraag of er eigenlijk wel is gehandeld in het belang van de werknemers. Volledige zeggenschap van de aandeelhouders over hun rechtmatig eigendom is essentieel voor de continuteit van het bedrijf; dat is pas werkelijk in het belang van alle partijen.