Tijd voor stratego

De Tweede Kamer als speelhonk. Er is geschaakt, op twee borden zelfs, gedamd, ge-mens-erger-je-niet en vanzelfsprekend veel gezwartepiet. Van de WAO waar het allemaal mee begon, is een cryptogram gemaakt waarover de Eerste Kamer zich straks mag buigen. Bovenop de resten van het slagveld dat het WAO-debat in de Tweede Kamer heeft aangericht, is voor de nationale politici thans het moment aangebroken voor een spelletje stratego. Wat zal het worden bij de verkiezingen en wie gaat er daarna met wie, dat is momenteel zo ongeveer het meest geliefde gspreksonderwerp.

De verkiezingspolls vormen het basismateriaal. Ze blijven allemaal in dezelfde richting wijzen: zwaar verlies voor de Partij van de Arbeid, licht verlies voor het CDA, een monsterzege voor D66 en een bescheiden winst voor de VVD. Verrassend zijn de onderzoeken nog nauwelijks. Er rest voor de belanghebbenden nog ruim een jaar om het beeld te wijzigen. Maar kunnen ze dat ook op eigen kracht? Het kabinet heeft niet zoiets als een eindoffensief in petto. Het zal nog de grootste moeite kosten om aan de financiële doelstellingen van het regeerakkoord te voldoen. Hoeft ook niet, zegt minister Kok. In het licht van de zorgwekkende werkgelegenheidsontwikkeling mag het van hem wat rustiger aan met de tekortreductie, op voorwaarde dat plannen worden gemaakt om op termijn de afspraken alsnog te realiseren. Kok wil niet afzien van bezuinigingen, maar slechts minder korten. Dat worden binnenkort dus toch weer de bekende plaatjes van zich naar het zoveelste bezuinigingsberaad spoedende ministers. "Scoren' doen ze er in elk geval niet mee, zo heeft de op dit gebied inmiddels rijke ervaring geleerd.

Qua oogst heeft het kabinet de kiezers tot de verkiezingen weinig te bieden. De euthanasie mag dan wel net zoals de wet gelijke behandeling eindelijk zijn geregeld, het zijn toch niet de issues om een ommekeer bij het teleurgestelde electoraat te bewerkstelligen. Wat wel een rol van betekenis kan gaan spelen is de factor tijd. De PvdA zit op een zodanig dieptepunt, dat er normaal gesproken alleen nog maar een weg naar boven resteert. Vooral als de conjunctuur tegenzit, bestaat bij het electoraat de neiging op "zeker' te spelen. Naarmate de echte verkiezingen dichterbij komen, zal een deel van de weggelopen PvdA-kiezers zich herbezinnen en de consequenties nog eens overziende, besluiten de partij toch trouw te blijven. Zit de PvdA eenmaal op de lijn omhoog, al is het maar een paar zetels, dan kan het "bandwagoneffect' voor nog wat extra's zorgen. Met als resultaat dat het thans voorspelde verlies uiteindelijk minder dramatisch zal uitvallen.

Een tegenovergesteld effect dreigt voor D66. Voor deze partij wordt nu al zo lang een ongekend grote winst voorspeld, dat er alleen nog maar een weg terug is. De aanval op Van Mierlo is reeds ingezet. Tijdens het WAO-debat stond hij tijdens de schaarse momenten dat het om de inhoudelijke kant van de zaak ging, alleen tegenover de drie andere grote partijen die D66 stuk voor stuk verweten een keuze te ontlopen. Niet onopgemerkt is gebleven dat het Van Mierlo zelf was die zich verweerde tegen de opmerkingen van de andere partijen en niet de officiële D66-woordvoerster Louise Groenman. Waarmee weer eens het beeld versterkt werd dat D66 inderdaad niet veel meer is dan Van Mierlo.

