SCHRIJVERSBLOK 3

Wat in het wilde weg wordt geschreven is niet langer dan een minuut het lezen waard. Het "wilde weg' kan de schrijver hebben geholpen bij het maken van zijn zinnen - daarover later meer - maar eerst komt het onderwerp, dan het idee over het onderwerp, dan het perspectief, dan de hoofdconstructie, en dan het echte schrijven dat weer gestaag voortgang vindt dank zij een reeks van tussenconstructies die het schrijfdenken uitlokken. Het geheim van deze bezigheid zullen we laten proberen te ontrafelen. Maar dit is het grondbeginsel: men bouwt zijn brug naar de voltooiing. Welk genre de schrijver ook beoefent - de brief, het hoofdartikel, het bericht, het gedicht, het essay, de roman - perspectief muss sein.

Neem dit stukje. De naam van het onderwerp staat erboven. Maar wat is het idee? Dat wist de schrijver zelf nog niet toen hij er drie weken geleden aan begon. Hij wilde nog één stukje over "januariboekjes' schrijven, het laatste ging toevallig over het writer's block. Op zoek naar een ander boek daarover raakte hij min of meer toevallig op het spoor van het derde boek en dit kwam hem zo wijdlopig voor dat hij dacht: “Ik schrijf zelf een verhandeling, en die verdeel ik over tien stukjes. Dan ben ik tien weken onder de pannen en daarna maak ik er een brochure van, of een januariboekje voor 1994 en dat verkoop ik.” Zo was uit het onderwerp het idee geboren en al ongemerkt overgevloeid in het perspectief. Het deed hem denken aan Berthold Schwarz. Die probeerde goud te maken maar hij vond het buskruit uit. Deze stukjesschrijver zou proberen, anderen te leren hoe ze het buskruit moesten uitvinden en intussen had hij misschien een goudadertje aangeboord.

Er was dus alle reden om het perspectief te vullen met een constructie, de eerste constructie die ik de hoofdconstructie noem. Die begint met het uitpluizen van het onderwerp. We nemen een A-viertje, verdelen dit in vier kolommen, vullen de linkerkolom met alles wat ons te binnen schiet, gaan daarmee verder in de derde kolom en bekijken wat we hebben gedaan. In dit geval heb ik bijvoorbeeld genoteerd: 1. de oorzaken van het slagen en het mislukken der zinnen; 2. de onzichtbare meelezer; 3. de dwangmatige vertredingen; 4. de zelf gestelde deadline; 5. het nut van veel weten, of het belang van een hoofd vol bric-à-brac; 6. de aanblik van het volgeschreven blad; 7. hoe we het dwaalspoor van het rechte pad kunnen onderscheiden; 8. en hoe we het dwaalspoor tot het rechte pad kunnen buigen; 9. het verschil tussen wel kunnen maar geen zin hebben en niet kunnen en wel zin hebben; 10. er moet altijd licht aan het einde van de tunnel zijn en hoe we dat zelf kunnen aansteken.

Zulke lijstjes leveren een onverwachte inventarisatie op. Men had niet beseft dat men over zoveel rijkdom beschikte. Al die schatten moeten nu netjes worden opgeborgen in de kasten waar ze thuishoren; het is eenvoudig een kwestie van opruimen, op zichzelf een leuk werkje. Zijn we daarmee klaar dan zien we dat we spelenderwijs het licht aan het einde van de tunnel al hebben aangestoken. Het gaat er nu alleen nog om, de inhoud van al die kastjes mooi te beschrijven. Hoe voller de kastjes, hoe gemakkelijker het gaat, maar zijn er heel veel kastjes dan wordt het opeens weer moeilijker. Anders gezegd: een over-analyse kan de oorzaak zijn van een writer's block. Nog anders gezegd: de aanstaande schrijver heeft zich dusdanig tegen zijn eigen onzekerheid gewapend dat hij is vastgelopen in zijn verdediging. Uit angst is de schrijver archivaris geworden.

Er moet dus een ogenblik komen waarop de pen onherroepelijk op papier gaat. Wat we ook willen schrijven, een kort bericht of de Ontdekking van de hemel, dit blijft een waagstuk. En laten we er geen doekjes om winden, het hele schrijven is een waagstuk, soms meer, soms minder, maar altijd en in het bijzonder in die fractie van een seconde als de hand nog boven het blad zweeft, en dan de pen doet landen om het eerste woord te schrijven. Een absoluut mysterie. Zelfs als we alle voorzorgen hebben getroffen weten we nog niet of we het raam naar het bedoelde vergezicht hebben geopend of ons toegang hebben verschaft tot de gootsteenkast. Het tragische is dat we dit pas ontdekken als we een poosje op weg zijn. Hoeveel tochten door de gootsteenkast hebben al een boek veroorzaakt!

Dat is het risico van het beroep. Niemand zou het uitoefenen als niet een zeldzame beloning in de vorm van de diepste voldoening, apentrots en zelfs geluk de schrijver lokken. De schrijver is een gelukszoeker, een soldaat van fortuin. Het writer's block is een obstakel op een van de wegen die naar een zelfgemaakte hemel op aarde leiden.