Partijtop PvdA kiest voor een "offensieve strategie'

DEN HAAG, 12 FEBR. Zet Wim Kok zijn reputatie als solide minister van financiën op het spel om de PvdA voor halvering te behoeden? Het is de vraag die het Binnenhof bezighoudt nadat de PvdA-leider en minister van financiën liet weten dat het kabinet rustiger aan moet doen met de vermindering van het financieringstekort.

De uitspraak van Kok maakt deel uit van de “offensieve strategie” die de partijtop heeft verkozen. Kok moet zich profileren, een "partij-imago' tonen en zich opwerpen als beschermer van werkgelegenheid, voor veel kiezers meer zichtbaar dan het financieringstekort. “Het is de vlucht naar voren”, zo luidt het in PvdA-kringen. Bij de sociaal-democraten neemt de nervositeit toe. De PvdA waande zich als de overwinnaar van de strijd om een nieuwe WAO maar de euforie lijkt misplaatst: de partij is er electoraal niets mee opgeschoten.

CDA-minister Andriessen (economische zaken) voerde begin november in een interview met deze krant een soortgelijk pleidooi. “We moeten dus nu niet gaan bezuinigen om de tegenvallende belastinginkomsten op te vangen”, zo zei hij. Andriessen was tevreden dat het kabinet de tegenvallers voor 1993 en 1994 - die toen werden geraamd op drie respectievelijk zes miljard gulden - slechts voor de helft structureel, met échte bezuinigingen, dekte. Op langere termijn, zo stelde Andriessen, moet de overheid conjuncturele tegenvallers gewoon laten passeren. Dus geen extra bezuinigingen, maar ook geen extra uitgaven.

Kok kon, zo calculeerde de PvdA-top, zijn “openingszet” doen omdat niet alleen Andriessen maar ook premier Lubbers zich al eens, in het voorjaar van 1992, had beklaagd over het strakke corset van het regeerakkoord. Overigens werd de premier toen nog gecorrigeerd door Kok in zijn rol van onverstoorbare schatkistbewaarder.

Als het kabinet, dat vandaag praat over het voorstel van Kok, akkoord gaat met de lijn van de minister van financiën, dan staat CDA-fractieleider Brinkman opnieuw voor het blok. Politiek is hij "aangedaan' door het WAO-debat, nadat CDA-leider Lubbers hem met de dreiging van een kabinetscrisis ervan weerhield om met de VVD in zee te gaan. Heeft Brinkman nog wel het politieke krediet om het zittende kabinet de wacht aan te zeggen?

Het huidige begrotingsdebat draait in feite om de rol die de overheid in de samenleving moet spelen. Is de overheid de representant van de gemeenschap, die zich verantwoordelijk weet voor het gemeenschappelijk welzijn? Of is de overheid een actor tussen andere actoren, met een eigen taak? Wie de laatste opvatting onderschrijft zal al snel concluderen dat de overheid, net zoals iedereen, orde op eigen zaken zal moeten stellen. Van een macro-economische bufferfunctie is dan geen sprake meer. En strikt logisch beschouwd vervalt dan ook de micro-economische bufferfunctie. Geen steun voor DAF of Fokker, geen industriebeleid dat marktpartijen steunt die zichzelf moeten onderhouden en geen ruimte voor werkgelegenheidsbeleid.

Aan het begin van deze kabinetsperiode zette Brinkman “de boeien” uit voor de steun aan het kabinet CDA-PvdA: de collectieve lastendruk moest omlaag, evenals het financieringstekort. De eerste boei is al zoekgeraakt, en nu dreigt ook de derde weg te vallen. Brinkman verkiest voorlopig stilzwijgen. In CDA-kringen heet het dat het voorstel van Kok “onverstandig” is, en “voorbarig”. De leider van de fractie, die bij het WAO-debat het voortouw nam, wacht nu eerst af want hij zit niet alleen in een cruciale positie, maar ook in een lastig parket als CDA-ministers Kok gaan steunen. Overigens heeft men ook binnen het CDA best begrip voor Koks conjuncturele argumentatie, maar men verdenkt hem ervan deze te misbruiken om de verkiezingsstrijd te openen.

Inmiddels loert de oppositie op haar kans. De VVD vindt dat het kabinet vast moet houden aan het traject voor de vermindering van het financieringstekort. Geeft de CDA-fractie toe aan de wens die Kok heeft geuit, dan zal de VVD haar pijlen op Brinkman richten en hem afschilderen als “een boeienkoning” die zich van de kettingen probeert te ontdoen.

De financiële prestaties van het kabinet tot dusver roepen een gemengd beeld op. De collectieve sector bleef in 1990-1992, ondanks alle bezuinigingen, ook in volume groeien. Wel wordt voor 1993 voor het eerst een daling voorzien (defensie, ambtenaren, subsidies). Met terugdringing van het financieringstekort had het kabinet meer succes. Dat succes was zelfs nog groter dan uit de officiële cijfers blijkt, omdat minister Kok minder “incidentele” maatregelen neemt dan zijn voorganger Ruding.

Nederland was de afgelopen jaren één van de weinige EG-landen dat erin slaagde het tekort daadwerkelijk terug te dringen, tot in de buurt van de norm van de Europese en Monetaire Unie EMU. Kok zegt nu dat hij in 1994 ook echt binnen die norm blijft. Of dat zal lukken is nu echter twijfelachtig geworden.