Torenhoge schuldenlast in België maakt harde frank kwetsbaar; Bankgouverneur Verplaetse: verkleinen van staatsschuld heeft absolute prioriteit

BRUSSEL, 12 FEBR. Gouverneur Alfons Verplaetse van de Nationale Bank van België laat zich zijn successen niet zomaar uit handen glippen. Sinds het begin van de "september-crisis' op de Europese wisselmarkten heeft de Belgische frank zich samen met de Duitse mark en de Nederlandse gulden stevig aan kop genesteld in het EMS-klassement. Vrucht van een jarenlang herstelbeleid, van een uitgekiend monetair management in de afgelopen drie jaar en natuurlijk van de koppeling van de frank aan de Duitse mark in 1990.

Maar de afgelopen dagen viel er plotseling toch een schaduwtje over het succes van de Belgische munt. De frank, die eind vorig jaar zelfs nog een stukje boven zijn spilkoers met de Duitse mark zweefde, gleed weg. Niet veel, nog binnen de door de centrale bank als toelaatbaar geachte marge blijvend van ongeveer 0,25 procent, maar toch.

Woensdagmiddag, toen de hoogste baas van de Belgische bank zijn jaarverslag presenteerde, wuifde Verplaetse (62) de suggestie weg als zouden de speculanten op de valutamarkten nu hun oog hebben laten vallen op de frank als potentieel zwakke prooi. Geen gecoördineerde aanval, verordonneerde Verplaetse, maar slechts een weerspiegeling van “tijdelijke nervositeit op de wisselmarkten”.

Grote stromen geld zoeken nieuwe “outlets”, opgejaagd door onzekerheid over de Franse verkiezingen. Vervelend misschien, maar absoluut geen reden voor paniek of om hulp te zoeken. “Wat wilt u dat ik doe? Dat ik Frankfurt bel om te vragen of ze de frank willen steunen zodat die nog sterker wordt dan de Mark?”, aldus Verplaetse. Speculanten en hun adviseurs zullen zonodig worden afgestraft, voegde hij er aan toe om de vastberadenheid te onderstrepen van de centrale banken om het EMS en daarmee het uitzicht op de EMU (Economische Monetaire Unie) te redden.

Er is een natuurlijk een speciale reden waarom (buitenlandse) beleggers altijd met een extra waakzaam oog kijken naar de Belgische frank, ook al is zijn positie spijkerhard binnen het EMS. Die reden is de torenhoge schuldenlast, waarmee België werd opgezadeld toen het de recessie van na de oliecrisis probeerde op te vangen door de overheidsuitgaven volledig uit de hand te laten lopen.

Gouverneur Verplaetse weet daar alles van: als getalenteerd econoom werkte hij al meer dan een kwart eeuw bij de Nationale Bank toen hij aan de vooravond van kerst 1981 werd opgebeld door premier Martens met de vraag of hij als naaste adviseur van de premier wilde meehelpen België van de ondergang te redden. Twee maanden later gaf Verplaetse zijn visitekaartje af: mede op zijn aanwijzingen besloot de regering tot een devaluatie van de frank met 8,5 procent - niet alleen tegen de zin in, maar ook volstrekt zonder medeweten van de toenmalige leiding van de centrale bank.

Verplaetse geldt sinsdien als belangrijkste architect achter de schermen van het herstelbeleid dat België het afgelopen decennium heeft gevoerd om de “zotternij” te ontstijgen waarin het land in het begin van de jaren tachtig was komen te verkeren. Kabinetschef Verplaetse zette de tering naar de nering, maar met een door zijn nauwe contacten in christendemocratische kring goed ontwikkeld gevoel voor het politiek en maatschappelijk haalbare.

Ook nu nog, sinds 1989 als gouverneur van de Nationale Bank en dus als het monetaire geweten van de Belgische staat, hanteert hij niet de botte bijl. Zeker, er moet straf worden bezuinigd, ook in de sociale zekerheid, schrijft hij in het jaarverslag. Maar de toon blijft genuanceerd: “Voor het financiële evenwicht van de sociale zekerheid is het noodzakelijk de uitgaven van die sector te beheersen, zonder de essentie van een stelsel dat in België de basis van de sociaal-economische consensus vormt, in gevaar te brengen”.