Onderwerpen om zich te profileren, anders dan dat het anders moet, heeft D66 niet echt, zeker niet nu euthanasie en gelijke behandeling zijn afgedaan. Ongetwijfeld zal straks in het kader van het debat over de staatsrechtelijke vernieuwing vanuit D66 weer het pleidooi voor de gekozen minister-president en het districtenstelsel komen. Maar dit uit 1966 stammende thema gaat zich langzamerhand tegen D66 zelf keren. De huidige crisis in het politieke bestel is niet uniek voor Nederland maar doet zich in dezelfde mate voor in landen met een districtenstelsel en/of een gekozen president. Overal is sprake van een toegenomen afstand tussen burgers en bestuur. Kortom, moet de oorzaak niet ergens anders worden gezocht dan in het ontbreken van een districtenstelsel of een gekozen minister-president? Vragen die ook binnen D66 zelf leven. Staatsrechtelijke vernieuwing is altijd het stokpaardje van Hans van Mierlo geweest, zei Jan Terlouw twee jaar geleden in de Haagse Post. Zelf vond hij het onderwerp tien jaar geleden al achterhaald.

De enorme populariteit van D66 is voor een belangrijk deel het gevolg van een negatieve keuze. Omdat de andere partijen niets zijn, wordt het maar D66. Er wordt niet zozeer voor D66 gestemd, alswel tegen de PvdA. Geen stevig fundament voor een partij. Van Mierlo krijgt het zwaar. Op het Binnenhof wordt hij van alle kanten belaagd, buiten het Binnenhof wordt het tot nu toe door Van Mierlo gedomineerde debat over de politieke cultuur van hem overgenomen door vooralsnog vrijblijvende praatclubs. Zodoende wordt ook D66 ongewild ingedeeld bij het establishment. Winnen zal D66 zeker, en flink ook, maar de tragiek van de partij is dat een winst van bijvoorbeeld acht zetels al als een verlies zal worden uitgelegd.

Zonodig nog interessanter in het stratego-spel is de ontwikkeling binnen het CDA. Voor het eerst zal de partij niet de premier kunnen inzetten als lijsttrekker. Binnen de CDA-fractie is zeker na de WAO-perikelen van afgelopen maand niemand echt rouwig om het vertrek van Lubbers. Er is daar duidelijk sprake van een "ten years itch'. Bij de gewone kiezer ligt dat anders. De "staatsman' Lubbers is nog altijd aanzienlijk populairder dan de "springerige' Brinkman. Aan de CDA-strategen de taak de wisseling van de wacht met zo min mogelijk zetelverlies gepaard te laten gaan. De vroege lancering van Brinkman maakte onderdeel uit van dat plan. Waar niet op was gerekend, was dat de brokstukken van de eerste trap van de raket in het CDA zelf terecht zouden komen. De bedoeling was dat Brinkman zich achter de leider zou warm lopen; niet om hem hinderlijk vòòr de voeten te lopen.

Brinkman en Lubbers zullen de komende tijd als span moeten optreden, zodat Lubbers over een jaar zonder al te veel beroering een stapje naar achteren kan doen. Het is een beetje te vergelijken met de positie waarin de Amerikaanse vice-president George Bush in 1988 kwam te verkeren nadat hij door de Republikeinen was aangewezen als opvolger van Ronald Reagan. Wil Lubbers straks met overtuiging Brinkman kunnen aanprijzen als zijn gedroomde opvolger, dan dienen verdere schermutselingen tussen hun tweeën achterwege te blijven. Maar zal Brinkman zich weten te beheersen? De eerstvolgende confrontatie dient zich al weer aan nu het debat over de bezuinigingen is begonnen. Brinkman pleitte al in november voor de harde lijn en eiste echte in plaats van boekhoudkundige bezuinigingen. Hij vindt daarbij Kok op zijn weg, maar ook partijgenoten in het kabinet zoals de ministers Andriessen, De Vries en Maij-Weggen. De vraag is dan ook: hoe veel nederlagen kan de aanstaande CDA-leider zich nog permitteren? De WAO-apotheose heeft echter duidelijk gemaakt dat Brinkman het bij dergelijke afwegingen niet voor het zeggen heeft.