Seymour Likely Arti et Amicitiae, Rokin 112, ...

Seymour Likely Arti et Amicitiae, Rokin 112, Amsterdam. T/m 28 feb. Di t/m zo 12-17 uur. Johan Jonker Galerie, P. Potterstraat 38 II, Amsterdam. T/m 4 mrt. Di t/m za 13-18 uur. De 'Sprays' kosten ƒ 5000,- per stuk.

Rein Draijer Galerie Van Kranendonk, Westeinde 29, Amsterdam. T/m 11 mrt. (gesloten van 26 feb. t/m 6 mrt.) Di t/m za 12-17 uur. Prijzen: ƒ 5000,- tot ƒ 16.000,-

Mark Manders Westeinde 22, Den Haag. T/m 24 feb. Di t/m za 11-17 u. Prijzen: ƒ 250,- tot ƒ 8000,-

Seymour Likely

De Amsterdamse binnenstad is er mee volgeplakt. Al van verre schreeuwen de koeieletters in zwart-wit je tegemoet: “Who cares? Seymour Likely Cares”. Het affiche, vormgegeven alsof het de aankondiging van een popconcert betreft, moet opboksen tegen talrijke andere posters, waarvan die van een griezel met spijkers in z'n kop, die oproept naar een Immortal Cosmos-dag te gaan, nog het meest de verbeelding prikkelt.

Om te zien "how much' Likely "cares' moeten we naar het Westindisch Huis, de bovenzalen van Arti et Amicitiae en de Johan Jonker Galerie. Vijf jaar geleden trapten velen er nog in. Maar het kunstwereldje bewaart slecht geheimen en daarom werd Likely al snel ontmaskerd; geen Amerikaanse glamour-artiest, maar de kunstenaars Ronald Hoofd, Aldert Mantje en Ido Vunderink bleken achter deze naam schuil te gaan.

Het drietal maakt meestal ruimtelijk werk waarin het sociale, politieke, artistieke zaken en vanzelfsprekend ook "het verdwijnen van de ideologieën' aan de orde stelt, en dat alles in een stijl die gangbaar is in de reclamewereld. De techniek is ondergeschikt aan het doel en op een paar centen wordt niet gekeken. Alleen een insider ziet het jat-, leen- en citeerwerk. Warhol, Fontane, Kounellis, Diter Roth, Carl Andre, in bijna elk werk gaat minstens één coryfee door de mangel.

Hoofd, Mantje en Vunderink nuttigen hun drank in hun eigen rebellenclub, de "Seymour Likely Lounge', die te vinden is naast café Scheltema, schuin achter het Paleis op de Dam. Tot voor kort werden zij vertegenwoordigd door de Amsterdamse galerie Torch. Nu heeft Johan Jonker hen onder zijn hoede. In zijn galerie presenteert hij op dit moment vijf "Seymour Likely Sprays'.

Graffiti-kunst is allang uit de mode, maar daar gaat het de agiterende heren natuurlijk om. In plaats van het schilderslinnen te voorzien van "masterpieces' van hun eigen namen, spoten zij er de namen op van vijf beroemde architecten: Speer, Corbu, Looz, Gaudi en Wright.

De zalen van Arti bieden onderdak aan een overzicht van eerder getoond hangend en staand werk. Uit de collectie van het Stedelijk komt hun installatie The unexpected return of Blinky Palermo, from the tropics, bestaande uit een klas varkentjes dat met een blik op oneindig naar een lege lessenaar staart. In dezelfde zaal staat een stapel "Panzerfaust'-munitiekisten, gevuld met aardappelen en Leninkopjes die als kameleons de kleur van de piepers hebben overgenomen. Ook te zien zijn een dozijn kolenkitten gevuld met zwarte Leninkopjes - Black Power -, een schilderij met realistisch geschilderde sneden en een mesje - Stanley (uit de collectie van ene Stanley Wibbens) - en achter tralies een rij bontjassen met een geschoren rugnummer 10 met de titel Favourbank, Virtual Fur.

Alles bij elkaar is het wat veel van het goede. In plaats van naast deze al bestaande installaties nieuw werk te tonen, besloot Likely het geld dat de gemeente Amsterdam schonk ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van Arti, uit te geven aan een boekwerkje. De nieuwe galerie zal blij zijn met die keuze.

Arti et Amicitiae, Rokin 112, Amsterdam. T/m 28 feb. Di t/m zo 12-17 uur. Johan Jonker Galerie, P. Potterstraat 38 II, Amsterdam. T/m 4 mrt. Di t/m za 13-18 uur. De 'Sprays' kosten ƒ 5000,- per stuk.