Geloofwaardigheid is het belangrijkste steekwoord dat steeds weer terug komt in het jaarverslag van de bank. De Belgische staatsschuld is inmiddels opgelopen tot 121 procent van het BBP, het dubbele van het schuldniveau in de meeste andere EG-lidstaten. Op zichzelf is het niet zo erg dat de Belgen een grote schuld hebben, want Belgen sparen ook veel meer dan de inwoners van de meeste andere EG-landen, is de redenering van de Nationale Bank. Het enorme tekort is gemakkelijk financierbaar.

Maar problematisch is wel het gegeven dat de rente over die staatsschuld de neiging heeft een steeds groter beslag te leggen op de begroting van de regering. Ook het afgelopen jaar is de “rentesneeuwbal” weer gaan rollen, blijkt uit het jaarverslag van de bank. Zo blijft er steeds minder ruimte over voor financiering van noodzakelijk nieuw beleid, bijvoorbeeld om de vergrijzing van de bevolking op te vangen en om de infrastructuur te verbeteren.

Om die reden heeft terugdringing van de staatsschuld en van het jaarlijkse financieringstekort absolute prioriteit. Volgens Verplaetse is het overigens een illusie om te denken dat de Belgische overheidsschuld de komende vier jaar met de helft kan worden verminderd, zoals eigenlijk zou moeten om toegelaten te worden tot de EMU. Maar dat hoeft niet onoverkomelijk te zijn: “Het is van belang dat ter zake een geloofwaardige aanzet zou worden gegeven”, zegt hij.

Het tragische van de EMU is dat door de terugvallende conjunctuur de meeste EG-lidstaten in het afgelopen jaar verder verwijderd zijn geraakt van de normen die gelden voor toetreding. Het financieringstekort van de Belgische overheid kwam in 1992 uit op 6,9 procent. Dat is een toeneming met 0,2 procent in plaats van een verlaging met 0,6 procent zoals was gehoopt. Daarmee deed België het nog eens niet zo slecht. De twaalf lidstaten van de EG lieten hun gezamenlijke overheidstekort afgelopen jaar met 0,8 procent oplopen ten opzichte van 1991.

Al met al staat de regering-Dehaene, die net met veel moeite de eerste onderdelen van de nieuwe staatshervorming door het parlement heeft geloodst, opnieuw voor een geweldige politieke krachttoer om nieuwe bezuinigingen door te voeren. Op veel hulp in de vorm van aantrekkende economische groei mag Dehaene daarbij niet rekenen. Afgelopen jaar viel de Belgische groei terug van 1,9 procent in 1991 tot 0,8 procent. Dit jaar zal de groei nog lager zijn, voorspelt Verplaetse - met als gevolg een verder oplopen van de werkloosheid (vorig jaar van 7,5 naar 8,2 procent).

De grootste zorgen maakt Verplaetse zich over de concurrentiepositie van het Belgische bedrijfsleven. Niet zozeer de sterke frank als wel de relatief hoge loonkosten maken de Belgische exporteurs kwetsbaar. De afgelopen jaren gaf België altijd al marktaandeel prijs in het buitenland, maar nooit meer dan zijn vijf belangrijkse handelspartners. Vorig jaar ging België in zijn eentje voor het eerst verder achteruit: de groei van uitvoer nam af tot 0,6 procent.

De remedie die Verplaetse voorhanden heeft, is een veelgehoorde: loonmatiging. Alleen langs die weg kan België zijn concurrentievermogen herstellen en kan verdere afbrokkeling van de werkgelegenheid worden voorkomen. “Een uitbreiding van het overheidspersoneel” als oplossing van het probleem van de werkloosheid zou “onmiddellijk tegen de beperkte budgettaire ruimte aanbotsen”, voegt Verplaetse er nog aan toe, daarmee impliciet verwijzend naar de situatie in het begin van de jaren tachtig. De gouverneur voelt er duidelijk niets voor om nog eens betrokken te worden bij een devaluatie van zijn munt.