Zware klappen bij staalconcern Krupp-Hoesch

BONN, 11 FEBR. Het gefuseerde Duitse staalconcern Krupp-Hoesch gaat een compleet hoogovencomplex voor de produktie van ruw staal sluiten. Voor het eind van de maand wordt beslist of dat zal gebeuren bij Krupp in Duisburg/Rheinhausen (2.000 werknemers) of bij Hoesch in Dortmund (3.000). Dit heeft Hans-Wilhelm Grasshoff, voorzitter van de raad van bestuur van het concern, gisteren bekendgemaakt.

Volgens Grasshoff lijden beide bedrijven wegens de overcapaciteit en de moordende marktsituatie (weinig vraag en goedkope importen uit Oost-Europa) zware verliezen en staat zelfs de toekomst van de complete staalpoot van het net gefuseerde concern op het spel. Krupp-Hoesch wil zijn overcapaciteit met 150.000 ton per maand beperken tot 550.000 ton en gaat er van uit dat in de toekomst zelfs ruwstaal moet worden aangekocht voor verdere verwerking. In Duitse staalkringen wordt aangenomen dat de enkele jaren geleden al zeer dramatisch ingekrompen Krupp-vestiging in Duisburg dicht gaat. Eerder deze maand maakte het concern bekend dat een hoogoven in Dortmund per 1 maart voor vijf maanden wordt stilgelegd.

De 90 grote en kleine staalproducenten in de EG erkennen dat zij vrijwillig en in onderling overleg een overcapaciteit van zo'n 25 procent moeten wegsaneren. Hoogovens besloot vorig jaar al om 2.300 man te ontslaan om kosten te beperken. Als niet vrijwillig tot capaciteits- en produktiebeperkingen wordt besloten bieden EG-verdragen de mogelijkheid die dwingend op te leggen.

Volgens een rapport van de Europese Commissie, waarover de staalproducenten begin deze week in Brussel spraken met de Eurocommissarissen Bangemann en Van Miert, moet zeker een produktiecapaciteit voor circa 25,5 miljoen ton ruwstaal (nu: 160 miljoen) en 17,6 miljoen ton gewalst staal verdwijnen. Naar het in de Duitse staalsector heet zijn dergelijke schattingen nog geflatteerd. De producenten willen eind deze maand in Brussel praten over de voorwaarden die voor zelf-sanering moeten gelden alsook over financiële steun die de Europese Commissie daarvoor kan bieden. De Commissie heeft 1,8 miljard gulden steun voor een Europese herstructurering voorgesteld (sinds '78 heeft de EG trouwens zo'n 135 miljard gulden aan subsidies voor de staalsector uitgegeven). Door Amerikaanse importheffingen op staal en goedkope import uit Oost-Europa wordt de situatie op de toch al slechte internationale markt verder gecompliceerd.

De onrust in de staalindustrie groeit snel. Ruprecht Vondran, de voorzitter van de Duitse staalwerkgevers, ziet een crisissituatie die “ernstiger is dan aan het begin van de jaren tachtig”, toen 240.000 mensen in de Westeuropese staalindustrie hun baan verloren. Nu staan er alleen in Duitsland al zo'n 45.000 tot 50.000 van de 380.000 banen op het spel. De Duitse staalindustrie meent volgens Vondran de afgelopen jaren al zoveel aan sanering en produktiebeperking te hebben gedaan dat andere Europese producenten nu grotere offers moeten brengen. In Duitsland wordt daarbij vooral gedacht aan de grote “concurrentievervalsende” subsidies die in Spanje, Frankrijk en Italië worden uitgegeven om nationale staalbedrijven in leven te houden. Johannes Rau, de SPD-premier van de oude "staal-deelstaat' Noordrijn-Westfalen, eiste begin deze week van Bonn financiële bescherming tegen zulke concurrentie.

In Duitsland hangen er behalve boven Krupp-Hoesch, Thyssen in Duisburg (de grootste Duitse producent, die zelfs overweegt de ruwstaal-fabricage geheel op te doeken), en de in surséance verkerende staalpoot van het Klöcker-concern, ook donkere wolken boven de Maxhütte in Sulzbach-Rosenberg en Eko-Stahl in het Oostduitse Eisenhüttenstadt (aan de grens met Polen).

Het Oostduitse staalbedrijf is ook in politiek opzicht een zorgenkind. De Duitse regering wil dat bedrijf als een van de resterende "industriële kernen' in de vroegere DDR per se behouden. Vorig najaar zag Krupp na maanden onderhandelen af van overname van Eko-Stahl, sindsdien wordt het bedrijf met miljoenen-steun in leven gehouden door het Treuhand-instituut. Deze week verraste de nieuwe Duitse minister van economische zaken, Günter Rexrodt (FDP), met de opmerking dat hij de kansen op overleving van Eko-Stahl taxeerde als “niet al te slecht”. Dat deed hij na een gesprek met premier Stolpe (SPD) van de deelstaat Brandenburg, die er het crisiskartel van de Duitse staalindustrie van verdenkt uit te zijn op sluiting van Eko-stahl.

Of Rexrodts prognose realistisch is hangt mede af van de vraag of in de Oostduitse metaalsector, als afgesproken, per 1 april salarisverhogingen van 26 procent van kracht worden. Tegen zulke "onbetaalbare' CAO-afspraken lopen de metaalwerkgevers nu storm. Zij zouden Oostduitse beloningen op 82 procent van het Westduitse niveau brengen, de CAO's moeten in '95 gelijkgetrokken zijn. De vakbond IG Metall wil aan deze afspraak vasthouden en daarvoor desnoods stakingen organiseren. Gisteravond was er in Maagdenburg al een door die bond georganiseerde betoging waaraan 25.000 mensen deelnamen. Op 18 februari zullen de bond en de werkgevers opnieuw overleggen.