Amnesty neemt verkrachtingen serieus

In haar artikel "Moslimvrouwen dupe van onderzoek' (NRC Handelsblad, 8 februari) haalt Liesbeth Lijnzaad het door mij gebruikte voorbeeld in de krant van 30 januari onjuist aan. Het is Amnesty International niet erom te doen geweest de bewuste verkrachting te kleineren of de verkrachter te "vergeven'. Noch werd gepoogd de verantwoordelijkheid voor de verkrachting af te schuiven op één individuele crimineel. Het rapport van Amnesty over verkrachting in Bosnië is heel duidelijk op dit punt en voert de verantwoordelijkheid onmiddellijk terug op lokale politieke en militaire leiders, die zij hierop aanspreekt. Het geval werd genoemd omdat de getuigenis van de bewuste vrouw daarna in een tv-programma onjuist werd geïnterpreteerd en uit haar context werd gerukt. Het illustreerde hoezeer met gegevens wordt gemanipuleerd en hoe moeilijk het is achter de waarheid te komen.

Amnesty is wel degelijk op de hoogte van massale verkrachtingen tijdens oorlog en heeft hierover meermalen gerapporteerd. Het laatste rapport over Somalië van augustus vorig jaar maakt melding van grove mishandeling en afslachting van burgers door militairen en paramilitairen, waarbij vrouwen, behorende tot afwijkende clans, werden verkracht door groepen van 20 tot 30 mannen en daarna werden gebajonetteerd. In India en Oeganda maakten massale verkrachtingen deel uit van menige anti-oproer operatie die regeringstroepen uitvoerden op de lokale bevolking.

Het in 1991 verschenen Geschonden rechten, geschonden levens, dat schendingen van vrouwenrechten over de hele wereld documenteert, besteedt vooral aandacht aan seksueel geweld tegen vrouwen (in gewapende conflicten en in "vredestijd') in gevangenissen, politiebureaus en vluchtelingenkampen.

Het feit dat en elk onderzoek naar verkrachting in oorlog wordt bemoeilijkt doordat slachtoffers niet over hun ervaringen praten, hebben wij nooit gebruikt als "argument' om te bewijzen dat verkrachtingen niet zouden voorkomen. Het punt is dat Amnesty International als organisatie verplicht is te schrijven over mensenrechtenschendingen in termen van concrete bewezen gevallen en niet in termen van geruchten en dat het juist de hysterische berichtgeving is die uiteindelijk contra-produktief kan uitwerken voor de slachtoffers zelf. Dat Amnesty International slechts zou optreden voor "weerbare slachtoffers' is onjuist en beledigend voor alle vrouwen die zo moedig zijn geweest over hun verkrachting te praten.

Amnesty heeft eveneens duidelijk gemaakt dat het merendeel van de verkrachtingen geen "individuele incidenten' waren, maar behoren tot een patroon van oorlogsvoering dat wordt gekarakteriseerd door intimidatie en mensenrechtenschendingen. De insinuatie dat de organisatie "zonder blikken of blozen instemt met de onderzoeksresultaten (van de VN)' is klinkklare onzin. Ons rapport (dat overigens ruim vóór dat van de VN uitkwam) is gebaseerd op ons eigen onderzoek.