Varkensliedje (15)

Het wrattenzwijn zit stil te breien;

Dat doet hij om maar niet te schreien.

Het wordt een nachthemd voor een slang

Van 7 m 30 lang.

Als 't wrattenzwijn maar wat te doen heeft,

Want niemand die hem ooit een zoen geeft;

Nachthemden breien gaat zo zoetjes,

Hij is begonnen bij de voetjes,

Nu is hij bijna bij de mouwtjes;

Hij breit het keurig, zonder foutjes.

Ja, mouwtjes denkt het wrattenzwijn,

Wat zal de slang daar blij mee zijn!

Ach, breien is een grote troost,

Terwijl de wereld minnekoost.