VNO acht exportpositie van Nederland structureel zwak

DEN HAAG, 11 FEBR. De exportpositie van Nederland is volgens werkgeversorganisatie VNO structureel zwak. VNO-voorzitter Rinnooy Kan drong gisteren daarom aan op een aantal overheidsmaatregelen, “al is het natuurlijk primair aan de ondernemingen om dit aan te pakken”.

Rinnooy Kan pleitte voor een ruimer overheidsbeleid op het gebied van export-kredietverzekeringen. In het bijzonder ten opzichte van Oost-Europa is de Nederlandse staat bij het herverzekeren van politieke risico's “karig”, aldus de VNO-voorzitter. Hij wees er bij voorbeeld op dat in de EG Nederland het enige land is dat voor Polen geen exportkredietverzekering kent.

Het begrotingssysteem van de regering vormt volgens het VNO een belemmering doordat tegenvallers bij de kredietverzekering direct gevolgen hebben voor het financieringstekort van het lopende jaar. Op lange termijn zijn de meeste schades echter bijna altijd te verhalen, aldus Rinnooy Kan. Daarom moet er volgens het VNO een aparte faciliteit komen voor Oost-Europa: een fonds van 50 miljoen voor de kredietverzekering van exporten. De uitvoer kan er volgens het VNO een impuls van ongeveer een half miljard door krijgen.

Volgens Rinnooy Kan moet er niet verder worden bezuinigd op de exportbevordering bij het ministerie van economische zaken. Hij vindt dat via een gezamenlijk akkoord het ministerie en de Kamers van Koophandel tot een goede afstemming van exportbevorderende werkzaamheden moeten komen.

De structureel zwakke positie van de export in Nederland blijkt onder meer uit de relatief geringe handel met landen buiten de EG. Van de Nederlandse uitvoer blijft 78 procent binnen de EG, een veel hoger percentage dan geldt voor Duitsland, Engeland en Frankrijk. Bovendien bestaat de Nederlandse uitvoer uit relatief veel voeding- en genotmiddelen, produkten waarbij toenemende concurrentie van andere landen is te verwachten.