Dvorák bij Giulini nu somber en expressief

Concert: Kon. Concertgebouworkest olv Carlo Maria Giulini. Programma: A. Dvorák: Zevende symfonie; M. Moessorgski / M. Ravel: Schilderijententoonstelling. Gehoord: 10/2 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 17/2 Avro Radio 4 (opname 11/2).

Achttien jaar geleden dirigeerde Carlo Maria Giulini tijdens een Vara-matinee de Wiener Symphoniker in de Zevende symfonie van Dvorák: een meeslepende uitvoering die ik mij herinner als buitengewoon vitaal, veerkrachtig, vrolijk en glanzend opgepoetst. De inmiddels 78-jarige maestro dirigeert deze Dvorák nu bij het Concertgebouworkest en zet die Zevende, net als eerder de Achtste en de Negende, voor Sony op de plaat.

De Zevende van 1993 is een geheel andere als die van 1975. De eerbiedwaardige Giulini, ooit befaamd om zijn spitse en spirituele Rossini, is ouder en bedaagder. Hij flitst en vlamt niet meer, de aandacht voor oppervlakkige uiterlijkheden is naar binnen gekeerd. In zeer gematigde, soms ook buitengewoon trage tempi resulteerde dat nu in sobere bedachtzaamheid, donkere somberte zelfs aan het begin van de Zevende. Waar eens de muziek (Allegro maestoso) soepel vloeiend koninklijk opbloeide en vergleed, daar klinkt nu vooral ook expressieve weerbarstigheid. Kleine accenten in de strijkers worden opgerekt tot uitroeptekens.

Die zwarige stemming, af en toe ook in volume fors aangezet, klaarde slechts heel langzaam op: na een paar weldadige passages in het Poco adagio en een Scherzo dat nauwelijks vivace uitdrukte en zelfs bijna tot stilstand kwam, begon er pas in de Finale wat te stralen. Maar ook in de slotakkoorden bleven de donkere tonen domineren. Valt het dirigeren Giulini echt steeds zwaarder? Het lijkt erop, want tijdens het applaus gaf hij bovenaan de trap zijn stokje aan een bode en keerde toen terug in de zaal - meer als vriendelijk mens dan als dirigent.

Moessorgski's Schilderijententoonstelling, een paar jaar geleden door Giulini op de plaat gezet met de Berliner Philharmoniker, kreeg een nu misschien soms iets minder geconcentreerde en intense uitvoering. Het Concertgebouworkest kon zich niettemin in al zijn geledingen uitleven in bijzondere klankkleuren. En de opbouw van het slotstuk De grote poort in Kiev toonde onmiskenbaar de toets van de maestro.