Slimme riolen

H2O, tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling. Jaargang 26, nr 3. 4 februari 1993. Jaarabonnement ƒ 117,50. Postbus 70, 2280 AB Rijswijk. Te. 070-3953535.

Aan de rioleringen valt de komende jaren voor miljarden te vernieuwen. Alleen al in Zuid-Holland is tot het jaar 2010 zo'n 4500 kilometer rioolbuis, ofwel meer dan de helft van het areaal aan vrijevalriolering aan vervanging toe. In H20, vakblad voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling, woedt dan ook al enige tijd een discussie over de merites van de verschillende moderne rioolsystemen. Het draait om de vraag wanneer een riool nog functioneert en in hoeverre de vuiluitworp kan worden teruggedrongen.

Bij de klassieke rioleringsstelsels kan hevige regenval ertoe leiden dat een deel van het rioolwater via een overstort op het oppervlaktewater wordt geloosd, met alle vervuiling vandien. In een modern systeem is dat taboe. Men spreekt van vuilinsluitende stelsels (VIS), wat wil zeggen dat al het afvalwater en in elk geval ook de first flush van vervuild regenwater in de zuiveringsinstallatie terecht moeten komen.

In een vuilinsluitend gemengd rioolstelsel komen het afvalwater van de huishoudens en het hemelwater dat in de stoeprandputten (kolken) stroomt ondergronds bij elkaar om gezamenlijk naar de zuiveringsinstallatie te worden afgevoerd. Regent het hard, dan kan men vervolgens de rest van het hemelwater via een ondergronds stelsel van kunststof kleppen een andere kant op laten stromen om door een reeks kleine inzamelstelsels tenslotte in een overstort op het oppervlaktewater te belanden. Met behulp van moderne, niet-permanente stromingsberekeningsprogramma's kunnen de doorspoeltijden onder verschillende omstandigheden precies worden becijferd.

Deze inzamelingsstelsels worden de komende jaren op grote schaal gerealiseerd, vaak in combinatie met het ophogen en herbestraten van woonstraten. In Terneuzen bijvoorbeeld is het nieuwe concept met succes naast de bestaande riolering aangelegd.

Een verbeterde versie voor lokaties met veel oppervlaktewater, eveneens in H2O beschreven, is het vuilinsluitend semi-gescheiden rioolstelsel, waarbij een deel van het hemelwater op het oppervlaktewater wordt geloosd. Dit stelsel is toepasbaar op lokaties met veel oppervlaktewater. Insluitkleppen en andere bewegende mechanische elementen ontbreken. