Wilde batik voor op het kantoor

Adjo's Fashion, Kinkerstraat 57 Amsterdam. Inl 020-6891909

Adjo's Fashion valt op in de Amsterdamse Kinkerstraat. De winkel in Afrikaanse stoffen vertoont geen enkele overeenkomst met de aftandse zaakjes die Turkse zoetwaren, tweedehands elektronika en kraakadviezen verkopen. Noch is er sprake van enige gelijkenis met de fantasieloze doorsnee winkels in het gerenoveerde gedeelte van de straat. Met de lichtbruin geverfde kozijnen van de grote etalage en het lichte interieur met parket en blankhouten kasten, waant de klant van Adjo's Fashion zich in de P.C. Hooftstraat. Ook de kleding van eigenaresse Adjo Gablah (28) valt in de smaak van het verwende publiek.

De uit Ghana afkomstige Gablah opende een half jaar geleden een winkel in Afrikaanse stoffen en kleding. Ze maakt traditionele kostuums, maar verwerkt de stoffen ook in kleding van westerse snit. De collectie bestaat voornamelijk uit katoenen batikstoffen, die geproduceerd worden in de Helmondse fabriek Vlisco. De "katoentjes' van deze firma zijn tot in Afrika en Azië beroemd. De 5,50 bij 1,20 meter lange doeken met afwisselend felle en zachte kleuren, en in talloze motieven zijn verkrijgbaar in verschillende kwaliteiten. De prijzen variëren tussen de zestig en honderdvijftig gulden.

Uit één doek is precies een traditionele Afrikaanse jurk te maken. Adjo Gablah heeft een fotoalbum met tientallen voorbeelden, maar de meeste klanten weten precies wat ze willen: zo'n pofmouwtje en daar een grote strik. Het maakloon van een maatjurk ligt rond de 200 gulden.

Het blijkt niet eenvoudig om met de motieven in de Vlisco-stoffen kleding te maken. Gablah's vaste naaister uit Algerije toont modellen voor de nieuwe voorjaarscollectie. Ze heeft de kleurige banen uit het dessin in de V-hals van een blouse keurig naast elkaar gekregen en ook de motieven in manchetten van de linker en rechter mouw spiegelen precies, maar in het rugpand heeft ze de verkeerde kant van de stof gebruikt die net een tintje minder fel is. “Gelukkig is het maar een proefmodel”, zegt Gablah.

Adjo's Fashion heeft een gemêleerd klantenbestand van Afrikanen, Antillianen, Surinamers en autochtone Nederlanders. Westerse vrouwen willen soms een traditioneel kostuum voor een concertavond of voor een diner met de ambassadeur van Zaïre. Surinamers en Antillianen die zich volgens Gablah tijdens een traditioneel feest "om de twee uur verkleden', bestellen soms vier of vijf kostuums tegelijk.

Gablah verkoopt ook zelf ontworpen vestjes, jasjes , blouse en rokken kleding in westerse stijl, waarbij de dessins van de batikstoffen voor opvallende effecten zorgen. Bij een simpel overhemd en een spijkerbroek geeft een vest met een wildgebatikte voorkant het gewenste accent aan een outfit die ook op kantoor te dragen is, aldus Gablah. “Afrikanen willen ook wel eens wat anders dan een traditionele blouse of broek, maar Surinamers en Antillianen vinden het steeds belangrijker toch iets van hun roots te tonen.”

Gablah woont acht jaar in Nederland. Nadat ze tweeënhalf jaar als schoenverkoopster in de P.C. Hoofstraat had gewerkt, besloot ze in 1989 een eigen zaak te beginnen. Het eerste jaar van de cursus voor een vestigingsdiploma deed ze naast haar werk - 's avonds studeren en één dag per maand naar Utrecht voor de klassikale lessen. Vervolgens nam ze ontslag en doorliep binnen een jaar de tweede en derde klas van de opleiding. Ze is trots op wat ze heeft bereikt, maar haar ambities reiken verder. Als de voorjaarscollectie aanslaat wil ze die ook aan andere winkels gaan verkopen.

Terug naar Ghana wil ze voorlopig nog niet. “In Afrika heb je geen vrijheid als meisje. Je moet steeds rekening houden met de naam van je familie. Hier schrijft niemand je voor welke jurk je moet dragen.”