Stormvloeden

In zijn bijdrage over stormvloeden in het bijvoegsel van 28 januari heeft de heer Zwart duidelijk gemaakt dat in twee opzichten de stormvloed van 1953 nog ernstiger had kunnen zijn: in astronomisch en in meteorologisch opzicht. Er is ook nog een derde punt dat van belang is: de stand van het water in de grote rivieren.

Op 1 februari 1953 stond het water in Rijn en Waal niet hoog, in Nijmegen was de stand toen 825 cm. Enkele weken tevoren had de Waal daar echter nog een stand van 12½ meter bereikt, dus ruim vier meter hoger! Uiteraard zou het van invloed zijn geweest op de stand van de benedenrivieren tijdens de stormvloed van 1 februari 1953 als het peil in de bovenloop ook toen zo hoog was. Voor Rotterdam zou dit hebben betekend dat het water nog 30 cm hoger zou zijn gekomen.

Groot is de invloed van de waterstand in de bovenloop der grote rivieren op de opzet van het water aan de kust dus niet, zeker in Zeeland zal er weinig van te merken zijn. Maar onder omstandigheden als die van 1 februari 1953 is natuurlijk iedere centimeter extra opzet van het water van betekenis, vandaar dat ook deze kleine invloed niet is te verwaarlozen. En alweer moet dus worden geconstateerd dat de gevolgen van de stormvloed van veertig jaar geleden nog ernstiger hadden kunnen zijn.