Oostzaners gaan per kilo voor hun huisvuil betalen

OOSTZAAN, 12 FEBR. Een bewoner van Oostzaan kreeg kort geleden een waarschuwing van de politie, omdat hij huisvuil op eigen erf verbrandde in een ton, wat verboden is. “Hij was zeker aan het oefenen”, schertst wethouder van milieu J. Vonk (Groen Links, voorheen CPN). De opmerking slaat op een proef waarbij de vaste afvalstoffenheffing die de Oostzaners betalen, wordt vervangen door een gecombineerd tarief, waaronder een bedrag van 43 cent per kilo aangeleverd huisvuil.

Dit systeem moet ertoe leiden dat de bewoners minder afval met de vuilniswagen meegeven, ten gunste van het milieu en hun eigen portemonnee. Ook beginselen van billijkheid liggen aan het experiment ten grondslag. Bij een vaste heffing, zoals die in praktisch heel Nederland geldt, maakt het niet uit hoeveel rommel aan de reinigingsdienst wordt aangeboden. Iedereen betaalt hetzelfde. Een gedifferentieerd tarief op basis van gewicht of kortweg Diftar, kan aan dat bezwaar tegemoetkomen.

Nu worden ook de Oostzaners nog over één en dezelfde kam geschoren, maar per 1 mei gaan ze - naast een jaarlijkse som van 109,20 gulden - die 43 cent per kilo betalen. Vanaf dat moment kan het verdonkeremanen van huisvuil, bijvoorbeeld door de rommel in eigen beheer te verbranden, een lucratief kantje krijgen. Er zijn ook critici die een zeker afvaltoerisme voorspellen. Men zou 's avonds met zakken huisvuil gaan slepen om ze ergens in de polder te dumpen of bij de buurman in de bak te gooien.

Vonk verwacht niet dat het zo'n vaart zal lopen. “Dat zijn nou echt vooroordelen”, meent de wethouder. “Het gerucht ging dat er zakken huisvuil achter het voetbalveld terechtkwamen. Ik ben er zelf wezen kijken, maar heb geen ongerechtigheden kunnen bespeuren.” Bovendien maakt hij gewag van verscherpte controle door de milieudienst van buurgemeente Zaanstad, die ook in Oostzaan een oogje in het zeil houdt.

Aanvankelijk had Zaanstad zich beschikbaar gesteld voor de proef, die zich afspeelt in het kader van het Nationaal Onderzoekprogramma Hergebruik van Afvalstoffen. Betalen per gewicht zou in één wijk worden beproefd, maar dit stuitte op fiscaal-juridische bezwaren, omdat er dan binnen de gemeente rechtsongelijkheid zou ontstaan. Dus werd het Oostzaan, dat 3.100 huishoudens telt en daarmee in zijn geheel aan de proef kon deelnemen.

Om het zover te krijgen, is een technisch hoogstandje volbracht, vertelt ir. J.A. de Jonge van het adviesbureau PME in Zeist, die het experiment begeleidt. Hij doelt op de vuilniswagen die voor dit doel is uitgerust met speciale apparatuur om bij elke opgeladen container exact het gewicht aan huisvuil vast te stellen. Daarvoor zijn alle containers voorzien van een ingebouwde chip met gegevens over de eigenaar. Een boordcomputer in de cabine verwerkt alle gegevens.

De proef, die een jaar duurt en vervolgens gangbare praktijk moet worden, kost 1,2 miljoen gulden. Die som wordt grotendeels opgebracht door het nationale onderzoeksprogramma, enkele bedrijven die eraan meewerken en de provincie Noord-Holland. De gemeente Oostzaan draagt 50.000 gulden uit de algemene middelen bij.

Al eerder werd het ophalen van huisvuil in Oostzaan geprivatiseerd door inschakeling van het particuliere bedrijf BFI. Het organische afval gaat naar een composteringsfabriek in Purmerend en de rest naar de afvalverbranding in Amsterdam - sinds kort naar de nieuwe AVI-West, die de verouderde installatie in Oost heeft vervangen. Hierdoor zijn de kosten van verbranding aanmerkelijk gestegen, wat ook in de Oostzaanse tarieven tot uitdrukking komt. Betaalde een gezin in 1992 nog 185 per jaar, nu is daar ruim honderd gulden bijgekomen, wat neerkomt op 25 gulden per maand, maar als gevolg van Diftar wordt dat straks weer anders.

Minder aanvoer van huisvuil is het hoofddoel van Diftar. Volgens De Jonge is dat doel te bereiken als de burger meer werk maakt van afvalscheiding en op het gebied van verpakkingen “een bewuster inkoopgedrag” tentoonspreidt. Blijkens de jongste cijfers begint het stelsel nu al vruchten af te werpen. In december vorig jaar haalde de wagen van BFI bijna de helft minder huisvuil op dan in dezelfde maand van 1991: 128.000 tegen 250.000 kilo. Die opvallende daling laat zich deels verklaren doordat er destijds ook klein bedrijfsvuil werd meegenomen en nu niet meer. Daarnaast heeft het gebruik van de glasbak in Oostzaan een hoge vlucht genomen. Wethouder Vonk: “We hebben er glasbakken bij moeten zetten en ze worden nu bovendien twee keer per week geleegd.” Ook blijkt de stapel oud papier die Oostzaanse verenigingen met subsidie van de gemeente inzamelen, aanmerkelijk te groeien.

Hoewel de cijfers nog aan een analyse moeten worden onderworpen, wil Vonk er voorzichtig uit afleiden dat Diftar reeds in haar beginfase een preventieve werking heeft: “Je merkt nu al dat de mensen bewuster met hun afval omspringen en tegelijk zorgen dat ze minder huisvuil aan te bieden hebben. Bij de groenteboer zeggen ze: geef mij die bloemkool maar zonder stronk.”