Liga: politie moet richtlijn beter naleven

AMSTERDAM, 12 FEBR. De Coornhert-Liga, vereniging voor strafrechthervorming heeft de ministers Dales (binnenlandse zaken) en Hirsch Ballin (justitie) gevraagd de politie meteen en nadrukkelijk te wijzen op de richtlijnen over het omgaan met arrestanten. In een brief aan de bewindslieden wijst de Liga erop dat deze "Richtlijnen inzake de behandeling van zich onder de zorg van de politie bevindende personen', die in oktober 1987 van kracht werden, kennelijk niet voldoende bekend zijn. Bovendien wil de Liga in alle gemeenten commissies van toezicht, zoals die nu alleen in Amsterdam en Den Haag bestaan.

Directe aanleiding is het onderzoek van de Rijksrecherche naar de dood van de 32-jarige Turk H. Köksal begin januari in Venlo. Volgens justitie in Roermond heeft de politie bij de arrestatie van de man ernstige fouten gemaakt, zodanig dat een strafrechtelijk onderzoek is ingesteld naar de vraag of de agenten dood door schuld te verwijten valt.

De Liga vraagt de ministers ook de korpschefs te laten controleren of de dienstorders op de bureaus inmiddels zijn aangepast aan de Richtlijnen van 1987. Wat dat laatste betreft is niet alleen de dood van Köksal de aanleiding. Eind 1991 overleed een arrestant in een cel van het politie-bureau van Hoorn, nadat hij 's nachts bij een inbraak was gearresteerd. Het onderzoek van de Rijksrecherche in die zaak wees ook uit dat er fouten zijn gemaakt. Zo hadden de agenten die de zorg voor deze arrestant droegen een arts moeten bellen, toen bij fouillering bleek dat de man medicijnen gebruikte. Nadere vragen van de Coornhert-Liga naar deze affaire wees uit dat de dienstorders in Hoorn nog niet waren aangepast. De korpschef heeft de procureur-generaal daarvoor als reden opgegeven dat "aanpassing van dienstorders traditioneel met enige vertraging plaatsvindt'. De Liga stelt in haar brief ernstig bezorgd te zijn als blijkt dat deze "traditionele vertraging' kennelijk een periode van zes jaar beloopt.