"Geweten' Israel: Ik weet niet wat het wil zeggen jood te zijn

Yeshayahu Leibowitz heeft in de zelfgezochte rol van "nationaal geweten' zijn stempel gezet op het Israelische debat over uiteenlopende onderwerpen. Hij oogste veel lof voor de onder zijn leiding uitgegeven Encyclopedia Hebraica. Maar toen vorige maand bekend werd dat hem voor zijn levenswerk de prestigieuze Israel-prijs was toegekend brak de hel los. Zelf stookte hij het vuurtje nog eens op door Israelische soldaten die Palestijnse kinderen doodschieten te vergelijken met de terroristen van het moslim-fundamentalistische Hamas. Premier Rabin kookte van woede en kondigde aan met zijn ministers de uitreiking van de prijs aan Leibowitz op onafhankelijkheidsdag te zullen boycotten.

JERUZALEM, 12 FEBR. “Ik weet niet wat het wil zeggen jood te zijn”, zegt professor Yeshayahu Leibowitz. Leibowitz (90) is een orthodoxe jood, die de Israelische gevestigde orde voortdurend provoceert en niet van eenmaal ingenomen standpunten is af te brengen. Met voltooide studies in de filosofie, scheikunde en medische wetenschappen aan de beste Duitse en Zwitserse universiteiten achter zich put hij uit een universele kennis. In de denkwereld van de Griekse filosofen is hij even goed thuis als in de joodse godsdienst en cultuur.

Dat heeft hem tot een uitzonderlijke persoonlijkheid in de Israelische samenleving gemaakt. Een roepende in de woestijn, die sedert 1967 de ondergang van Israel voorspelt als er geen einde komt aan de “onderdrukking van het Palestijnse volk”. Vanuit die overtuiging roept hij de Israelische jongeren op niet in de bezette gebieden te dienen. De gevestigde orde verwerpt hem maar kan hem wegens zijn oratorisch talent en de kracht van zijn argumenten toch de mond niet snoeren.

Leibowitz heeft niet het gevoel dat hij voor de gevestigde orde door de knieën ging toen hij onder zware druk besloot de Israel-prijs niet aan te nemen. Voor hem is al het gekrakeel rond deze affaire volkomen onzinnig. “De prijs is mij toegekend”, zegt hij met van plezier tintelende ogen. “Van wat er allemaal omheen gebeurde heb ik niets geleerd. Dat kende ik al.” Zo begint het gesprek met de in 1934 om zionistische redenen naar Palestina geëmigreerde Leibowitz.

Ziet U een verband tussen het bestaan van de staat Israel en het bestaan van het joodse volk?

“Nee. Het is een feit dat het joodse volk tweeduizend jaar zonder een eigen staat heeft voortbestaan. De stichting van de staat Israel in 1948 was absoluut niet nodig, hoewel ik er wel voorstander van was.”

Toen U (in 1934) naar Palestina emigreerde, deed u dat uit joodse of uit zionistische overtuiging?

“Ik begrijp die vraag niet.”

Waarom was U gebrand op de stichting van een joodse staat als het joodse volk 2000 jaar in ballingschap heeft overleefd?

“Heeft enige menselijke wil een verklaring? De wil is primair bij de mens. De één wil wereldkampioen zwaargewicht boksen worden en de ander streeft naar maximale seksuele voldoening. Om zionistische redenen ben ik hier gekomen. Ik wilde joodse onafhankelijkheid.”

Was voor U het delingsplan voor Palestina in 1948 aanvaardbaar?

“Dat hebben we toen aanvaard omdat we geen andere keus hadden. Dat delingsplan was niet goed voor ons. De Arabieren hebben het echter verworpen en wilden er met geweld vanaf. Dat heeft tot hun ondergang geleid. Als de Arabieren het delingsplan hadden aanvaard, zouden wij een piepklein landje zijn gebleven.”

Had U in 1949 (aan het einde van de onafhankelijkheidsoorlog) kritiek op de vergroting van Israel als gevolg van veroveringen op de Arabieren?

“Dat was het resultaat van de oorlog. Punt uit. In 1967 was dat heel anders. Toen gingen wij met geweld heersen over een ander volk. Daar draait alles om. Dat maakt Israel kapot. Israel voert nu een gewelddadige heerschappij over een ander volk. Dat is het doel en karakter van de staat Israel geworden.”

Is dat een afwijking van het zionisme?

“Nee!!! Dat heeft niets met zionisme te maken. Het is een politiek probleem van Israel.”

Maar er zijn partijen en politici die zeggen uit naam van het zionisme te handelen.

“Hitler heeft uit naam van het socialisme gehandeld.”

Welke invloed heeft de Israelische overheersing over het Palestijnse volk in de bezette gebieden sedert 1967 op de Israelische maatschappij?

“Dat maakt ons corrupt. Wij zijn eraan gewend in de kranten te lezen dat onze soldaten een 12-jarig Palestijns meisje hebben gedood. Dat maakt op ons geen indruk meer.”

Doet zo'n bericht U pijn?

