Niet zonder prijs

Zonder Amerika gaat het niet. Deze waarheid werd weer eens bevestigd door de spanning waarmee de Europese staten uitkeken naar de formulering van een Amerikaans standpunt in de Joegoslavische crisis - die zij niet bij machte waren geweest tot een einde te brengen - en door de opluchting waarmee zij het Amerikaanse standpunt, nu het eenmaal geformuleerd is, verwelkomen.

Zonder Amerika gaat het niet. De vraag is nu of het met Amerika wèl zal gaan. Voorlopig denkt Amerika niet aan militaire actie. Immers, tot zo'n actie is het pas bereid als er “een voor alle partijen aanvaardbaar akkoord” is, dat dan niet nageleefd zou worden. Meer is niet uit de woorden van Amerika's nieuwe minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, op te maken.

Opdat er zo'n akkoord komt, is Amerika bereid deel te nemen aan de onderhandelingen, zal het kracht zetten achter de naleving van de economische sancties tegen Servië en zal het erop toezien dat het vliegverbod boven Bosnië geen dode letter blijft. Of dit voldoende zal zijn de Serviërs tot loyale medewerking te dwingen?

Die vraag wordt nog klemmender door de aankondiging dat president Clinton van plan is oorlogs- en andere misdadigers door een apart tribunaal te laten berechten. Dat zal degenen die zich aan zulke misdaden schuldig hebben gemaakt, alleen maar aansporen tot het bittere einde door te vechten.

Het lijkt dus weinig waarschijnlijk dat zo'n “voor alle partijen aanvaardbaar akkoord” er komt. Betekent dit dat er dus ook geen kans is op een militair ingrijpen? Volgens de letter van Christophers verklaring wèl: “Als er een uitvoerbaar akkoord is (...), zouden de Verenigde Staten bereid zijn het, samen met de Verenigde Naties, de NAVO en anderen, uit te voeren en af te dwingen, waarbij Amerikaans militair ingrijpen niet uitgesloten is.”

Formeel gaat de Amerikaanse toezegging tot actie over te gaan dus niet verder dan dit: alles, behalve de sancties en dat vliegverbod, wordt afhankelijk gemaakt van dat uitvoerbare (viable) akkoord, dat voor alle partijen aanvaardbaar moet zijn. Het kan natuurlijk zijn dat hiermee een eerste stap is gezet op het glibberige pad dat tot militaire interventie leidt, maar zover zijn we nog niet.

Maar als het zover komt, dan zullen de Amerikanen ongetwijfeld eisen dat de Europeanen een flinke steen aan zo'n interventie bijdragen. Het gaat immers om een crisis in Europa. Maar die eis zou wel eens tot een crisis in de Europees-Amerikaanse betrekkingen kunnen leiden. Het enige Europese land dat bereid lijkt een meer dan symbolische bijdrage te leveren, is Frankrijk, dat anders altijd zo dwars ligt.

Op de Wehrkundeconferentie die vorige week in München werd gehouden, werd duidelijk dat de Amerikanen vooral van de Duitsers verwachten dat zij, als het zover zou komen, in Joegoslavië militair zouden ingrijpen. Maar dat heeft bondskanselier Kohl ten enen male uitgesloten, met beroep op het nog verse verleden.

Die Duitse weigering is begrijpelijk, misschien zelfs te billijken, maar als zij de - even begrijpelijke - Amerikaanse reactie zou uitlokken dat er dan helemaal niet in Joegoslavië geïntervenieerd gaat worden, dan betekent dit dat het moorden daar doorgaat en dat ten slotte de Serviërs hun zin krijgen. Wat niet wil zeggen dat, mochten Amerikanen en voldoende Europeanen het wèl eens worden over zo'n interventie, zij zou slagen...

Kortom, de waarheid dat het zonder Amerika niet gaat, houdt niet in dat het met Amerika wèl gaat. In elk geval stelt de Joegoslavische crisis de Europees-Amerikaanse betrekkingen op nog dramatischer wijze op de proef dan in het recente rapport van de Atlantische Commissie Transatlantic Relations and the Management of Disorder werd geschetst.

Daarin wordt ook, in verschillende toonaarden, gezegd dat het zonder Amerika niet gaat en dat het in Europa onmisbaar is “als een kracht die een evenwicht weet te vinden tussen vaak uiteenlopende Europese inzichten en daardoor een matigende en verzoenende (bridge-building) invloed uitoefent”.

Dat is nog zwak uitgedrukt. Zelfs in Europa blijkt Amerika, bij gebrek aan Europese eenheid, de enige initiërende en mobiliserende kracht. Willen de Europeanen dat het die functie uitoefent, dan zullen zij daar een prijs voor moeten betalen. In dat rapport wordt de prijs genoemd die Nederland zou kunnen betalen: een groter aandeel in de kosten ter verzekering van vrede in Europa, bereidheid Amerikaanse troepen in Nederland te legeren, een grotere bijdrage aan de kosten van Amerikaanse infrastructurele faciliteiten.

Het is goed dat de Nederlanders met de neus op de consequenties van hun wensen gedrukt worden - iedereen wil immers dat Amerika een rol in Europa blijft spelen? -, maar in het licht van de Joegoslavische crisis is het de vraag of zelfs die prijs (die trouwens, zo ooit, niet dan met veel gezucht en gesteun betaald zal worden) wel voldoende is en of de werkelijke prijs die indruk zou maken, niet de bereidheid is, zo nodig, ook Nederlands bloed te vergieten waar ook Amerikaans bloed vergoten wordt.