Dales topscorer van discriminatiedebat discriminatiedebat

DEN HAAG, 12 FEBR. De GPV-afgevaardigde Schutte constateerde gisteren tijdens de laatste ronde van het marathondebat over de Wet gelijke behandeling, dat in Nederland een staatsmoraal wordt ingevoerd. Maar zelfs als hij hierin gelijk heeft, blijft het de vraag of de kleine christelijke partijen SGP, GPV en RPF zich in de praktijk werkelijk veel zorgen hoeven te maken.

De anti-discriminatiewet die de Kamer komende dinsdag naar verwachting zal aannemen, stelt grenzen aan de mogelijkheid om onderscheid te maken op grond van ras, geslacht, politieke gezindheid, godsdienst, levensovertuiging, hetero- of homoseksuele gerichtheid en - op aandrang van de Kamer - nationaliteit. Die beperking kan in strijd komen met de andere grondrechten die burgers van Nederland vrijheid garanderen van godsdienst, vereniging en onderwijs. De wet gelijke behandeling tracht die spanning te verzoenen door enerzijds discriminatie te verbieden maar anderzijds toch mogelijkheden open te laten voor bijzondere instellingen om op “bijkomende omstandigheden” onderscheid te blijven maken. De mistige formuleringen werden aan weerszijden van het politieke spectrum in de Kamer met argusogen bekeken. VVD, Groen Links en D66 vreesden invoering van een dubbele moraal en de kleine christelijke partijen spraken van aantasting van de vrijheid van godsdienst.

In termen van een voetbalverslag was minister Dales (binnenlandse zaken), tevens eerste ondertekenaar van de wet, de topscorer tijdens het debat van deze week. Zij deed een poging om aan alle voorzichtige schijnbewegingen in de schriftelijke voorbereiding van de plenaire behandeling van het wetsvoorstel een eind te maken.

De angel van het wetsvoorstel zit in de mogelijke tenachterstelling van homoseksuelen in het bijzonder onderwijs op grond van hun geaardheid. De coalitiepartijen hadden hiervoor tijdens de formatiebesprekingen in 1989 in de woorden van PvdA-woordvoerster Kalsbeek “pratende weg” een formulering gevonden die voor beide partijen aanvaardbaar was. Bijzondere scholen mogen eisen stellen bij het aannemen van personeel, maar “het enkele feit” van homoseksualiteit mocht geen grond zijn voor weigering of ontslag. Die vage formule deed de oppositiepartijen denken aan een ontsnappingsclausule voor bijzondere scholen: men mag het wel zijn, maar niet doen.

D66-woordvoerster Groenman trok een parallel met de behandeling van de Euthanasiewet vorige week: daar had het CDA de norm gekregen doordat euthanasie formeel strafbaar blijft, terwijl de PvdA de praktijk kreeg: artsen die zich aan zorgvuldigheidseisen houden worden niet vervolgd. Bij de wet gelijke behandeling gebeurde volgens Groenman het omgekeerde: de PvdA krijgt de norm, discriminatie wordt verboden, het CDA de praktijk: orthodox-christelijke scholen mogen onder voorwaarden wel homoseksuelen weren.

Dales maakte aan alle speculaties rond de interpretatie van “het enkele feit” snel een einde door ronduit te verklaren dat zij daar van alles onder verstaat wat volgens de kleine christelijke partijen God verboden heeft: “het enkele feit van seksuele gerichtheid slaat op de gerichtheid van een persoon in seksuele gevoelens, liefdesgevoelens, liefdesuitingen en relaties”.

Haar uitleg werd gisterenavond nog eens in plechtige bewoordingen herbevestigd door haar PvdA-collega's achter regeringstafel. Ook minister Hirsch Ballin (justitie) wilde aan Dales woorden geen afbreuk doen. Opvallend was wel dat hij de vrijheid van scholen bij het aanstellen van personeel bleef benadrukken en verder voor de praktijk wees op de mogelijkheden die er zijn om verhaal te halen bij de rechter.

Het blijft daarbij de vraag of de rechter niet voor dezelfde interpretatieproblemen zal komen te staan als de Kamer. Dales kreeg de oppositie woensdag wel op haar hand door te verklaren dat eerdere “vage niet gelukkig gekozen formuleringen” in de schriftelijke voorbereiding niet meer meetellen. “De laatste gesproken woorden gelden”, zei Dales tot VVD-afgevaardigde Rempt. Daar was ook Lankhorst (Groen Links) “blij” om. Maar de rechter zal bij de toetsing van geschillen - ondanks de bravoure van Dales - gewoon alle interpretaties in de wetsgeschiedenis naast elkaar leggen om tot een oordeel te komen.

Zo bezien is er nog een parallel met de wijze waarop de euthanasie vorige week werd geregeld: de wettelijke norm is door het compromiskarakter vaag gehouden waardoor de problemen op het bord van de rechter worden geschoven.

De door de kleine christelijke fracties uitgesproken vrees voor een opgedrongen staatsmoraal is daarmee gerelativeerd. Maar de symbolische betekenis van de wet gelijke behandeling is dat aan de orthodox-christelijke enclaves een signaal wordt gegeven dat zij zich in het publieke domein moeten aanpassen aan publieke normen. Dat is overigens dezelfde eis die regering en politieke partijen ook stellen aan islamieten of leden van ethnische minderheidsgroepen. Orthodoxe-christenen kunnen wat dit betreft niet langer op een uitzonderingspositie rekenen en dat was misschien toch de historische betekenis van dit debat.