GOUDEN WALOELOES

Peter Spier: Circus! Uitg. Lemniscaat. ƒ 23,50; Martin Waddell en Patrick Benson: Uilskuikentjes. Uitg. Gottmer. ƒ 23,90; Piotr en Józef Wilkón: De ark van Noach. Uitg. De Vier Windstreken. ƒ 23,50; Satomi Ichikawa: Floortjes tuin. Uitg. C. De Vries-Brouwers. ƒ 26,90; William Steig: Dokter De Soto gaat naar Afrika. Uitg. Querido. ƒ 21,90; Tjibbe Veldkamp en Philip Hopman: Een ober van niks. Uitg. Ploegsma. ƒ 24,95.

Een kinderboekenillustrator wordt geacht zijn plaats te kennen: illustraties zijn bijzaak, dus mag hij al blij zijn als zijn naam op het omslag terechtkomt. Maar wie een keuze moet doen uit een willekeurige stapel prentenboeken zal in eerste instantie selecteren op visuele gronden. Een prentenboek dat lelijk wordt gevonden maakt weinig kans, een mooi uitziend boek des te meer. Of de tekst ook nog iets te bieden heeft, zien we thuis wel.

Een kleine steekproef. Voor deze rubriek zocht ik een aantal prentenboeken bij elkaar die de eerste ronde zonder problemen passeerden. Ze zagen er stuk voor stuk goed uit, maar in sommige gevallen kwam de tekst er bekaaid af. In Circus! van Peter Spier bijvoorbeeld, waarin een complete circusvoorstelling wordt getoond, van het opbouwen van de tent tot het afbreken ervan. Een aardig gegeven, zorgvuldig uitgewerkt in gedetailleerde prenten. Maar helaas, zo kleurig en levendig als de tekeningen van Spier zijn, zo flets zijn zijn teksten. Dat stoort niet echt als ze iets toevoegen aan wat hij laat zien, maar wel zodra hij er commentaar op geeft. Dat levert teksten op als "Wie doet ze dit na, de Mirabeaus uit Frankrijk?' of, nog erger, "Zulke sprongen als deze Turken maken, heb je vast nog nooit gezien'.

Tekstschrijver Martin Waddell (bekend van onder andere Welterusten, Kleine Beer en Kwaaak!) en tekenaar Patrick Benson bundelden hun krachten in het fraai uitgevoerde Uilskuikentjes. Bensons met de pen getekende jonge uiltjes zijn om op te vreten, maar onderling blijken zijn prenten, waarop hoofdzakelijk uil en gebladerte zijn te zien, weinig variatie te bieden. Het verhaaltje is charmant maar verre van verrassend en zo simpel dat het niet lang blijft hangen, in ieder geval niet bij vierplussers. Moeder uil blijft wel erg lang weg, wat te doen? o gelukkig, daar is ze weer - daar komt het zo'n beetje op neer.

Dieren doen het altijd goed in prentenboeken en om die reden is aan De ark van Noach aardig wat eer te behalen. Het duo Piotr en Józef Wilkón stortte zich op deze bijbelklassieker. Józef is verantwoordelijk voor de naïeve krijttekeningen in beschaafd-gedekte tinten, Piotr zag via zijn levendige dialogen ("De accommodatie is niet wat je noemt bijzonder') kans een paar humoristische accenten aan het verhaal over de zondvloed toe te voegen, gelukkig zonder lollig te worden of de EO-jeugdprogrammering in de kaart te spelen.

Omdat in Floortjes tuin de naam van de tekstschrijfster, Elizabeth Laird, naar de titelpagina is verbannen, mochten we kennelijk niet al te veel verwachten van haar aandeel in deze "kinderherinneringen aan een fleurige jeugd'. Dat lijkt op het eerste oog niet terecht: Laird neemt nog altijd de helft van het aantal pagina's voor haar rekening. Maar bij nadere beschouwing blijkt Floortjes tuin niet veel meer in te houden dan een aantal bijeengescharrelde anekdoten, een paar recepten en een handvol weetjes met als bindend thema "bloemen'. Door deze gevarieerde opzet en de vredige prenten van Satomi Ichikawa krijgt het boek een album-achtig karakter: een beetje van dit, een beetje van dat, wat informatie en een paar romantische plaatjes en ziedaar een zomers themanummer van de Libelle, voor kinderen vertaald en in boekvorm uitgegeven. Om in te bladeren dus.

William Steigs Dokter De Soto gaat naar Afrika, het tweede prentenboek over de inmiddels beroemde tandarts in muizengedaante, is behalve leuk om te bekijken ook nog leuk om te lezen. In gezelschap van zijn liefhebbende echtgenote Deborah reist Dokter De Soto naar het Westafrikaanse Dabwan om, tegen het honorarium van tienduizend gouden waloeloes, de olifant Moedambo van zijn kiespijn af te helpen. In het oerwoud wacht deze "muis uit duizenden' enige tegenslag, maar uiteindelijk slaagt de onderneming toch, zoals het hoort. Een lief maar vooral geestig verhaal, met kennelijk plezier vertaald door Jacques Dohmen.

Omdat in menig prentenboek de tekst als bijzaak wordt beschouwd, verdient het initiatief dat de CPNB, het dagblad Trouw en uitgeverij Ploegsma zo'n anderhalf jaar geleden namen navolging. Zij schreven tijdens de Kinderboekenweek van 1991 een wedstrijd uit met als opdracht "Schrijf een kort verhaal dat als basis kan dienen voor een prentenboek'. Het winnende Een ober van niks van Tjibbe Veldkamp - een grappig en vertederend verhaal over een uitzonderlijk klunzige ober die dankzij een praktisch ingesteld meisje van de nood een deugd weet te maken - was klaarblijkelijk prikkelend genoeg voor Philip Hopman, een sterk in opmars zijnde illustrator met een verfrissende en eigen stijl: dankzij zijn zwierige, in felle snoepjeskleuren uitgevoerde prenten is Een ober van niks een lust voor het oog geworden. Zozeer dat het uiteindelijk toch weer de tekenaar is die met de eer gaat strijken.