Ik zie er helemaal uit als mezelf; Plastische chirurgen met hun vrouwen bij Oprah Winfrey

Hoe kijk je naar iemand die van zichzelf zegt: “I look more like me than I ever did” en die dat uiterlijk te danken heeft aan een plastisch-chirurgische operatie? En hoe kijkt zo iemand terug?

Hoe moeten we de plastische chirurg beschouwen? Als een dokter, of als een kunstenaar? In de talkshow van Oprah Winfrey waren onlangs maar liefst vijf van zulke chirurgen op bezoek. Vier van hen hadden hun vrouw meegenomen. Die hadden ze eigenhandig behandeld, en dit leverde een gecompliceerd, ongemakkelijk schouwspel op, te meer daar ook de chirurgen voor een deel, en gedeeltelijk, onder het mes waren geweest.

Ik heb het programma opgenomen en enkele malen bestudeerd. Het is onontbeerlijk studiemateriaal voor iedereen die zich afvraagt hoe liefde en macht zich tot elkaar verhouden, en die soms ook wel wil weten of het waar is dat de manier waarop mensen naar elkaar kijken steeds harder wordt.

Van vrijwel alle genodigden werden foto's getoond, van voor en na de behandeling. Winfrey las op haar lakonieke, kordate toon de waslijsten correcties, ingrepen en touch-ups voor die men had laten aanbrengen. Sommigen van de chirurgen lieten nog foto's zien van hun eigen kinderen die ze verbeterd hadden, en in de zaal was ook nog een schoonmoeder van een van hen aanwezig, en die was ook sterk verbeterd.

De speciale aandacht ging uit naar de echtgenotes. Ze waren tussen de veertig en de vijftig. Ze vonden het prettig om naar hun leeftijd te laten raden, en vervolgens raadselachtig te zwijgen. Ik kreeg de indruk dat ze vastbesloten waren nooit ouder dan vijfendertig te worden. Ik stel me voor dat ze enige tijd geleden hadden gemerkt dat hun uiterlijk veranderde omdat zij ouder werden: ook hadden ze opgemerkt dat de wijze waarop er naar ze gekeken werd veranderde. Daarop waren ze diep naar een verandering van hun uiterlijk gaan verlangen. Het kwam goed uit dat ze getrouwd waren met iemand die dat voor hen kon doen. En nu zij eenmaal veranderd waren leek het alsof hun gezichten nooit meer zouden veranderen, alsof ze voor eeuwig in een soort verstarring terecht waren gekomen. Bij een vrouw, de oudste vermoed ik, was de huid na vele verbeteringen zo strak geworden dat het onveranderlijkste, haar naakte schedel, al goed raadbaar was.

Als iemand uit het publiek probeerde uit te leggen hoe onnatuurlijk hij of zij deze vorm van chirurgie vond (waarbij ik steeds maar dacht: "natuurlijk' is niks), dan wierpen de vier echtgenotes een speciale blik terug. En met die blik mee begonnen ook wij weer naar de tegenstanders te kijken, die inderdaad voor correctie, ingreep en verandering vatbaar waren.

Maar ook de dokters verdienden grondige aandacht. Ze waren vergelijkbaar met schrijvers die in een boekhandel achter hun roman zitten om te signeren - alleen kon je hun magnum opus in een oogopslag in je opnemen. Het mes zetten in het gezicht van je eigen vrouw; de spieren van haar aangezicht in de richting van haar oren trekken; iets uit haar dijbeenvet zuigen en dat weer in de groeven rond haar mond spuiten; haar neus openen om haar neusvleugels een fractie van vorm te laten veranderen, - dit alles van te voren bedenken, tijdens een "indepth-consultation', het plan voorleggen aan de betrokkene, het ontwerp vervolgens uitvoeren en haar na de operatie bekijken en zien dat het goed is, en dan zeggen: "schat, je bent zo mooi als ik je vind'; het is duidelijk dat hier met geavanceerde technieken een oeroud verlangen wordt vervuld.

Een minnaar kan zijn geliefde nooit helemaal hebben. Toch zou hij haar soms zelfs wel willen zijn. Een plastisch chirurg die zijn eigen vrouw behandelt komt een heel eind in die richting - want als zijn vrouw na zijn behandeling even aantrekkelijk gevonden wordt als verhoopt, dan valt men op zijn werk, dan is er weer een stapje gezet richting God de Schepper.

