Zeurproblemen

TEMIDDEN VAN DE WAO-kater en de opmaat voor de volgende confrontatie over het financiële beleid is het kabinet erin geslaagd in alle rust twee slepende kwesties op het immateriële vlak door de Tweede Kamer te loodsen. Afgelopen dinsdag ging een ruime meerderheid akkoord met de nieuwe euthanasiewetgeving en gisteravond rondde de Kamer de beraadslagingen af over de Wet gelijke behandeling. Ook die wet kan komende dinsdag bij de stemming op een ruime meerderheid rekenen. Een prestatie van formaat, tenminste als de treurig stemmende politieke voorgeschiedenis van beide onderwerpen in ogenschouw wordt genomen. De vreemdste tournures zijn door de jaren heen gemaakt als het om euthanasie en de Wet gelijke behandeling ging. In die zin is de uitkomst een anti-climax. Het zijn "gewoon' de regeringspartijen CDA en PvdA die zoals bij zoveel controversiële onderwerpen garant staan voor de benodigde meerderheid.

Jarenlang hebben opeenvolgende kabinetten de twee immateriële vraagstukken als ballast met zich meegedragen. Er was in beide gevallen een niet-confessionele meerderheid aanwezig voor een werkbare oplossing. Het probleem was alleen dat die meerderheid slechts kon worden gevormd door middel van een gelegenheidscombine tussen een van de regeringspartijen en de oppositie. Anders gezegd: alleen door het CDA te trotseren. Dat niemand dat heeft durven doen, zelfs niet in tijden dat het tot een vrije kwestie was verheven, illustreert de politieke machtsverhoudingen.

CDA EN PvdA zijn er nu dus wel samen uitgekomen. Euthanasie en anti-discriminatie worden wettelijk verankerd aan de hand van "voor-elck-wat-wils'-teksten. Teksten die geen nadere vragen toestaan waarop een eenduidig ja dan wel nee moet worden geantwoord. De uitkomst van twee weken Kamerdebat over de grote immateriële kwesties is dan ook allerminst dat er nu volledige duidelijkheid bestaat over de vraag wanneer euthanasie wel en wanneer niet toelaatbaar is. Zo min als er absolute duidelijkheid bestaat over hoe de christelijke school zich mag opstellen tegenover de homofiele leerkracht. Het grijze gebied blijft grijs. De vragen en de twijfels blijven en de rechter mag het verlossende woord spreken. Zelfs de pijn is eerlijk verdeeld. Bij de euthanasie heet het dat de wet voor het CDA is en de praktijk voor de PvdA. Bij de Wet gelijke behandeling is het precies andersom. Daar is de wet voor de PvdA en de praktijk voor het CDA.

ZO WEINIG als de praktijk aan de nieuwe wetgeving heeft, zoveel heeft de politiek eraan. Want veruit de belangrijkste uitkomst van beide debatten is dat euthanasie en de Wet gelijke behandeling van de politieke agenda kunnen worden afgevoerd. Of, om met PvdA-fractievoorzitter Wöltgens te spreken: weer een zeurprobleem minder. De inhoud is daarvan het slachtoffer, maar dat was te voorzien.

Wie twee onverenigbaarheden tracht te verenigen kan niet anders dan een juridisch monstrum met vele vluchtwegen en interpretatiemogelijkheden creëren. Dat is dan ook gebeurd. De twee immateriële kwesties die vanaf de jaren zeventig in Den Haag voor zoveel beroering hebben weten te zorgen, zijn politiek geregeld. Voor de onderwerpen zelf is dit synoniem voor niet geregeld. De balans van vijftien jaar politiek debat over euthanasie en de Wet gelijke behandeling: veel geschreeuw en weinig wol.