Verantwoordelijkheid en verbittering; Aftreden minister in Italië geprezen als correcte stap

ROME, 11 FEBR. De manier waarop Claudio Martelli is opgestapt als minister van justitie is een lesje in politieke verantwoordelijkheid, maar zijn besluit op ook de socialistische partij te verlaten heeft een ondertoon van bitterheid; hieruit blijkt dat Martelli de beschuldiging tegen hem beschouwt als een wraakactie, van partijleider Craxi of van diens vrienden.

Zowel vriend als vijand hebben zijn snelle aftreden als minister geprezen als een moedige en correcte stap. Het is niet de gewoonte in Italië dat politici hun functies neerleggen als zij ergens van worden beschuldigd, zelfs niet als zij formeel in staat van beschuldiging zijn gesteld door de justitie. De mensen vergeten zo snel, zei de christen-democraat Vittorio Sbardella onlangs. Een aantal topbestuurders binnen de christen-democratische en de socialistische partij is nog steeds in functie, hoewel zij door de Milanese justitie zijn beschuldigd van corruptie.

De prominentste van hen is de socialistische partijleider Bettino Craxi. Martelli heeft hem de afgelopen maanden vaak opgeroepen om af te treden, maar Craxi heeft steeds geweigerd, roepend dat hij onschuldig is. Martelli heeft nu zelf het voorbeeld gegeven. Hij wordt niet beschuldigd van corruptie, maar van betrokkenheid bij het frauduleuze bankroet van de Banco Ambrosiano, in 1982. Binnen drie uur nadat hij dit hoorde, nog voordat hij het document van de Milanese rechters in handen had, besloot hij af te treden.

Dat was om het kabinet niet te beschadigen, maar ook om te laten zien dat de 49-jarige Claudio Martelli anders is. “Ik ben ervan overtuigd dat ik mijn onschuld en goede trouw kan aankomen”, schreef Martelli in een korte bekendmaking. Hij wilde de indruk voorkomen dat hij daarbij gebruik zou maken van zijn positie als minister.

Dinsdagavond had Martelli al gewaarschuwd: als ik een avviso di garanzia krijg, een formeel bericht van de justitie dat ik word verdacht, dan treed ik ogenblikkelijk af. Martelli rook onraad. Na zeven maanden voortvluchtig te zijn geweest heeft zondag de socialist Silvano Larini zich onverwachts aangegeven bij de Milanese justitie. Larini wordt ervan verdacht een sleutelrol te hebben gespeeld in de corruptieschandalen: hij zou voor Craxi steekpenningen hebben opgehaald in Milaan. Terwijl Larini aan het praten was met de Milanese rechters, werden in Rome steeds vergaderingen van het partijbestuur om onduidelijke redenen verdaagd, doorgeschoven, uitgesteld. Martelli vermoedde dat er een alles-of-niets poging werd gedaan om hem uit te schakelen als kandidaat om Craxi op te volgen. Vanavond zou de partijraad aan een debat daarover beginnen.

Een aanwijzing voor de interpretatie van Martelli staat in de brief aan de partij, waarin hij meedeelt dat hij partijlidmaatschap opzegt. Het klimaat is “onverdraaglijk” geworden, schrijft Martelli. Vooralsnog zijn er geen bewijzen over een complot tegen hem, al is er vaak gespeculeerd op de wraakgevoelens van Craxi, die anderen in zijn val zou willen meesleuren.

Het vermoeden dat Claudio Martelli op de een of andere manier betrokken is geweest bij de instorting van de Banco Ambrosiano, in 1982, is niet nieuw. Op 17 maart 1981 werd bij een huiszoeking bij Licio Gelli, de leider van de vrijmetselaarsloge Propaganda Due een mysterieus briefje gevonden. Hierin wordt verwezen naar bankrekening nummer 633369, bijgenaamd "Bescherming', bij een bank in Lugano, een filiaal van de Union de Banques Suisses (UBS). Op het papier staan verder de namen van Claudio Martelli en Bettino Craxi.