Barbiepop

En toch, hoe blakend van kunstenaarsvertrouwen de chirurgen ook waren, en hoezeer ze ook de indruk wekten volmaakte wederhelften te zijn, toch maakte ik me sterk dat ze op een bepaalde manier ook onrustig waren. Dat merkte je aan de zalvende toon waarop een van hen zei dat iedere gelaatscorrectie ook iets fantastisch innerlijks teweeg bracht. "Something magnificent happens inside', zei hij letterlijk. Terwijl hij dit zei gleed de camera naar zijn vrouw, die eerder had betoogd "absoluut geen barbiepopideaal na te streven', maar die toch op een of andere manier iets onmiskenbaar opblaasbaars had, alsof ze na de show weer opgerold zou worden en in een handzaam tasje mee naar huis genomen. Terwijl we naar haar keken probeerden we er achter te komen wat er voor magnificents gebeurd was met haar inside.

Het programma wordt nu en dan onderbroken voor reclame. Te zien was, behalve iets zwoels van Baccardi en iets metaligs van Mazda, ook een charitatief spotje waarin een vrouw zonder vingers de was deed en een gironummer verscheen. Die vrouw werd weer gezien door een automobilist die, stoppend voor een licht, naar een heel mooi meisje keek, en toch zijn blik losrukte om naar een affiche van het leprafonds te kijken.

De dokter die had gezegd dat er iets fantastisch van binnen gebeurt had ook enigszins melancholiek geklonken. Er was iets fantastisch met haar gebeurd van binnen, en hij was daar de auteur van geweest, hij had haar ontworpen en uitgevoerd. Nu zat hij weer naast haar, want het programma ging door, en de hele wereld, voor zover die per kabel verbonden was met dit beeld, kon haar eens goed gaan bekijken, de vrouw met het fantastische binnenste, - en je voelde aan alles hoe er een afgrond begon te gapen.

De vrouw keek stralend en gepantserd rond. Er viel werkelijk vrijwel niets aan haar te corrigeren, - maar waar was haar binnenste nu? Welke vraag moest Winfrey stellen om ons met deze inborst in aanraking te brengen? Welke operatie moest haar man nog verrichten om haar inside aan het daglicht te brengen?

Het gesprek kreeg nu een filosofische wending, want de dokters wilden desgevraagd wel toegeven dat ze van oorsprong echte artsen waren, die heus ook wel "reconstructie-werk' hadden gedaan. Daarmee bedoelden ze dat ze verminkte mensen hadden opgelapt, wat me fascinerend werk lijkt, maar waar zij zelf nogal terloops over spraken, alsof ze er liever niet voor uitkwamen. Het was, geloof ik, een beetje genant dat zij in het reconstructiewerk hadden gezeten, zoals het voor sommige zakenmannen moeilijk is zich te herinneren dat ze met Pax Christi hebben meegelopen. Het was in ieder geval duidelijk dat verbrande mensen hun gezicht teruggeven oneindig veel minder boeiend werk was dan het veroorzaken van iets fantastisch van binnen.

Een van de dokters had zelf een touch-up aan zijn mondhoeken laten doen, waardoor hij permanent geamuseerd glimlachte. Hij was bezig de kern van zijn professie te raken met waardige formuleringen, en hij vertelde dat hij een keer een gesprek tussen cliëntes in zijn wachtkamer had afgeluisterd. Een van hen had gezegd: "I look more like me than I ever did'. Eigenlijk was het jammer dat de dokter gedwongen was om te glimlachen toen hij dit vertelde, want er werd hier een gewichtig punt bereikt. "I look more like me than I ever did'. Het had hem hevig ontroerd, deze ontboezeming van zijn cliënte, en ook nu dreigde er een floers te ontstaan onder de oogleden waarvan hij even tevoren had uitgelegd hoe hij ze had weten weg te werken.

En weer gleed de camera langs het gezelschap. Ze zien er meer dan ooit uit als zich zelf. Zoals ze er nu uit zien, zo willen ze er uit zien, want zo zijn ze. Ze zijn zoals ze er uit zien. Zich zelf.

Het verbazingwekkendste is altijd weer je eigen blik, die als een spiegel is: je kaatst terug wat je ziet. Weer had je gekeken naar een vereende poging om schoonheid voor te stellen als iets dat mensen moet pantseren, andermans ogen uitsteken, immuniseren. Klinisch, dat is het laatste wat je blik zou willen zijn.