Rein Draijer

Als je de schilderijen van de in vergetelheid geraakte Rein Draijer (1899-1986) bekijkt, denk je niet meteen aan een fluitende schilder. Ook de titels duiden op een wat sombere natuur: "wissel', "kerkhof', "flatgebouw', "avondramen', "mijnhoop'. Op geen van de dertien schilderijen, die bij Galerie Van Kranendonk hangen, komen mensen voor. Maar eigenlijk lijkt het onderwerp er niet echt toe te doen. Uitgekiend kleur- en vormgebruik staan voorop.

“Jullie doen het zo, maar ik vind dit wel aardig”, zo motiveerde Draijer zijn plaats tussen zijn collega's. Een nuchtere relativerende uitspraak van een man die zichzelf omschreef als "een grijze Hollander in een grijze wereld'.

Naast zijn baan als leraar aan de Koninklijke Akademie in Den Haag waar hij van 1937 tot aan zijn pensioen les gaf, is Draijer een van de meest gevraagde postzegelontwerpers geweest. Zijn laatste zegel, een gezicht op Huis ten Bosch, stamt uit 1981. Een van zijn meest kenmerkende zegels, die ook het dichtst in de buurt van zijn vrije werk komt, is een duinlandschap uit de serie Zomerzegels uit 1980. Een voetpad, iets links van het midden, wijst in de richting van de zee, die als een blauw kommetje tussen twee duinen is ingeklemd. Het water vertoont een mooie beeldrijm met een verkeersbord in dezelfde kleur.

Draijers oeuvre is onmiskenbaar Haags: overwogen, esthetisch en vakbekwaam. Drie keer nadenken over een evenwichtige compositie opgezet in lijnen en dan de zaak invullen met kleur, soms op het gortdroge en bloedeloze af. Veel van Draijers aanpak is terug te vinden bij zijn leerlingen als Co Westerik, Peter Struycken en Johan de Haas.

Galerie Van Kranendonk, Westeinde 29, Amsterdam. T/m 11 mrt. (gesloten van 26 feb. t/m 6 mrt.) Di t/m za 12-17 uur. Prijzen: ƒ 5000,- tot ƒ 16.000,-

Mark Manders

"Zelfportret als gebouw' is een merkwaardige vinding van Mark Manders (Volkel, 1968). Zijn idee is simpel en toch niet eerder vertoond. Een "voorlopige plattegrond', die voortdurend wisselt van indeling en inrichting, dient als thuisbasis voor een in beginsel eindeloze hoeveelheid beelden. Die beelden komen letterlijk "ergens' vandaan; een soort "virtual world', maar dan een, die niet is ingevoerd in een computer, maar ouderwets voortkomt uit de fantasie van de kunstenaar.

Af en toe laat Manders iets uit de vertrekken van zijn denkbeeldige gebouw zien op een tentoonstellig. Op een plattegrond heeft hij pietepeuterig ingetekend wat dat "iets' is, soms herkenbare voorwerpen als stoelen en tafels, maar ook mens en dier. Zijn beelden zijn vrijwel altijd samengesteld uit bestaande voorwerpen zoals luciferstokjes, muizeklemmen, lege flessen en batterijtjes. Ze zijn aan elkaar geknoopt met touwtjes en bevestigd met stukjes plakband. Ook de dieren, uitgevoerd in klei, zijn met elkaar verbonden.

Wie zijn plattegronden met elkaar vergelijkt, ziet dat er inmiddels enkele verbouwingen achter de rug zijn. Alleen de buitenmuren bevinden zich nog in de oorspronkelijke staat.

Manders is winnaar van de Prix NI, een prijs van ƒ 10.000,-, die door de Stichting Fondation Nouvelles Images ter beschikking is gesteld voor jong talent. Zijn werk wordt nu samen met dat van zeven genomineerden tentoongesteld in Galerie Nouvelles Images.

Manders werk bestaat dit keer uit een gammele kast, een stoel, een paar stokken gestoken in lege flessen en een soort spit van staaldraad waaraan tussen allerlei onbestemde spulletjes ook potloden en een beestje van klei zijn samengebonden. Een Engelse muizeklem met een flinke dobbelsteen als lokaas hangt aan de wand op scherp. Op de grond ligt een A4-formaat enveloppe met daarnaast een serie fraaie tekeningen op rij.

De kwaliteit van de gehele Prix NI presentatie is verrassend hoog. Van enkele van de overige deelnemers, Erzsebet Baerveldt, Hans Broek, Liet Heringa, Miranda Rikken, Marlene Staals en Lie van der Werff zullen we, net als van Manders, zeker vaker horen.

Westeinde 22, Den Haag. T/m 24 feb. Di t/m za 11-17 u. Prijzen: ƒ 250,- tot ƒ 8000,-