Clinton geen voorbeeld voor PvdA

Nederlandse progressieve partijen, in het bijzonder de Partij van de Arbeid, zagen de inauguratie van Bill Clinton als een gunstig voorteken. Toch kunnen Clintons denkbeelden de noodlijdende PvdA nauwelijks tot inspiratie dienen. Een oceaan scheidt de Amerikaanse Democraten van de Nederlandse en Europese socialisten. Nederland en Amerika bevinden zich aan tegenovergestelde zijde van de lijn van gewenste overheidsbemoeienis. In Amerika is de overheid deel van de oplossing, in Nederland deel van het probleem. Amerika neemt net afscheid van een periode van radicale laissez faire. Nederland zucht nog steeds onder te grote afhankelijkheid van de overheid. De ambtelijk-politieke privatiseringsfilosofieën van de jaren tachtig hebben daar niets aan veranderd.

Een goed voorbeeld van Amerikaanse economisch liberale uitwassen is de ontaarding van de ziektekostenverzekering, die steeds minder Amerikanen zich kunnen veroorloven. Juist door de angst voor de overheid is het stelsel zo bureaucratisch en wanordelijk geworden. Dokters moeten een monstrueuze administratie bijhouden van formulieren voor honderden verzekeringsmaatschappijen. Verder hebben ze grote declaratievrijheid, daarin gesteund door hypochondrische patiënten. En vijfendertig miljoen Amerikanen zijn niet verzekerd. Bush had voor de onverzekerden een plan dat volgens critici kon worden samengevat in drie woorden: “Wordt nooit ziek”. Clinton kijkt nu naar Westeuropese en Canadese voorbeelden, die bewijzen dat de overheid de ziektekostenverzekering efficiënter en betaalbaarder kan maken.

De Amerikaanse renaissance van de overheid is dus een inhaalmanoeuvre, die voortkomt uit een achterstand. De Duitse verzorgingsstaat gebruikte Clinton vaak als ideaalbeeld. Voor Nederland bestaat de oplossing van veel problemen niet in uitbreiding maar in inkrimping van de rol van de overheid. Nederlandse politici zijn daartoe niet in staat gebleken. De arbeidsdeelname in Nederland is nog steeds buitengewoon laag door het liberale uitkeringsstelsel. Door dit kardinale verschil tussen Amerika en Nederland hebben Clintons ideeën weinig waarde voor Nederland.

De PvdA zou Clinton ook niet moeten volgen in het uitwerken van modieuze ideetjes voor belangengroepen, waar de meeste kiezers weinig om geven. Departementen hebben nu overwerk aan politieke sollicitanten, omdat ze precieze quota van minderheden en vrouwen moeten vullen. Als ze dan eindelijk een zwarte man hebben gevonden, dan krijgen ze plotseling instructies dat er door veranderingen elders op die plek een vrouw moet komen. Maar het gaat de kiezers niet om de kleur- en geslachtsquota van functionarissen maar om de beleidsuitkomst, zoals economische hervorming of betere voorzieningen voor werkende moeders. De quota leiden Clinton af van de bal.

Inspiratie zou de PvdA misschien wel kunnen putten uit de strategie waarmee Clinton zijn coalitie samensmeedde. Het gaat om programmapunten die hij minder goed zal kunnen uitvoeren dan een Nederlandse overheid. Hij beloofde lastenverlichting aan de middengroepen. In Nederland, waar vooral de sociale lasten hoog zijn, heeft een dergelijke Dreesachtige belofte meer zin dan in Amerika, waar geen financiële ruimte is voor belastingverlaging. Op zijn Nederlands gezegd: tegenover hervorming van de WAO zou direct verlaging van de premie moeten staan, zonder ruggespraak of reserves van sociale partners vooraf. Het zou een WAO-ingreep ook populairder maken.

Clinton hield ook rekening met de algemene weerzin in Amerika tegen uitkeringen door te beloven dat mensen in de bijstand na twee jaar moeten gaanwerken, of een kansrijke opleiding volgen. Dat argument deed het goed in de campagne. Het idee blijkt in de praktijk moeilijk uitvoerbaar, omdat in uitkeringsafhankelijke getto's voorzieningen voor banen of opleidingen ontbreken. Wegens geldgebrek gaat Clinton op bescheiden schaal experimenten in staten subsidiëren. In Nederland bestaan geen getto's. Toch wordt er in tegenstelling tot in Amerika geen enkele poging gedaan om laaggeschoolde immigranten aan het werk te krijgen. Werkgevers kunnen in Nederland met een gerust geweten discrimineren, want immigranten krijgen toch geld van de overheid.

Van belang zijn ook de ideeën over een "ondernemende overheid' van David Osborne, een medewerker van de door hem opgerichte denktank Progressive Policy Institute. Osborne wenst budgettering al naar gelang het bereikte resultaat. Normaal wordt in de overheidsbegroting het resultaat uitgedrukt in het bestemde geldbedrag. Het succes van milieubeleid wordt niet gemeten in hectoliters gereinigd grondwater maar in aantallen ambtenaren op het departement. Die schrijven in rapporten hoe erg het is. Wie veel uitgeeft, wordt bij de volgende ronde rijkelijk beloond. Wie geld bespaart, wordt bestraft. Overheidsafdelingen wensen geen problemen op te lossen, omdat ze dan zelf worden opgeheven. Zo blijft de Rijkswaterstaat altijd dijken bouwen onder de theorie van de eeuwig dreigende watersnood. Osborne wil afdelingen die presteren of bezuinigen, belonen. De ambtelijke status en hiërarchie wil hij wijzigen en betalen naar prestatie. En hij wil het mogelijk maken dat de overheid inkomen uit andere bronnen dan belasting betrekt.

Clinton heeft al zo'n vol programma voor de komende jaren, dat hij voorlopig aan dergelijke hervormingen niet toe komt. Wel probeert hij de departementen af te slanken, omdat te grote hoeveelheden ambtenaren de slagvaardigheid van de overheid in de weg staan. Het zou kunnen ontaarden in symbolische rekentrucs, hoewel Clinton als gekozen president de departementen beter in de hand kan houden dan een voorzitter van de ministerraad. De echt succesvolle experimenten in de stijl van Osborne zijn te vinden bij de lokale overheid. Ook bij Nederlandse overheden zou met een resultaatgerichte benadering kunnen worden geëxperimenteerd. Osborne is niet de eerste die ze heeft bedacht en die vervolgens is genegeerd, omdat politici het zo druk hebben met belangenorganisaties die het graag houden zoals het is.