Het nieuwe oog van de buren; De wederopbouw van het sociale leven op de televisie

Het publiek kijkt tegenwoordig niet alleen tv, het treedt steeds vaker op in tv-programma's, in quizzen en andere spelletjes. Maar de mensen die optreden in het programma All you need is love willen geen spel. Ze willen hun leven veranderen. Zullen we het weer goed maken, vraagt een meisje voor de camera aan haar ex-vriend. En onder toeziend oog van presentor Robert ten Brink en drie miljoen kijkers gebeurt dat ook. “De televisie moet slagen waar hun leven faalt.”

All you need is love, elke dinsdag om 20.20u. op Nederland 2.

Judith geeft zich over aan de dingen om haar heen. De camera loopt, de tribune kijkt toe en presentator Robert ten Brink neemt haar aan de arm naar het zitje op de studiovloer. Ze bloost. Ze wil iets zeggen maar giechelt en bloost dieper, tot in haar nek, en dan moet een meegekomen tante het maar zeggen. Judith zou zo graag eens uit met Johan, een jongen die bij dezelfde rijschool gaat als zij, maar ze durft het hem niet te vragen. Is het niet, Juud?

Judith verdwijnt in haar krullen.

Maar dat is toch niets om je voor te schamen, vindt Ten Brink. Dat kun je best aan Johan vragen, geeft helemaal niks. Toch? Hé, Judith. “Weet je, anders zeg je gewoon dat Robert het heeft gezegd: de volgende keer dat je Johan ziet moet je zeggen: "Wil je een keer met me uit!?”

“Da's makkelijk praten.”

“Zullen we het afspreken?”

Judith kijkt naar de grond en giechelt. “Da's goed.”

De regie schakelt over naar een verborgen camera in de lesauto van Johan, die op dat ogenblik door zijn instructrice naar de studio wordt gedirigeerd "om de volgende klant op te halen'. In het avonddonker stuurt hij de poort binnen, de gangen door, de opslag langs, en dan staat hij plotsklaps onder de schelle lampen van de zaal - recht voor het zitje van de presentator. Hij wordt begroet door Ten Brink, stapt uit en kijkt naar Judith met de volslagen kalmte die bij verbijstering hoort.

“Nou heeft Judith iets met mij afgesproken,” zegt Ten Brink. “Judith, weet je nog?”

“Eh, ja.”

“Ga je gang.”

Judith mompelt. Johan zegt ja, de zaal juicht en Judith stort zachtjes in van geluk.

Het televisieprogramma All you need is love brengt mensen samen die daar zelf niet goed in slagen. Wie een nieuwe liefde wil benaderen, of juist een oude, kan terecht bij Robert ten Brink. Hij helpt. Hij gaat bij de ene partij langs, haalt de andere naar de studio, verzint een list en verzoent waar mogelijk. Manipulatie van gevoelens maakt hij tot een vreugde voor alle betrokkenen. Na de eerste uitzendingen in het najaar begon vorige week dinsdag bij Veronica een tweede reeks, en het moet gezegd, je zit klam van het meeleven voor de televisie.

Huiskamer

De formule ligt in het verlengde van de talloze shows die de laatste jaren amusement maken uit echte mensen met echte gevoelens, zeg maar: uit hun eigen publiek. Kijkers bootsen artiesten na in de (Mini)Playback-show, zingen zelf in de Soundmix-show, vieren feesten en jubilea in TV-masqué, brengen elkaar een bloemetje in de Vijf-uur-show, vinden doodgewaande vrienden terug in de Surprise-show, zoeken een partner bij Liefde op het eerste gezicht en doen een huwelijksaanzoek bij Love-letters, waar ze ter plekke kunnen trouwen als ze winnen. De kijker is bezig aan een gestage verovering van de beeldbuis en tv-amusement gaat steeds meer lijken op de home-video's bij De leukste thuis: gemaakt in familiekring, opgestuurd naar Hilversum en uitgestraald over heel het land. De ene huiskamer mag binnenkijken in de andere. Kijkers kijken naar kijkers. Ze zien zichzelf.

