Max Frisch: Lastige vragen. Vertaald door Hans ...

Max Frisch: Lastige vragen. Vertaald door Hans Hom. Met een nawoord van Marcel Möring. Uitg. Meulenhoff, 102 blz. Prijs ƒ 16,90.

Leo Perutz: De meester van de Jongste Dag. Vertaald door Nelleke van Maaren. Uitg. De Arbeiderspers, 183 blz. Prijs ƒ 39,90.

Elfriede Jelinek: Uitgesloten. Vertaald door Ria van Hengel. Uitg. Van Gennep, 251 blz. Prijs ƒ 37,50.

Renan Demirkan: Zwarte thee met drie klontjes suiker. Vertaald door Carlien Brouwer. Uitg. De Geus-EPO, 118 blz. Prijs ƒ 29,90.

Herta Müller: Reizigster op één been. Vertaald door Gerda Meijerink. Uitg. De Geus-EPO, 142 blz. Prijs ƒ 29,50.

“Gesteld dat u nooit iemand om het leven hebt gebracht: hoe verklaart u dat het nooit zover is gekomen?” In zijn Dagboek 1966-1971 nam Max Frisch tien vragenlijsten op, die nu, samen met een elfde lijst, vertaald en gebundeld zijn. De auteur van Lastige vragen wil de intiemste dingen van de lezer weten. Huwelijk, gezin, geld, bezit, vriendschap, hoop, Heimat, dood en sterven - al die thema's wekken zijn nieuwsgierigheid. Wie van plan is de vragenlijsten serieus in te vullen, moet daar zeker een paar dagen voor uittrekken. "Houdt u van iemand?' lijkt nog vrij eenvoudig te beantwoorden, maar dan vraagt de schrijver door: "En waar leidt u dat uit af?'

Met zijn scherpzinnige manier van ondervragen dwingt Frisch de lezer haast tot eerlijkheid. Alleen, wat is dat: eerlijkheid? Zelfs wie bijvoorbeeld ruiterlijk toegeeft dat hij tot een lustmoord in staat is, houdt zichzelf waarschijnlijk voor de gek. Wat weten wij nou van het beest in onszelf?

Frisch' Lastige vragen roepen waslijsten van tegenvragen op en dat is ook de bedoeling van de schrijver, die een dialoog met zijn lezers wil aangaan. Opvallend genoeg richt hij zich vrijwel uitsluitend tot zijn seksegenoten. "Zou u uw vrouw willen zijn?' vraagt hij uitdagend, en: "Wanneer u met een andere vrouw naar bed gaat, ervaart u zichzelf dan als vader?' In het oerconservatieve Zwitserland deden Frisch' antipatriarchaal getinte vragenlijsten destijds veel stof opwaaien, maar het kwam kennelijk niet bij hem op dat je ook met vrouwen een goed gesprek kunt voeren.

Max Frisch: Lastige vragen. Vertaald door Hans Hom. Met een nawoord van Marcel Möring. Uitg. Meulenhoff, 102 blz. Prijs ƒ 16,90.

Wenen in de herfst van 1909: kort na elkaar vinden hier vier vrijwel identieke moorden plaats. De slachtoffers, zo blijkt later, zijn stuk voor stuk kunstenaars die in een artistieke crisis verkeerden. Zij hoopten inspiratie op te doen met behulp van een drug die door een zestiende-eeuwse Florentijnse kunstschilder was uitgevonden. Wie dit roesmiddel rookt, ziet een tafereel in de schitterendste kleuren voor zich, een visioen waarbij alle kunstwerken verbleken. Dit visioen is tevens het eigen Laatste Oordeel, het trauma dat de roker zijn hele leven onbewust heeft meegesleept en dat hem nu de das omdoet.

Over het verband tussen angst en creativiteit gaat De Meester van de Jongste Dag, het tweede deel uit een groots opgezet Perutz-vertaalproject. De Weens-joodse auteur Leo Perutz (1882-1957) schreef deze roman in een tijd waarin Sigmund Freud en andere stadgenoten druk met verdovende middelen experimenteerden. Bij mijn weten was Perutz zelf geen druggebruiker en dat verklaart wellicht waarom de hallucinaties in zijn roman een nogal gekunstelde indruk maken. Perutz, die lange tijd als verzekeringswiskundige de kost verdiende, gaat bij zijn speurtocht naar de afgronden van de menselijke ziel door en door systematisch te werk. Blijkbaar had hij zoveel plezier in het verzinnen van spannende intriges dat de angst, volgens zijn eigen theorie toch de motor van het creatieve proces, daarbij als sneeuw voor de zon verdween.

Leo Perutz: De meester van de Jongste Dag. Vertaald door Nelleke van Maaren. Uitg. De Arbeiderspers, 183 blz. Prijs ƒ 39,90.

