De champagne smaakt naar Poesjki; Roman en novelle van Jan Hontscharenko

Jan Hontscharenko: Perrongeliefden. Uitg. Arena, 221 blz. Prijs ƒ 34,50.

-: De handkus. Uitg. Arena, 46 blz. prijs ƒ 10,-

Via een wikkel om het omslag afficheert de uitgever Perrongeliefden als "een postmodernistisch verslag van een treinreis Amsterdam-Moskou'. De debuutroman van de in Groningen geboren Jan Hontscharenko (1951) gaat over een man die zijn tijdelijke Russische vriendin, Vera, nareist naar de hoofdstad van haar land. Hij heeft haar in Amsterdam ontmoet en in het jaar dat Gorbatsjov plaats heeft gemaakt voor Jeltsin, ontvangt zij hem in haar Moskouse woning. Eigenlijk is hij op doorreis naar de Oekraïne, waar hij via een bezoek aan de zuster van zijn overleden moeder op zoek wil naar zijn "roots'.

Dat is eigenlijk het hele verhaal en het "postmodernistische' ervan bestaat waarschijnlijk uit de met opzet ondoorzichtig gehouden vertelstructuur en het verregaande eclecticisme: op vrijwel iedere pagina komen minimaal twee namen van Russische schrijvers voor, die soms uitvoerig worden geciteerd, maar meestal achteloos uit de mouw van de verteller worden geschud. Drinkt hij champagne, dan is die "Poesjkiaans' van smaak, komt hij iemand tegen die zich intelligent wil voordoen maar dat niet is, dan denkt hij aan de boeken van Gogol en zit hij in een trein dan kan hij niet anders dan Pasternak citeren, gevolgd door Jerofejev, om te laten zien dat hij niet alleen zijn klassieken kent.

Valt er uit een omgevallen boekenkast een oorspronkelijke, leesbare en onderhoudende roman te construeren? Misschien als de aangeroepen meesters en hun werken een verhaal vertellen dat het betoog van de schrijver onderbouwt of een extra dimensie verschaft. Bij Hontscharenko lijkt dit niet het geval, maar helemaal zeker is dat niet, want de lijst van om de haverklap opduikende (niet alleen Russische) auteurs is zo omvangrijk, dat er maar weinig lezers zullen zijn die hen allemaal kennen: Rilke, Bjelyj, Ehrenburg, Tsjechov, Jesenin, Tolstoi, Multatuli, Poesjkin, Gogol, Pasternak, Jerofejev, Nabokov, Majakovski, Petrarca, Bitov, Charms, Toergenjev, Socrates, Limonov, Hanlo, Bloem, Leopold, Solovjov - om maar even bij de eerste vijftig pagina's te blijven.

Duidelijk is dat de hoofdpersoon ontworteld is: zijn vader heeft hij nauwelijks gekend, zijn Oekraïense moeder is kortgeleden aan een hartstilstand bezweken, gevolgd door zijn broer, die - zo valt uit enkele duistere zinnen op te maken - aan heroïneverslaving ten onder is gegaan. Twee of drie huwelijken zijn op de klippen gelopen, zijn dochtertje woont niet bij hem, een huidige liefdesrelatie loopt op haar einde en ook de Moskouse Vera zet hem aan de dijk. Alleen de (Russische) schrijvers vormen een constante in het leven van de hoofdpersoon die niet toevallig evenals de schrijver Jan heet. Perrongeliefden is een autobiografische roman en in het echte leven is Hontscharenko recensent Russische literatuur.

Behalve door zijn schrijvers laat de hoofdpersoon zich op zijn tocht vergezellen door een wat onduidelijk personage dat luistert naar de naam Oh en zoiets als Jans alter ego moet voorstellen. In de verte doet hij een beetje denken aan Ralien uit Josepha Mendels' debuut Rolien en Ralien, maar hij is minder levensecht en nog minder levensbedreigend. Terwijl Roliens alter ego zo dominant wordt dat deze haar uiteindelijk tot zelfmoord drijft, verdwijnt Oh als goede vriend uit Jans leven als hij na het rustgevende familiebezoek in de Oekraïne gelouterd huiswaarts keert.

Vorig jaar verscheen er al een novelle van Hontscharenko, De handkus, aangekondigd als "commentaar op de queeste naar postmoderne liefde in Amsterdam'. Ook van dit werkje moet het postmoderne karakter blijken uit ontelbare verwijzingen naar Russische auteurs. De verteller heeft een bijna ziekelijke bewondering opgevat voor Karel van het Reve en diens (inmiddels overleden) uitgever Geert van Oorschot. Hij vertelt hoe Van Oorschot hem ooit "genadeloos om de oren sloeg toen ik de moed had hem iets ter publikatie aan te bieden voor zijn tijdschrift Tirade'. Geïntimideerd waagde hij zich vervolgens jarenlang niet aan proza, maar nu denkt hij "met een glimlach terug aan deze vergissing'.

Maar Van Oorschot had het bij het rechte eind: zowel De Handkus als Perrongeliefden zijn zwakke verhalen. Vooral Perrongeliefden wordt ontsierd door storende literairderigheid: "De rails grijnsden mij toe, slimglimmend: "Ben je het spoor bijster?' ' "Wolken zwanger van wraak botsten tegen het plafond op.' "Muizen stoorden me niet, tenzij ze in de nissen van je hoofd kropen.'