Op tv zijn ze alleen gelukkiger. Achter het glas zijn de mensen geestig, goedlachs en onbezorgd. Als ze zich inspannen is het om te ontspannen. Hun hele leven wordt een gezelschapsspel, opwindend maar zonder de minste consequentie voor de werkelijkheid. Al zetten ze bij een dating- of huwelijksshow hun meest gekoesterde gevoelens in, langs ondoorgrondelijke wegen komen ze toch weer ongeschonden uit de strijd. Het is hoog spel, maar wat is de inzet? Wie wint krijgt applaus, wie verliest krijgt ook applaus. Wie een partner wint per quiz wint eigenlijk niets, want de liefde berust op niets. Wie van de studio naar huis gaat vindt zijn leven terug zoals hij het achterliet.

Behalve bij All you need is love, en dat maakt het programma van een heel andere orde. De mensen die hier in beeld zijn willen geen spel, ze willen hun leven veranderen en denken via de tv te bereiken wat hen thuis niet lukt. Ze slaan een brug tussen beeld en werkelijkheid: de televisie moet slagen waar hun leven faalt. (En ze zijn met velen. Het 06-nummer dat openstaat voor aanmeldingen wordt op uitzendavonden vijftien- tot twintigduizend keer gedraaid, met uitschieters tot boven de dertig.) Mensen gaan in All you need als Alice door de spiegel en terug. Kijk goed, en je ziet iets nagenoeg magisch.

Home-video

De regie schakelt van de studio naar een huiskamer, opnamen van een paar dagen eerder. Robert ten Brink zit aan tafel bij een jonge vrouw, Loes, die vertelt hoe moeilijk het is een omgangsvorm te vinden met haar ex-vriend Martin, die ze een jaar geleden verliet. Ze zou graag willen dat ze elkaar weer in de ogen konden kijken, gewoon, zonder hartzeer, als vrienden, maar voorlopig lijkt er geen denken aan. Als ze Martin opzoekt, zitten ze als kemphanen tegenover elkaar.

“En waarom heb je ons dan gevraagd te komen?” vraagt Ten Bink. “Wat kan ik voor je doen?”

Dan verspringt het beeld. Loes zit nu recht voor de camera. Ze leest een verzoeningsbrief aan Martin voor en kijkt tegelijkertijd zoveel ze kan in de lens. Naar de kijker. Naar Martin. Na een paar seconden vervaagt haar silhouet en verloopt het geleidelijk in dat van Ten Brink, die naar een huis wandelt, een videoband onder de arm.

Het duurt even voor het wonderlijke van het beeld je opvalt. Een presentator als koerier van een home-video. Een bekende Nederlander als bode tussen twee onbekenden. En intrigerender nog is die video: een gesproken versie van de brief die al klaarlag. Loes rekent blijkbaar op de macht van beeld en geluid - maar wat is die macht?

Natuurlijk, wie Robert ten Brink meeneemt heeft ineens een broer met een schietgeweer en verbluft de tegenpartij gegarandeerd. Maar kijk een tweede keer en je ziet nog iets anders. Loes ondergaat de werkelijkheid van haar voorbije liefde als verward en ongericht en vindt voor de camera pas weer richting, want de tv maakt haar liefde tot een verhaal. De ontknoping staat weliswaar niet vast, maar All you need doet zijn uiterste best voor een happy end. Een gewone brief zou Martin misschien terzijde leggen, maar bij de video krijgt hij de kans niet. Robert ten Brink is op de hand van een verzoening en het publiek is op de hand van Ten Brink, dus achter het oog van de camera, in de studio en de huiskamer, vindt Loes een immense massa medestanders - ruim drie miljoen voor een gemiddelde uitzending. Zoals een dominee bij bemiddeling in dit soort geschillen zijn overwicht ontleent aan God, zo ontleent Ten Brink het aan zijn publiek. Zijn gezag is sociaal, niet religieus, maar de rol is verwant. De presentator schenkt Loes een wereld die haar doelen deelt.

Je krijgt de indruk dat het publiek soms ook door de deelnemers welbewust gebruikt wordt om de ernst van de zaak te bekrachtigen. Velen willen met hun geliefde opnieuw beginnen en geven hun video, onbedoeld misschien, het gewicht van een publieke biecht: ik beken voor iedereen, ik ben fout geweest. Talloos zijn de verhalen van spijt over begane misstappen, over kinderen krijgen en toch uit dansen willen, vreemdgaan en het niet kunnen laten, trouw beloven maar de verleiding niet weerstaan. De vrije lust en liefde van de jaren zestig tekenen zich hier af als een ramp voor de mensheid.

