"Minder de straat op is mooi meegenomen'

AMSTERDAM, 12 FEBR. “Onbewust moet ik ook het gevoel hebben gehad dat ik met dit spel over een half jaar tegen Kasparov geen kans had gehad.” Zonder al te veel wroeging en soms bijna opgelucht blikt Jan Timman terug op de verloren kandidatenfinale tegen Nigel Short. Wat de vervulling van een droom had kunnen zijn, zal nu omgesmeed moeten worden tot een leerzame ervaring. “Ik denk dat ik eerst maar eens een aantal toernooien moet winnen, als ik in de volgende cyclus hetzelfde wil bereiken en dan nog verder komen.”

Verliezen heeft een vernietigende werking op alles wat voorafging. Twee keer op rij drong Jan Timman door tot de finale van de kandidatenmatches, een prestatie die alleen maar is weggelegd voor schakers die onder een bijzonder gesternte zijn geboren. Bijna drie jaar geleden leed hij in Kuala Lumpur een smadelijke nederlaag tegen Anatoly Karpov. Minder dan twee weken geleden was het Nigel Short die Nederlands beste na-oorlogse schaker de felbegeerde match om de wereldtitel door de neus boorde. Van het een op het andere moment waren de soevereine match-overwinningen die Timman zover hadden gebracht vergeten en mocht hij ervaren dat het adagium van Raymond Ceulemans, bijna raak is helemaal mis, ook een algemene sportwet is.

Timman is er niet verbaasd over, net zo min als hij ervan opkijkt dat juist zijn persoon na een nederlaag het mikpunt wordt van betweterij en hoongelach. Zijn houding ten opzichte van de buitenwereld, een mengeling van zelfbewustzijn, verlegenheid en arrogantie, wordt gemakkelijk als puur hautain ervaren en dat heeft zijn prijs. “Ja, natuurlijk. Vae victis. Wee de overwonnenen. Dan krijg je het pas echt te bezuren. Omdat het ook zo meetbaar is. Je kunt je daar tegen wapenen door niet zoveel kranten en bladen te lezen en door minder mensen te zien. Minder de straat op te gaan. Als dat toch al iets is wat je liever niet doet is dat mooi meegenomen.”

Nadat hij van Karpov verloren had, verbleef Timman samen met zijn gezin zo'n drie weken op een aantal eilanden in het Verre Oosten voordat hij weer terugkeerde naar het leven van alledag in Amsterdam. Dit keer zocht hij geen geografische afzondering, maar hoopte hij voldoende rust te vinden in zijn studeerkamer. Aan de hand van een kort verhaal van zijn lievelingsauteur Borges legt hij uit hoe hij zich steeds doelbewuster probeert te distantiëren van de bemoeizucht van de publieke opinie. “Dat verhaal heet "Borges en ik', en hij beschrijft daarin dat hij soms op televisie of op een afstandje een Borges ziet die allerlei prijzen krijgt en handen schudt en interviews geeft. En hij veracht die Borges eigenlijk. Hij wil van hem af. Hij is zelf iemand die het liefste in zijn werkkamer zit. Die houdt van zijn loepen, zijn wandkaarten en zijn boeken. Dat is hij. Zo voel ik me ook wel eens. Als je rondloopt in een wereld waarin je steeds allerlei dingen moet zeggen voor de pers. Waar je dingen gevraagd worden waar je hoofd helemaal niet naar staat. Mensen die je vragen of je miljoenen wil verdienen. En dan moet je nog antwoorden ook, terwijl je eigenlijk weet dat je niks met die mensen te maken wilt hebben. Dat zijn verplichtingen die mij niet het liefste zijn in mijn leven. Het liefste zit ik thuis te werken of te lezen. Nog liever zelfs dan spelen, wat ik op zich al heel leuk vind.”

Een goede andere reden waarom hij spoedig terugkeerde naar de hoofdstad, is zijn gevoel dat deze nederlaag er bij lange na niet in slaagt om hem zo aan te grijpen als die tegen Karpov. Hoewel hij zich ook nu doelbewust tegen vretende onvrede probeert te wapenen. “Ik werp een soort relativeringsmechanisme op. Ik kan het heel goed relativeren. Veel beter dan in Kuala Lumpur. Toen was het echt een enorme slag voor me. Ook omdat ik Karpov al zo lang niet verslagen had.”

Hoewel hij benadrukt dat zijn tweekamp met Short een levendige match was, waarin steeds wel iets gebeurde, geeft Timman grif toe dat het niveau niet hoog was. Juist dat gebrek aan niveau blijkt een belangrijke factor waarom hij zijn uitschakeling zo nonchalant lijkt op te nemen. “Elke keer als ik nu terugdenk aan deze match, bedenk ik dat ik net zo goed de pest erover in kan hebben dat ik in het toernooi in Moskou laatste werd. Als je daar laatste wordt ben je niet echt een wereldkampioenschapskandidaat. Ik zou zowel daar als in de match goed gespeeld moeten hebben om een kans te maken tegen Kasparov. Zelfs als ik na dat resultaat een kleine overwinning had behaald op Short, had ik het ergste gevreesd.”

Ondanks de domper van Moskou vertrok hij gematigd optimistisch naar Spanje. De technische voorbereiding was goed geweest en zonder de waarheid geweld aan te doen kan hij daar nog steeds met tevredenheid over oordelen. “Het klinkt misschien een beetje cru, maar eigenlijk is hij met wit geen enkele keer met gelijkspel uit de opening gekomen. Dat ik het daarna steeds uit handen gaf heeft meer met mijn vorm van de laatste tijd te maken. Als je bedenkt dat ik in twee partijen na een half uur denken tot een verliezende zet besloot. Dat tast je zelfvertrouwen vreselijk aan.”

