Verdere onderhandelingen ondanks wapensmokkel ANC; Z-Afrika ontsnapt aan crisis

JOHANNESBURG, 12 FEBR. Zelfs de vondst van een groot arsenaal wapens voor het ANC krijgt het onderhandelingsproces in Zuid-Afrika niet meer omver. Na een propagandaslag van een week tussen de regering, het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) en Inkatha over de wapensmokkel zijn de constitutionele gesprekken verder gevorderd. Bovendien komt eindelijk een topontmoeting in zicht tussen ANC-president Nelson Mandela en Inkatha-leider Mangosuthu Buthelezi, die moet bijdragen tot een einde aan de oorlog tussen de twee organisaties in de provincie Natal.

Zuid-Afrika ontsnapte aan een bijna-crisis. De politie hield vorige week drie leden aan van Umkhonto we Siszwe (MK), de gewapende vleugel van het ANC. Bij een controle in Golela, aan de grens tussen Swaziland en Zuid-Afrika, vond de politie in de kofferbak van hun auto een grote hoeveelheid wapens, waaronder 34 handgranaten, 22 pistolen, twee draagbare lanceerinstallaties voor raketgranaten, zes raketten en ammunitie voor AK-47 machinegeweren. De drie waren op doortocht naar Natal, het epicentrum van de gevechten tussen ANC en Inkatha. Later werden nog eens vijf mensen gearresteerd.

De vondst bracht het ANC in grote verlegenheid. Officieel heeft de belangrijkste zwarte partij de gewapende strijd opgeschort. Volgens akkoorden die de organisatie met de regering-De Klerk heeft gesloten, is het invoeren van wapens in het land verboden. Nu de leiding van het ANC de kaarten volledig heeft gezet op de onderhandelingen over een deling van de macht met de blanke regering, komt het optreden van aanhangers van de militaire optie zeer slecht uit. Het ANC valt de regering keer op keer aan op haar vermeende betrokkenheid bij het aanstichten van het geweld tussen de zwarte partijen in Natal. De wapenvondst duidt op een actieve rol van het ANC zèlf.

De regering zag in het incident een kans de onderhandelingspartner verder onder druk te zetten om Umkhontho op te heffen. Zij dreigde even met het stopzetten van de gesprekken, tenzij het ANC met een passende verklaring zou komen. Inkatha voegde zich in het koor van geschokte partijen en beschuldigde het ANC zich voor te bereiden op een oorlog voor en tijdens de eerste algemene verkiezingen. Het ANC weigert echter al lang Umkhontho op te heffen. Een dergelijke stap moet volgens de organisatie deel uitmaken van de integratie van alle gewapende formaties in Zuid-Afrika: de legers van de thuislanden, de KwaZulu-politie waarover Buthelezi het beheer heeft en het Zuidafrikaanse leger, dat het ANC beschouwt als het privé-leger van de regerende Nationale Partij.

Het ANC heeft ook rekening te houden met de psychologische betekenis van MK binnen zijn achterban. Het bevrijdingslegertje, dat overigens in militair opzicht weinig heeft bijgedragen tot de bevrijding, wordt in de townships gezien als de enige bescherming tegen het geweld. Het pragmatisme in het ANC-hoofdkantoor in Johannesburg is niet overal tot de regio's doorgedrongen. De militante ANC-leider in Natal, de stalinist Harry Gwala, zei in een reactie “dat onze mensen waarschijnlijk proberen wapens te smokkelen, niet om oorlog te voeren in Natal, maar om zichzelf te verdedigen. We moeten niet voorwenden dat we niet proberen aan wapens te komen. Hoe moeten we anders onze mensen verdedigen?”

Niet bekend

Zo keerde het evenwicht tussen de drie belangrijkste partijen weer terug. De regering en het ANC zetten hun gesprekken over een nieuwe grondwet en een gezamenlijke overgangsregering voort. De delegaties van ANC en Inkatha, die al enige tijd een vredesontmoeting tussen hun leiders voorbereiden, maakten gisteren bekend dat de top midden maart kan plaatshebben, mits Mandela en Buthelezi hiermee akkoord gaan. De partijen waren het erover eens dat de ontdekking van wapensmokkel de beëindiging van het conflict tussen hun aanhangers nog urgenter heeft gemaakt.