“Ik begrijp de vraag niet. Ik weet niet wat me pijn doet. Dat is de werkelijkheid.”

Bent U gevoelig voor het lijden van het Palestijnse volk?

“Nee. Ik ben gevoelig voor Israels problemen, voor het probleem van de joden. Het lot van de Palestijnen interesseert me niet. Het is een politiek probleem.”

Wat moet Israel doen om de zaken terug te draaien?

“Er kan niets worden teruggedraaid. We moeten streven naar vrede met het Palestijnse volk op basis van de verdeling van het land tussen de twee volken. Hoe precies weet ik niet. Het gaat om het principe. Zoals de situatie nu is kan Israel niet lang blijven bestaan. Dat is duidelijk.”

Heeft U enige verwachting dienaangaande van de regering-Rabin?

“Ik zie een bepaalde verandering. Maar het is slechts een begin. Beslissend zal zijn of Yitzhak Rabin (PLO-leider) Yasser Arafat voor een onderhoud zal uitnodigen.”

Kan dat gebeuren?

“Ja. Misschien. Ik denk toch dat de oplossing van (de Amerikaanse president) Bill Clinton moet komen. Jimmy Carter legde Israel en Egypte de vrede op. Denkt U soms dat (wijlen premier) Menahem Begin zich met plezier uit de Sinaï-woestijn terugtrok?”

Hebt U contacten met Palestijnse persoonlijkheden?

Het blijft even stil. “Wel met Arabieren, docenten en studenten, op de Jeruzalemse universiteit.”

Bespeurt U ook een verandering onder de Palestijnen jegens het Israelische volk?

“Dat kan ik niet met zekerheid zeggen. Je kan nooit weten of ze oprecht zijn. Ik neem aan dat ze ons in hun hart een dodelijke haat toedragen.”

De Israelische angst voor concessies aan de Palestijnen is dus op het emotionele vlak wel te begrijpen.

“Nee!!!”

Israelische leiders beroepen zich steeds op angst ...

“Dat is een leugen. Ze willen alleen maar heersen. We heersen sedert 1967 over twee miljoen mensen zonder politieke en burgerrechten. Dat kan toch niet voortduren.”

Hoe zal Israel eruit zien na een oplossing van het Palestijnse probleem?

“Dan hebben we een gewoon land met veel problemen. Alles is na 1967 verwaarloosd: het onderwijs, de gezondheidszorg en ga zo maar door. Alle energie was gericht op het behouden van de bezette gebieden. Alle middelen en geestelijke energie zijn aan dit doel verspild.”

Is de tijd dan ook rijp voor scheiding van synagoge (kerk) en staat?

“Natuurlijk. Eerst moet worden besloten dat godsdienst geen regeringsbureaucratie is. De religieuzen hebben belang bij de huidige situatie. Dat lijdt onherroepelijk tot de ondergang van de joodse godsdienst.”

Hoe?

“Niets wordt meer in Israel geminacht dan de godsdienst. Het verschrikkelijkste is het instituut van de opperrabbijnen. Regeringsambtenaren die spreken uit naam van de godsdienst. De godsdienst staat niet op zichzelf in Israel, het is zoiets als het ministerie van transport. (Leibowitz gniffelt genoeglijk). De situatie zoals die nu is maakt de religieuze joden corrupt. Het staatsgezag heeft zich meester gemaakt van de godsdienst met alle gevolgen van dien.”

Zal het joodse volk in Israel en in de diaspora uit elkaar groeien?

“De laatste 200 jaar is het problematisch over een joods volk te spreken. Niets kan het jodendom nog definiëren. Vóór de Franse revolutie kon dat wel. Nu hebben we miljoenen mensen in Israel en elders die zichzelf als joden beschouwen maar geen enkele band hebben met het jodendom. Ik ben een vrome jood omdat ik alle 613 mitswot (geboden) aanvaard. Maar ook een jood die dat niet doet is jood. De uitleg is eenvoudig: het joodse volk is niet langer het volk van het jodendom. Tweehonderd jaar geleden was dat anders. De joden leefden in getto's omdat ze het jodendom wilden.

Joden werden toch door heersers gedwongen in getto's te leven?

“Nee, ze leefden alleen in getto's omdat ze dat wilden. De joden wilden niet onder de niet-joden leven.”

Hoe ziet U de toekomst van het joodse volk?

“Daar ben ik niet zeker van. Het joodse volk kan verdwijnen.”

Waarom?

“Er is niets waarvan gezegd kan worden: dàt is jodendom. Er zijn miljoenen joden die geen enkele band met het jodendom hebben. Wat is hun joodse inhoud dan? Ik weet het niet.”

Bent U optimistisch of pessimistisch van aard?

“Ik heb geen enkel vertrouwen dat tsedek, rechtvaardigheid, zal zegevieren. Voor de gelovige is rechtvaardigheid niet het belangrijkste, dat is zijn verhouding tot God. Politieke problemen beschouw ik uit het oogpunt van Israel en niet op basis van rechtvaardigheid. Ik weet niet wat rechtvaardigheid in de politiek is.”