Draaien en lassen (3)

Zo'n vijftien uur hebben ze inmiddels tegenover elkaar gezeten, maar veel verder dan het uitwisselen van wat beleefdheden en gevoeligheden zijn ze niet gekomen. We hebben het over de CAO-onderhandelingen in de metaal- en elektrotechnische industrie (200.000 werknemers).

Voor de derde maal alweer trof men elkaar gisteren in de "grote zaal' op de twaalfde verdieping van het hoofdkwartier van de werkgeversorganisatie FME in Zoetermeer. Aan de ene kant de zeven man sterke FME-delegatie, bestaande uit drie beroeps FME'ers en vier vertegenwoordigers van de achterban, deze cyclus bestaande uit directieleden van VMF Stork, Te Strake, NedCar en GTI.

Daar tegenover acht vakbondsonderhandelaars, twee van elke betrokken bond: Industriebond FNV, Industrie- en voedingsbond CNV, Unie BLHP en VHP Metalektro. Zij worden gesecondeerd door drie FNV'ers: een juridisch onderlegde medewerkster en twee kaderleden, werkzaam bij respectievelijk Fokker en Wilton Fijenoord.

Telkens wanneer de vakbonders de WAO ter sprake brengen hebben ze de indruk dat er aan werkgeverszijde “een onzichtbare onderhandelingspartner” aanschuift, in de persoon van een vertegenwoordiger van de overkoepelende werkgeversorganisaties die zijn veto uitspreekt over elk voorstel van de bonden dat maar in de richting van collectieve WAO-reparatie gaat. “We zitten op twaalf hoog. Het liefst zouden we die meneer VNO/NCW het raam uitkieperen”, zegt Nico Broers van de Industriebond FNV en de aanvoerder van de bonden. Hij is ervan overtuigd dat het overleg beter zou vlotten als de FME zich wat minder van de invisible man zou aantrekken.

Door het WAO-geharrewar is de rest van de gevarieerde waslijst met wederzijdse eisen alleen nog maar op hoofdpunten, en dan nog uitsluitend globaal, doorgenomen en toegelicht. Nochtans vergt het weinig fantasie een handvol andere potentiële "breekpunten' te ontwaren.

Zo wil de FME dat werknemers vanaf hun tweede ziekmelding telkens een vakantiedag inleveren (tot een maximum van 5 per jaar). “Bespreekbaar, maar onbestaanbaar”, vinden de bonden. Verder wil de FME de VUT bij veertig dienstjaren afschaffen. De bonden zijn daar mordicus tegen. Tenslotte liggen de standpunten ten aanzien van de werkgelegenheid (de bonden willen verruiming van de mogelijkheden van deeltijdwerk en behalve 2.000 opleidingsplaatsen ook 2.000 werkervaringsplaatsen) en het loon (de FME de nullijn predikt, terwijl de bonden minimaal prijscompensatie claimen) ver uiteen.

Gesproken is nog niet over enkele aardige krenten in de pap, zoals de door de vakbonden verlangde verhoging van de zogenoemde werkgeversbijdrage (van 25 naar 32,50 gulden per werknemer) en de door de FME bepleite beperking van het bijzonder verlof en het kort verzuim. “Niet vaker dan drie keer per jaar vrij voor de begrafenis van een aanstaande schoonmoeder”, zegt een FME'er. Maar misschien komen ze daar, bij gebrek aan voortgang op de hoofdpunten, de volgende keer (18 februari) aan toe. (De vorige afleveringen stonden op 2 en 6 februari in de krant)