Intellectuelen zijn onesthetisch; Vierde boek van Delibes in vertaling

Miguel Delibes: Vijf uren met Mario. Vert. Sophie Brinkman, 252 blz. Uitg. BoekWerk. Prijs ƒ 29,90.

Miguel Delibes (1920) is met Nobelprijswinnaar Cela de beste Spaanse schrijver van de generatie die in de jaren na de Burgeroorlog van 1936-1939 begon aan een oeuvre dat nog altijd niet is afgesloten. Beiden leven immers nog. In de tijd dat zij debuteerden, de verstikkendste tijd van het franquisme, bestond in Spanje geen vrijheid van meningsuiting, maar de censuur was vanaf het begin inconsequent en ondoorgrondelijk in haar optreden, alsof ze te dom was om de sluipwegen van de schrijvers te volgen. Iedere toerist heeft kunnen vaststellen hoe op een gegeven moment Mein Kampf naast Het dagboek van Che Guevara in de etalages lag. Er zijn ook wonderlijke gevallen van willekeur bekend. Zo moest in de vertaling van Mulisch' Stenen bruidsbed het woord "rood' het ontgelden, iets waar vertaler Lorda geen vrede mee had, maar de schrijver zelf uiteindelijk wel.

Over Delibes en de censuur valt weinig te melden. In 1973 ontstond deining rond de verschijning van zijn El principe destronado (De onttroonde vorst), maar titels die daarvoor al bedekt maar onmiskenbaar het franquisme aanklaagden ondervonden officieel geen hinder. Hij is altijd in Spanje gebleven en heeft er al zijn boeken gepubliceerd, net als Cela. Maar afgezien hiervan en van het gegeven dat ze generatiegenoten zijn, heeft Delibes weinig met Cela gemeen.

De laatste munt uit in expressiviteit, in hartwringend cynisme en in een volks soort lolbroekerij. Cela proef je per zin, Delibes is de vakman die je per boek begrijpt en waardeert. Hij varieert graag en het is of hij bij elk boek het liefst helemaal opnieuw zou beginnen.

Toch zijn bij hem terugkerende karakteristieken aan te wijzen, waarvan sommige, zoals het feit dat hij een hartstochtelijk jager is, particulier zijn, maar andere van algemeen stilistische aard. Delibes' keurmerk is het realisme met de ironische ondertoon. Intellectualisme, iets dat naar high brow zweemt, is hem vreemd. In de tijd van de transicion (overgang), de periode na Franco, toen de Spaanse schrijvers alsnog de bestaande taboes doorbraken en zich uitleefden in experimenteerlust, bleef Delibes realistisch en ironisch, op zoek - dat dus wel - naar nieuwe perspectieven.

Gezond verstand

Bij ons is hij niet erg bekend. Des te beter dat het Groningse BoekWerk nu stelselmatig zijn belangrijkste titels in het Nederlands lijkt uit te brengen. Eerder kwamen De heilige dwazen (ook als film bekend), De weg en Het rode vloeitje al aan de beurt. En zojuist is in vertaling Vijf uren met Mario uitgekomen, een roman uit 1966, de tijd dat Franco nog leefde en kritiek nog slinks moest worden geuit, verzekerd als ze was van de officiële en, dat vergeet men graag, de goedburgerlijke afkeuring. Daarover precies gaat de roman. Wij lezen de gedachten van een Franco-gezinde vrouw die schermend met haar gezond verstand iedere hang naar eigenzinnigheid uitlacht.

In literaire kringen moet de vorm van Vijf uren met Mario in Spanje opzien hebben gebaard. Die vorm was in het buitenland wel beproefd, en niet alleen bij toneelschrijvers; ik denk aan Dostojevski's De zachtmoedige waarvan deze Delibes ook inhoudelijk veel heeft. Maar dit is het eerste Spaanse boek dat uit één lange monoloog bestaat, al denk ik toch weer even aan Cela, die welbeschouwd in De familie van Pasqual Duarte zijn hoofdpersoon eveneens liet monologiseren en uitleggen hoe zijn geëffectueerde moordlust is ontstaan. De hoofdpersoon van Cela wint allengs onze sympathie; die van Delibes niet, althans niet de mijne en niet, lijkt mij, die van de auteur.

Het begin en eind van Delibes' Vijf uren met Mario behelst een verslag van obligaat condoléancebezoek aan een weduwe. Daartussen zitten de vijf uren van de titel die dezelfde weduwe doorbrengt naast het lijk van haar man en waarin ze hem haar waarheid (“Het is niet omdat ik het zeg, maar...”) in de vorm van een lange stroom herinneringen en argumenten nog eens inpepert. Het is duidelijk dat ze dat ook tijdens zijn leven zo vaak mogelijk heeft gedaan, want ze is het type dat zich blijft verbazen over de gekte en domheid van anderen, terwijl alles toch zo duidelijk is. Ze is, kortom, een die-hard en een kakel en bovendien een dame die geneigd is zich te schamen voor de buren. Resoluut is ze zeker. Zo zouden intellectuelen als haar Mario met hun witte spillebenen van het strand geweerd moeten worden omdat ze "onesthetisch' zijn. Dat Mario als leraar en schrijver zoveel woorden nodig heeft om uit te leggen dat het verkeerd verdeeld is in de wereld, wat iedereen weet, vindt ze een reuze mop, en reuze stom.

Niet aflatend zoekt de vrouw, getooid met de naam Carmen, naar voorbeelden en details die haar gelijk kunnen bewijzen. Ze draait in kringetjes. Voorvallen die traumatisch zijn geweest, zoals haar mislukte huwelijksnacht, komen terug. Niet dat Carmen lijdt. Nee, ze hoont. En haar hoon maakt nieuwe hoon los, zodat ze ten slotte rondtolt in haar eigen sluitend gelijk. Wij ontwaren als lezer al snel de contouren van een bekrompen en tot overmaat van ramp kokette vrouw die bezit de enige maatstaf voor geluk vindt. Haar grote frustratie is de Fiat 600 die ze nooit heeft gehad en op een goede tweede plaats komt de halfbakken romance met een buurman over wie ze het almaar heeft en die zoveel in haar zou zien, maar die waarschijnlijk vooral door haar is belaagd. Aan het eind van de vijf uren met Mario is Carmen ingestort. Zolang hij er was kon ze haar gram en spotlust op hem botvieren. Nu wacht haar het weinig glorieuze vooruitzicht haar gelijk in eenzaamheid te moeten dragen.

Zo samengevat is dit een clichébeeld van een aan het idiote grenzend contrast tussen huwelijksgezellen, en dat is het ook. Maar het is meer. Delibes, die zich nergens mee bemoeit, verwerkt zijn kritiek impliciet, door als een advocaat van de duivel zijn anti-heldin aan het woord te laten en zichzelf te laten portretteren. Daardoor is de monoloog een absurdistische roman geworden waarin niet alleen enkele levens maar een hele klasse en een heel tijdperk worden gekenschetst. Burgerdames als Carmen beroepen zich immers op waarden die bij het franquisme aansluiten: behoudzucht, intolerantie ten aanzien van andersdenkenden en wantrouwen jegens echte creativiteit. Carmens sluitend gelijk is beslist gevaarlijker dan je zo lezend zou denken.