Deze rekening blijkt te zijn gebruikt voor steekpenningen. Het gaat om een bedrag van zeven miljoen dollar, betaald door de Banco Ambrosiano. Dit smeergeld is een bedankje voor de lening van ongeveer 75 miljoen gulden die de staatsholding ENI heeft gegeven aan de Banco Ambrosiano. De ENI, actief in de olie, had veel buitenlandse valuta over, de Banco Ambrosiano had dringend behoefte aan contanten, en de socialistische partij bracht de twee partijen bij elkaar. Veel van de betrokkenen hadden banden met de verboden vrijmetselaarsloge Propaganda Due. De operatie is aan ENI-zijde begeleid door financieel directeur Florio Fiorini, die nu in Zwitserland vastzit wegens het bankroet van zijn houdstermaatschappij Sasea. Fiorini is gisteren ondervraagd door de Milanese rechters.

Twaalf jaar lang is onduidelijk gebleven waarom de namen van Craxi en Martelli op het briefje van Gelli stonden. Verzoeken aan de Zwitserse autoriteiten om de rekeninghouder achter dit nummer te onthullen, werden beleefd afgewezen. Wel had de UBS al in juli 1981 een verklaring uitgegeven dat Martelli nooit een rekening of een machtiging voor een rekening bij haar heeft gehad.

Larini heeft de Milanese rechters onthuld dat hij de rekeninghouder is. Volgens berichten vanmorgen in de Italiaanse pers heeft Larini over de rol van Craxi en Martelli het volgende verteld: hij was aan op een dag aan het wandelen in Milaan met Craxi en Martelli, toen hem werd gevraagd of hij een rekening in het buitenland had die kon worden gebruikt. Larini geeft zijn rekeningnummer bij de UBS, Martelli schrijft het op een blaadje. Misschien is dat wel het blaadje dat bij Gelli is gevonden, suggereert Larini. Larini ontdekt dat er, in twee stortingen, zeven miljoen dollar op de rekening is gestort. Craxi, om opheldering gevraagd, zegt dat het gaat om “een operatie met de Banco Ambrosiano”. Larini zegt dat hij het geld van zijn rekening af wil hebben, en dat gebeurt. Hoe, waarheen, door wie, dat was vanmorgen nog onduidelijk.

Ook na deze berichten blijft Martelli overtuigd dat hij zijn onschuld kan aantonen. Dat blijkt ook het slot van zijn brief aan de partij. Hij bedankt de mensen die zich met hen hebben ingezet voor een radicale vernieuwing. “Van hen neem ik geen afscheid,” schrijft Martelli. “Aan hen, aan alle Italiaanse democraten ... zeg ik gewoonweg, tot ziens.”

Ook na zijn aftreden geeft Martelli zijn droom niet op om ter linkerzijde een alliantie te stichten die is gemodelleerd op de Amerikaanse Democratische partij. Craxi heeft samenwerking met de ex-communistische Democratische Partij van Links steeds tegengehouden, Martelli gelooft dat de tijd nu rijp is om het te proberen. Het was rond het middaguur nog onduidelijk wat Martelli's aanhangers binnen de socialistische partij doen.

Premier Giuliano Amato, ook een socialist, bewaart ondertussen een zo groot mogelijk afstand tussen zijn kabinet en de in problemen verkerende partij. Zodra het aftreden van Martelli bekend werd, heeft president Oscar Luigi Scalfaro olie op de golven gegooid. Na overleg met de PDS werd duidelijk dat het kabinet hier niet over zou vallen, al voegde de woordvoerder van Scalfaro daaraan toe dat er een moment komt “waarop de balans moet worden opgemaakt”. Zo probeert Amato, met steun van president Scalfaro en voor het moment ook met die van de grootste oppositiepartij, de PDS, te voorkomen dat zijn kabinet wordt meegezogen door de crisis binnen de partijen waarop het steunt.