De vier jeugdige hoofdpersonen uit Elfriede Jelineks roman Uitgesloten, die zich eveneens in Wenen afspeelt, zijn niet verslaafd aan verdovende middelen, maar aan iets nog veel ergers: zij genieten van geweld. In het begin is het moeilijk om sympathie op te brengen voor deze verdorven pubers, die zomaar, zonder dat ze het geld nodig hebben, wildvreemde mannen beroven en in elkaar slaan. Gaandeweg ga je hun haatgevoelens echter steeds beter begrijpen. Het is de haat van een generatie die in de oorlog werd verwekt, door de beulen en de slachtoffers van het nazi-regime.

“De Sade zegt dat je misdaden moet plegen. (-) Wij zijn monsterlijk, ook al zien we er ter camouflage als burgers uit. Wij zijn de kinderen van burgers, maar blijven daar niet staan.” Zo theoretiseren Rainer en Anna Witkowski er op los, te pas en te onpas De Sade, Sartre, Bataille en Camus citerend, vol verachting voor alles en iedereen. Zij zijn de ideologen van de bende en over hen schrijft Jelinek sarcastisch en medelevend tegelijk. Zo heeft de aankomende dichter Rainer ergens gelezen dat kunst de mensen boven de misère van hun omgeving uittilt, maar zijn brein brengt triest genoeg alleen maar smerigheden voort. Met vader en moeder Witkowski daarentegen heeft de schrijfster geen greintje mededogen; zij zijn slechts verschrikkelijke karikaturen. “Ik heb trouwens een idee voor een nieuwe fotoserie”, zegt de eenbenige vroegere SS-officier tegen zijn slaafse echtgenote. “Ik zou sneden, scheuren en kleine gaatjes in je huid kunnen maken.”

Elfriede Jelinek, zelf vlak na de oorlog geboren, staat aan de kant van de jongeren, die, hoe verrot ook, tenminste nog ergens tegen protesteren. De volwassenen hoef je volgens haar niet serieus te nemen; die hebben er een puinhoop van gemaakt.

Elfriede Jelinek: Uitgesloten. Vertaald door Ria van Hengel. Uitg. Van Gennep, 251 blz. Prijs ƒ 37,50.

In een Keulse kraamkliniek wacht een vrouw van Turkse afkomst op het moment dat haar kind met de keizersnede gehaald zal worden. De anesthesist laat op zich wachten en in die spannende uren schieten de vrouw allerlei herinneringen uit haar kinderjaren te binnen. Zwarte thee met drie klontjes suiker is de debuutroman van Renan Demirkan (1955), die in Ankara werd geboren en in de Bondsrepubliek opgroeide, waar zij nu een bekend actrice is.

In korte, sobere scènes schetst zij het leven van de naamloze jonge vrouw: de gelukzalige kleuterjaren op de hazelnootplantage van haar grootouders, de verhuizing naar Keulen, de eenzaamheid van het opgroeiende meisje temidden van haar Duitse klasgenootjes en de ontworteling van het gezin. “Het is niet de weg uit het stof naar het glimmende asfalt”, zegt de moeder, “niet die drieduizend kilometer die meetbaar zijn, het is de blik achterom die steeds schimmiger is geworden. Met elke stap ben ik blinder geworden.” Het meisje reageert agressief wanneer zij op haar Turkse nationaliteit wordt aangesproken. “Ik ben een kosmopoliet!” roept zij dan kwaad. De aanstaande grootouders, die in Duitsland wegkwijnen maar het niet kunnen opbrengen voorgoed naar Turkije terug te keren, hebben al hun hoop op de ongeborene gevestigd: “ "We moeten onze kleindochter die grappige verhalen over Hacivat en Karagöz vertellen.' Moeder knikte: "En ook aan Ali. Dan maak ik kip met walnoten.' ”

Renan Demirkan: Zwarte thee met drie klontjes suiker. Vertaald door Carlien Brouwer. Uitg. De Geus-EPO, 118 blz. Prijs ƒ 29,90.

“Gevaar voor aardverschuivingen”, zo luidt de tekst op een waarschuwingsbord aan de steile kust waar Irene, de heldin uit Reizigster op één been, haar jeugd doorbracht. Herta Müller (1953), die in Timisoara, Roemenië, tot de Duitstalige minderheid behoorde totdat zij in 1987 naar Berlijn kwam, beschrijft in deze roman de ontreddering van een vluchtelinge. Irene, afkomstig uit een naamloos land met hoge prikkeldraadversperringen langs de grenzen, volgt op een dag de Duitser Franz naar de Bondsrepubliek. Daar blijkt dat zij elkaar totaal niet begrijpen, ook al spreken ze allebei Duits. Hoewel Irene nog twee andere minnaars achter de hand heeft, voelt zij zich reddeloos verloren in de grote stad Berlijn. Zij is het niet gewend om over zichzelf te praten. Heeft de dictatuur waarin zij leefde haar monddood gemaakt? We kunnen er slechts naar gissen, want de schrijfster laat vrijwel niets over Irenes verleden los. Herta Müller is al even bedreven in het zwijgen als haar protagoniste en deze kunst van het weglaten geeft het boek een spanning die tot het eind toe wordt volgehouden, zonder dat er een ontlading volgt.

Herta Müller: Reizigster op één been. Vertaald door Gerda Meijerink. Uitg. De Geus-EPO, 142 blz. Prijs ƒ 29,50.