Ik zal mijn leven beteren: het is een belofte van trouw aan de geliefde, maar het publiek kijkt als een raad van ouderlingen toe - alsof de sprekers hun woorden onherroepelijk willen maken om de trouw bij zichzelf af te dwingen. Het gaat vast niet bewust, maar ze roepen precies wakker wat door de jaren zestig in diskrediet raakte: sociale controle. Het oog van de camera vervangt het oog van de buren.

Caravan

Martin doet open. Ten Brink zegt "een boodschap' te hebben en laat de videoband zien. Niets om van te schrikken, een boodschap van iemand die hij heel goed kent. Kan hij raden wie? Als Martin even meeloopt naar "de All you need is love-caravan', die om de hoek staat, spelen ze de band af.

Het beeld springt over op Martin en Ten Brink in een grote luxe aanhangwagen. De presentator zet de video aan.

“Dag Martin, ken je me nog?”

Martin kijkt versteld naar het scherm. “Jaah... ik ken je zeker wel.”

“Als ik je goed ken, trek je nu een gezicht van...”

Beeld en geluid slaan de boodschap verder over en pikken Martin na afloop op. “Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik wil ook heel graag vrienden worden. Niets liever. Wat ik daar meer op moet zeggen... Er overkomt me iets, het lijkt wel of ik droom of zo. Dit had ik nooit verwacht, dat ze het op deze manier... Dit vind ik heel mooi en... direct.”

Hij zoekt even naar het juiste woord. Direct. Thuis val je bijna om van verbazing, want zelfs de gemonteerde beelden hebben nog sporen van camera's, microfoons, hengels, kabels en al hun bedienaars, kapitalen aan mankracht en techniek die je tussen geliefden al gauw een obstakel zou noemen. Maar ter plekke werkt het blijkbaar anders. De video is een droom en toch direct. Vervreemdend misschien, maar wel nabij.

Dat zal wel te maken hebben met de curieuze vondst van de All you need-caravan. (Misschien niet toevallig in de stijl van de jaren vijftig, volgens de nostalgie het laatste tijdperk van huis en haard.) De aangesproken geliefde krijgt daar een plekje tussen een beeldbuis en een cameralens, op één iel bankje met Robert ten Brink, en dan slaat de deur dicht. De dagelijkse werkelijkheid valt weg, de camera loopt, de video draait en de aandacht kan zich op niets anders richten dan op een boodschap van verlangen. En dat werkt. Direct. Voor zover uitgezonden, laten de meesten zich heel gewillig vangen door de magie van tv. Ze gaan op in een verhaal van liefde.

“Ik ga mee,” zegt Martin als Ten Brink hem een antwoord aan Loes vraagt. “Ik ga meteen mee.” Even later steekt hij voorzichtig zijn hoofd om de hoek van Loes' deur en (het beeld vertraagt, muziek zet in) valt zijn vroegere vriendin om de hals. “Helemaal te gek,” stamelt hij. “Echt waar.”

Voor de bekroning schakelt de regie ten slotte live over naar de studio. De poorten van de showtrap draaien open en de presentator roept: “Daar zijn ze: Loes en Martin!” het paar daalt hand in hand af, stralend, gelouterd, bijna zwevend op het geklater van muziek en applaus. “We hebben eindelijk 's goed gepraat,” zegt Martin. “We willen het weer samen redden.” En terwijl je thuis snibbig je bedenkingen telt over een liefde die het van tv moet hebben, zie je de geliefden staan, waar alle scepsis het bij aflegt. Een nieuw applaus golft door de zaal, ze worden bejubeld, en dan dringt het plotseling tot je door. Ze lijken sterren, voor een ogenblik: onkwetsbaren die de regie van hun leven in eigen handen hebben.

Serenadetje

Daar is duidelijk over nagedacht. Stardom lijkt als een rode draad door All you need te lopen, en alles gaat er in rollen. In video-contactadvertenties wordt gebokst (vrouw wil sterke man), gevogued (uitgaanstype wil uitgaanstype) en met paspoppen gespeeld (man wil geen surrogaat-vrouw). In toenaderingspogingen worden geliefden gelokt met sketches en practical jokes, en tussendoor zijn er serenades in de studio, op bestaande muziek maar met een toepasselijke tekst. Een vrouw zingt hartverscheurend mooi voor haar man, die haar door een moeilijke periode sleepte. “Rozen als bedankje vind ik ook zo goedkoop”, zegt ze na afloop nuchter, maar de presentator begint al over haar eerste cd.

