Theunisse in trainingskamp verslagen door een zwarte man op een bestelfiets

Twee weken lang trainde wielrenner GERT-JAN THEUNISSE op de saaie asfaltwegen van Zuid-Afrika. Met een papwiel naar de fietsenmaker en in achtervolging op een zwarte man met een bestelfiets.

JOHANNESBURG, 11 FEBR. Hij zocht een land waar hij op hoogte kon trainen, op goede wegen, en zonder tijdverschil en bijbehorende jetlag die weer twee dagen van tweehonderd kilometer fietsen zouden kosten. Het moest er zomer zijn in de Nederlandse winter, zodat hij uren kon maken. Toen zijn vrouw in de winkel in hun Brabantse dorp Berghem hoorde dat er bovendien al negentien jaar lang een achternicht woonde, was de keus gemaakt. Gert-Jan Theunisse (30) reed de afgelopen twee weken 2500 kilometer door Zuid-Afrika als voorbereiding op het nieuwe wielerseizoen.

Vereeniging, Vanderbijlpark, Villiers, Heidelberg: het zijn de saaie plattelandsstadjes die hij met zijn vriend Jos van der Pas aandeed als onderbrekingen van eindeloze asfaltwegen met één bocht in zeventig kilometer. De achternicht had de kaart van Johannesburg en omgeving ingekleurd voor mooie routes. Wegen naar en door de zwarte townships had ze doorgekrast. Daar konden ze beter wegblijven. Eén dag vergaten ze de kaart, sloegen ergens rechtsaf en kwamen in het krottenkamp Evaton terecht - vanwege het geweld een van de gevaarlijkste in de omgeving. “Allemaal van die golfplaten hutjes. Dat mensen daarin kunnen wonen, denk je dan. We zagen jongens met stenen in de hand naar ons kijken, maar ze deden niets. Waarschijnlijk vonden ze ons gewoon rare kwibussen op de fiets”, zegt Theunisse.

Het was de enige “spannende” ervaring. Iedereen, zwart en blank, reageerde positief wanneer ze langs kwamen. In Vereeniging werd de plaatselijke fietsenmaker dolenthousiast, toen Theunisse binnen kwam om een nieuwe band te kopen na een papwiel, Afrikaans voor lekke band. De man herkende hem meteen, want ook in Zuid-Afrika wordt de Tour de France dagelijks in samenvatting op de televisie uitgezonden. Wielrennen is hier een populaire sport, men heeft zelfs een eigen ronde. Theunisse, in Johannesburg in het huis van de achternicht, op een zwaar houten bankstel met diepe kussens dat aan Brabant doet denken: “Er wordt hier veel gefietst en de mensen weten er veel van. We verbaasden ons ook over het materiaal. Vorig jaar moest onze ploeg nieuwe pedalen testen. Ze lagen hier al in de winkel.”

De samenleving vliegt aan je voorbij, als je met de blik op oneindig doortrapt. “De armoede, daar schrik je niet meer van. Ik heb in Venezuela gereden, ik ben in Jamaica op vakantie geweest, daar zie je ook die hutjes langs de weg. In Nederland hebben we die echte armoede niet meer, door de uitkeringen. Maar in Den Bosch rijd je ook door straatjes waar je voor geen prijs zou willen wonen.”

Vanwege het klimaat en de hoogte zoeken steeds meer wielrenners Zuid-Afrika op om te trainen. Johannesburg ligt op 1750 meter, wat volgens Theunisse goed is voor de vermeerdering van de rode bloedlichaampjes die voor korte tijd voor een extra zuurstofreservoir zorgen. Bugno, Argentin en Fignon gingen Theunisse voor. “Het is hier echt ideaal. In voorgaande jaren gingen we naar Tenerife, maar door de sneeuw konden we daar een week niet trainen. Als ik nu hoorde dat het in Nederland min vier graden was met dichte mist, terwijl ik zeven uur had kunnen fietsen, had ik toch een fijn gevoel.”

Theunisse bereidt zich voor op een wielerseizoen met voor- en najaarsklassiekers, enkele etappekoersen en de Tour de France. De Ronde van Spanje laat hij achterwege: “Vorig jaar moest ik er vreselijk afzien en werd ik elfde. Het sloeg in Nederland totaal niet aan. Nu kan ik mezelf total loss rijden in de klassiekers.” Als kopman van de TVM-ploeg gaat hij uit van een plaats bij de eerste tien in de Tour, “met een etappe-overwinning, dat wil de sponsor ook graag.” Vorig jaar werd hij elfde in de Tour, na pech in de eerste etappe waarin hij zes minuten verloor, “anders was ik zesde of zevende geworden.”

Met ploegmaten als Konisjev, Harmeling en De Vries verwacht hij een goede ploegentijdrit te kunnen rijden. De individuele tijdrit zal nooit zijn sterkste punt worden. “Het is voor de Nederlanders jammer dat er dit jaar weer geen klimtijdrit in de Tour zit. Dat zou goed zijn voor Breukink, Rooks en mijzelf. Ik vind het ook jammer dat de Alpe d'Huez is geschrapt, dat was een mooie traditie met een meerwaarde boven andere etappes. Als Indurain rijdt als vorig jaar, is hij niet te verslaan. Hij neemt zo'n voorsprong in de tijdritten, die hoeft hij alleen maar te verdedigen. Met zijn superploeg is dat geen probleem. Hij kan een beetje achterin meetrappen - zijn ploeg rijdt de gaten toch wel dicht.”

Theunisse gelooft niet dat zijn afwezigheid van een jaar na de doping-affaire twee jaar geleden hem als renner heeft veranderd. Het wielrennen is wel veranderd, meent hij. “Het niveau is veel hoger geworden. Ik rijd snellere tijden dan vroeger, maar presteer minder. Vroeger werd in lange tijdritten zo'n 48 kilomer per uur gereden; nu is dat vaak 50, 51 kilometer. Het zijn snelheden waar je soms bang van wordt.”

Hard fietsen kunnen ze in Zuid-Afrika ook, hebben de renners onderweg gemerkt. Ze vertellen het pas na aandringen van de achternicht. Gekrenkte wielertrots? Op één van hun lange wielertochten kregen Theunisse en Van der Pas een zwarte man in het vizier. Hij reed op een zware bestelfiets met dikke banden. Maar wat ze ook probeerden, hij liet zich niet inhalen. Als ze versnelden, deed hij dat ook, lachend omkijkend: waar blijven jullie nou? Zo ging het kilometers door, over heuvelig terrein. Totdat de man afsloeg, zwaaide en verdween. Hij had twee ervaren Nederlandse coureurs eraf gereden, op een bestelfiets. Zo snel, ze konden hem niet eens een contract aanbieden.