Studies pedagogiek en onderwijskunde slecht verdeeld over vier jaar

UTRECHT, 11 FEBR. De universitaire studierichtingen pedagogiek en onderwijskunde zijn slecht verdeeld over vier jaar, zodat de studenten aan het eind in tijdnood komen. Ook tellen deze studies te veel afstudeerrichtingen. In het algemeen slagen de vakgroepen er echter goed om in de meest uiteenlopende soorten studenten tot goede pedagogen op te leiden.

Dat is het oordeel van de visitatiecommissie Pedagogiek en Onderwijskunde die donderdag haar rapport heeft aangeboden aan W.C.M. van Lieshout, voorzitter van haar opdrachtgever, de Vereniging van samenwerkende Nederlandse universiteiten. De commissie werd geleid door de Leidse emeritus-hoogleraar prof.dr. P. van den Broek.

Een opvallend aspect van de studies is volgens de commissie dat ze een nogal afwijkende groep studenten trekken. Niet alleen is ongeveer tachtig procent van de studenten vrouw, maar de meesten hebben ook eerst een andere (meestal HBO-) studie gedaan, zodat ze ouder zijn dan gemiddeld. Goed onderwijs geven aan zo'n diverse groep is moeilijk, maar de vakgroepen slagen daar goed in, vindt de commissie.

Volgens de commissie kunnen de vakgroepen het zich wel gemakkelijker maken door de programma's hechter te organiseren. Nu wordt bij voorbeeld veel tijd besteed aan een heel scala aan afstudeerrichtingen, die vaak alleen berusten op de toevallige interesse van een of meer docenten. Dat leidt tot weinig samenhang in het programma, waardoor vertraging optreedt in de afstudeerfase. Een fase in de studie die toch al zwaar belast is, omdat de stageperiode en de scriptie zeer tijdrovend zijn. Goede landelijke afspraken over die afstudeerrichtingen zijn noodzakelijk.

Aan de andere kant van het studieprogramma, in de propaedeuse, wordt het de studenten juist weer te gemakkelijk gemaakt, vindt de commissie. Dat programma mag wel wat zwaarder. De vakgroepen kunnen wel een wat helderder onderwijsconcept gebruiken en een wat daadkrachtiger studierichtingscommissie die daar oog op houdt.

De visitatiecommissie die de zes vakgroepen pedagogiek en vijf vakgroepen onderwijskunde heeft geëvalueerd, merkt verder op dat grote verschillen bestaan tussen de ene universiteit en de andere. Ze doet een voorstel om de studierichtingen wat duidelijker te stroomlijnen.