Daarnaast werd Short rijkelijk beloond voor de economische manier waarop hij zijn tijd indeelde en zijn opportunistische spel. “Hij ging vrij efficiënt met zijn tijd om. Hij speelde dan wel oppervlakkig, maar wist er steeds voor te zorgen dat hij meer bedenktijd had. Dat is hinderlijk in een match. Je probeert je te verdiepen in een stelling. Je tegenstander doet een oppervlakkige zet die niet de beste is, dat zie je meteen, maar jij zit weer over die stelling na te denken. Je ziet ook wel dat je goed staat, maar je ziet ook dat je tijd slinkt.” Timmans waardering voor Shorts spel kan dan ook alleen maar zeer gemengd van aard zijn. “Toen ik me op hem voorbereidde kwam ik tot de verbluffende conclusie dat hij eigenlijk tot de meest labiele en nonchalante tegenstanders hoorde die ik in de cyclus was tegengekomen. Dat is natuurlijk ook heel gevaarlijk. Zo heeft Karpov hem ook vreselijk onderschat. Want hij is natuurlijk wel heel getalenteerd en weet dat talent toch op een bepaalde manier om te smeden. Zodat het niet alleen maar rommel blijft. Hij verliest ook nooit de moed. Hij gaat maar door, ook als hij slecht of totaal verloren staat. Dat is een factor die je uit je evenwicht kan brengen.”

Timman wil er niet aan dat Short zich psychologisch gezien veel beter had voorbereid. Net zo min als hij een beslissende betekenis wil toekennen aan Shorts secondant Kavalek, die met name in de Engelse pers in toenemende mate mysterieuze krachten kreeg toegedicht. “Lubosh Kavalek heeft zelf meteen na de match toegegeven dat de match niet door iemand gewonnen is, maar door iemand verloren. Je kan wat dat betreft zeggen dat ik me niet goed heb ingesteld op de match, maar dat geloof ik niet. Dat hij zich juist erg goed zou hebben ingesteld lijkt me niet zo waarschijnlijk. Ik geloof dat hij een sterkere motivatie kende in de halve finale tegen Karpov, die hij niet onterecht beschouwde als een rudimentair uiteinde van het communistisch systeem. Tegen mij was zijn voornaamste motivatie dat hij miljonair wilde worden.”

Hetgeen niet zo'n slechte motivatie is voor iemand die onlangs zei dat zijn grootste angst was ooit arm te zijn. “Dat is waar ook. Helaas ben ik wat dat betreft minder bedeeld. Ik kan moeilijk loskomen van het Heer Bommel-principe dat geld geen rol speelt.”

Geld blijft voorlopig een allesoverheersende rol spelen in de gesprekken over de WK-match die deze zomer gespeeld moet worden. De kansen van Short worden, zeker buiten Engeland, nog steeds als nietig aangeslagen, hoewel Timman hem niet geheel kansloos wil achten als hij hard aan zijn openingsrepertoire zou schaven. Een onderneming waarbij hij Short volgens een afspraak van voor de match nog steeds terzijde zou willen staan. Afgezien van een torenhoog aanbod van zo'n tien miljoen gulden van de omstreden Joegoslaaf Vasiljevic zijn de aanbiedingen tot nog toe zwaar teleurstellend. De 1,25 miljoen van Santiago de Compostella is in ieder geval aanzienlijk minder dan wat Short voor ogen moet hebben gezweefd. Timman reageert ietwat verbaasd wanneer hem de theorie wordt voorgelegd dat Kasparov moedwillig streeft naar een zo laag mogelijk prijzenfonds. Op de Duitse televisie deed de wereldkampioen onlangs zijn uiterste best om de match als totaal oninteressant voor sponsors af te schilderen. Niet alleen zou hij zo Short, die niet echt tot zijn vriendenkring hoort, een loer kunnen draaien, maar eveneens de door hem gehate Grandmasters Association die voor haar voortbestaan sterk afhankelijk is van het percentage van het prijzengeld waar zij recht op heeft.

“Tja, dat toernooi in Moskou probeerde hij ook te saboteren. Dat is een soort tweede natuur van hem geworden. Mij had hij er niet mee gehad, maar misschien heeft hij er Short mee. En de GMA, want daar is hij ook nog steeds mee bezig. Ik vind het soms een beetje moeilijk om me in zulke gedachtenkronkels te verplaatsen. Toen ik dat op de Duitse televisie hoorde, dacht ik wel, dat klinkt behoorlijk stompzinnig. Zou er iets achter zitten? Misschien dus wel, ja.”

Een goed moment om Timman eraan te herinneren dat ook bij hem geld soms een rol speelt. Voor zijn match tegen Karpov beloofde hij zijn dochter in geval van winst een pony. Dat ging niet door. Stond er op een overwinning op Short ook een pony? “Kijk, het is steeds een cyclus van drie jaar. En mijn dochter is nu veertien. Ik heb alvast een voorschot genomen op de volgende cyclus en ze krijgt toch een pony. Anders is ze al bijna van school af en dan vindt ze het niet leuk meer. Mijn zoon is drieëneenhalf jaar jonger en die kan hem dan tegen die tijd overnemen. Dat is een voorschot. Om die belofte echt in te lossen moet ik nog proberen wereldkampioen te worden. Of in ieder geval uitdager. Dan is alles OK.”