Steek en pet

DE PARTIJPET en de ministerssteek passen niet tegelijkertijd op het hoofd van Wim Kok. Met zijn voorstel om bij de begroting voor volgend jaar, waarvan de eerste schetsen de komende weken op papier worden gezet, de strakke norm voor het financieringstekort iets los te laten, begint hij al vroeg aan de verkiezingscampagne voor 1994. Kok heeft een reputatie van soliditeit opgebouwd door de sanering van de rijksfinanciën onverstoorbaar door te zetten. Maar als schatkistbewaarder vervult hij een rol die niet altijd naadloos aansluit op zijn positie van partijleider en campagnevoerder.

Ook onder Koks voorganger, Ruding, is het tijdpad van het financieringstekort niet altijd aangehouden. Maar een minister van financiën is de laatste die in het openbaar mag oproepen om het wat minder nauw te nemen met de begrotingsdiscipline. Zodra de minister van financiën de sluis op een kier zet, is het gevaar groot dat de druk van de bestedingsministers zo groot wordt dat de sluisdeur het begeeft.

Kok zegt dat hij het nooit zover zal laten komen, hij wil slechts verdere ombuigingen over het magere jaar 1994 heen tillen. Maar hoe dan ook, Kok blijkt bereid om zijn reputatie van solide schatkistbeheerder op losse schroeven te zetten voor een of twee miljard gulden minder ombuiging. Vanuit de PvdA gerekend is dat een merkwaardige strategie. Het verschil tussen 3,25 en 3,75 procent financieringstekort valt immers moeilijk in een treffende slogan op de verkiezingsaffiches samen te vatten en het zal de kiezers vermoedelijk niet massaal terugbrengen. De oppositie krijgt het daarentegen gemakkelijk met de beschuldiging van verslonsend begrotingsbeheer.

NU DE ECONOMIE onder invloed van de Duitse recessie stagneert en de werkloosheid oploopt, bepleit Kok een anti-cyclisch begrotingsbeleid. De tegenvallers die het gevolg zijn van lagere groei - de belastinginkomsten blijven achter en de uitgaven lopen op - moeten niet worden wegbezuinigd, want daardoor zou de conjuncturele neergang worden versterkt. Maar op een begroting van 210 miljard gulden en een collectieve lastendruk van meer dan vijftig procent - van iedere verdiende gulden stroomt meer dan de helft via de collectieve sector - is het effect van Koks voorstel te verwaarlozen. Het is òf te weinig om de economie te beïnvloeden òf te veel voor de reputatie van de minister van financiën.

In de ambtelijke financieel-economische top leven ideeën om na 1994 een zogenoemd structureel begrotingsbeleid te voeren met voldoende incasseringsvermogen om conjuncturele schommelingen op te vangen. Kok wil die aanpak nu een jaar naar voren halen. Alleen, het vereiste incasseringsvermogen heeft de staatshuishouding nog steeds niet verworven gezien de omvang van de staatsschuld na drie jaar Kok en tien jaar Lubbers. In de achterliggende jaren van voorspoed zijn de tekorten weliswaar verminderd, maar dat is in de huidige kabinetsperiode mede bereikt door verhoging van de collectieve lasten voor burgers en bedrijven. Laat Kok dan eerst die lastenverhogingen teruggeven. Dat is ook nog goed voor de economie.