Tegelijkertijd kan het niemand ontgaan hoe weinig ster de gasten zijn. Zingt een jongen voor zijn vriend, die thuis het huishouden doet, dan zegt Ten Brink: “Dus jij dacht: eens in de tien jaar een serenadetje er tegenaan, dan zit het wel weer goed.” Wordt er gevochten om een danspartner, dan roept hij: “Het lijkt wel uitverkoop.” Niemand die dat lomp vindt of zich betrapt voelt, en gaandeweg begint je te dagen dat het model voor de show moeilijk stardom kan zijn. All you need is eerder schuifdeurentoneel. Vanuit de huiskamer kijk je eigenlijk toch weer binnen in een andere huiskamer.

Hoeveel er ook op het spel staat, het programma blijft daardoor meestal van een grote opgeruimdheid. Onder de schijn van het tegendeel kijkt men nuchter tegen de liefde aan. Een "maatje', dat is wat de meeste willen, een kameraad om mee te lachen en te stappen en te sjouwen door de bossen en te vrijen in het gras.

Liefde is hier precies wat na de jaren zestig vrijwel taboe werd: een zaak van geven en nemen, een zinnig compromis, een omgangsvorm. Niemand vraagt om steun bij zijn zelfontplooiing of begrip voor zijn eigenheid, eerder het tegendeel, om ontsnapping aan zichzelf. Je kunt in je eentje voelen wat je wilt, meer dan je lief is, maar je moet het met zijn tweeën zien te rooien. Het moet gezellig zijn.

Alleen, de gebruiken die daar ooit voor stonden zijn inmiddels zo in onbruik geraakt dat ze bijna weer moet worden uitgevonden - en dat lijkt ook precies wat je hier ziet gebeuren. Een vraag als "wil je met me uit?' wordt opgetuigd met listige intriges, niet alleen om schroom te overwinnen, maar ook om meer geldigheid te geven aan woorden die zo versleten zijn dat je ze nauwelijks meer aannemelijk uit je mond krijgt. Het Eerste Afspraakje, het Diner bij Kaarslicht en het Vragen om Verkering, het krijgt allemaal weer ernst in spelletjes met een verouderd decorum. De vorm voor de liefde komt van buitenaf, niet rechtstreeks uit het spontane innerlijk dat de jaren zestig propageerden, en het spel is vaak onbedoeld een pastiche van oude etiquette. Maar voor de intensiteit maakt dat volstrekt niet uit, en soms zie je wonderen. Een meisje kookt voor een jongen en vraagt boven de gedekte tafel: “Hier zijn twee brandende kaarsen, en ik heb één brandende vraag...” De woorden heeft ze letterlijk opgekregen van Robert ten Brink, maar je hart slaat over als zij ze uitspreekt. Ze doet alsof en wordt echt.

Vernieuwing

Na een paar uitzendingen merk je dat hier iets ongelooflijks gebeurt: mensen worden authentiek door de macht van een valse wereld. Voor het oog van de camera vinden ze rituelen uit voor hun liefde, van kennismaking en vaste verkering via conflictbeheersing tot verzoening na breuk, de hele cyclus rond. Ze gebruiken de televisie voor de vernieuwing van omgangsvormen die tot de jaren zestig nog voorhanden waren in de werkelijkheid, of anders gezegd: ze zoeken op televisie terug wat de werkelijkheid verloor. Het is of het sociaal verkeer voor de huiskamers van Nederland, afgebroken in het dagelijkse leven, weer wordt opgebouwd via de televisie. Voor de gasten in All you need is het niet de tv die mensen autistisch maakt, zoals mediaprofeten graag bewaren, het is de werkelijkheid die autistisch is en nu tegenwicht krijgt van een tv die juist sociaal wordt. Tv wordt een nieuwe sociale werkelijkheid.

Maar wel een met een dubbele bodem. All you need brengt "amusements-emotie', zoals producent John de Mol het noemt: de werkelijkheid als vermaak. De gasten kunnen zo verbazend authentiek zijn omdat ze zich veilig durven over te geven aan de wereld die de camera schept: het verhaal van hun liefde, hoopvol en koesterend. Maar dat verhaal wordt helemaal niet voor hen bedacht. Het is bedoeld voor de kijker en het zal alleen bestaan zolang de kijker het mooi vindt. Aan die beperking zit de liefde per beeldbuis vast: ze wordt pas werkelijk - misschien, en misschien maar voor even - als ze amuseert.