Tiende planeet blijkt niet meer nodig

Volgens de Amerikaanse astronoom Myles Standish is er nu geen enkele aanwijzing meer dat zich voorbij de baan van Pluto nog een onbekende, tiende planeet zou bevinden. Hij concludeert dit op grond van nieuw onderzoek aan de beweging van de verre planeten Uranus en Neptunus. Als er zich in de diepten van het zonnestelsel nog een planeet zou bevinden die tot nu toe aan de waarnemingen was ontsnapt, dan zou hij de baan van die twee reuzenplaneten moeten verstoren. Maar er is nu niets meer dat daar op wijst.

Al tweemaal hebben storingen in planeetbanen geleid tot de ontdekking van een planeet. Afwijkingen in de baan van de in 1781 ontdekte planeet Uranus leidden tot de ontdekking van Neptunus (in 1846) en resterende storingen in de banen van Uranus en Neptunus brachten de speurtocht op gang die uiteindelijk tot de ontdekking van Pluto zou leiden (in 1930). Maar Pluto bleek veel te klein om merkbare afwijkingen te veroorzaken in de banen van andere planeten. Dus werd opnieuw gedacht aan een nog onbekende, tiende planeet.

Om de baan van Uranus nauwkeurig te kunnen berekenen, moet men precies weten hoe sterk er door andere planeten aan wordt getrokken, met name door de andere reuzenplaneten: Jupiter, Saturnus en Neptunus. Daartoe moeten de massa's van die planeten nauwkeurig bekend zijn. Standish heeft nu de nieuwste waarden gebruikt, zoals die zijn afgeleid uit de baan van de Voyager-ruimteschepen (die dicht langs deze planeten vlogen). Vooral de massa van Neptunus behoefde correctie: deze planeet is 0,5 procent lichter dan men vroeger dacht.

Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat Uranus in de afgelopen anderhalve eeuw precies zijn berekende baan heeft gevolgd. De nog resterende afwijkingen zouden niet het gevolg zijn van een onbekende planeet, maar van onontkoombare waarnemingsfouten tijdens het meten van de positie van de planeet. De meeste van die fouten zijn afkomstig van dezelfde sterrenwacht. En de resterende afwijkingen in de baan van Neptunus vloeien voort uit het feit dat deze planeet sinds zijn ontdekking nog niet één omloop om de zon heeft gemaakt.

Het nu gevonden resultaat, dat gepubliceerd wordt in The Astronomical Journal, is overigens niet het enige dat tegen het bestaan van Planeet X pleit. Hoewel zo'n verre planeet in zichtbaar licht erg zwak zou zijn, zou hij wellicht wel voldoende straling uitzenden om te zijn waargenomen door de IRAS. Dit was een Nederlands-Amerikaanse infraroodsatelliet die in de jaren tachtig het grootste deel van de hemel in kaart heeft gebracht. Er werd echter geen planeet gevonden. Ook zou zo'n planeet de baan kunnen beïnvloeden van de twee interplanetaire ruimtesondes die zich nu buiten de baan van Pluto bevinden: Pioneer 10 en 11. Ook daarvan is echter nog niets gebleken. Alles bij elkaar ziet het er voor Planeet X dus heel somber uit.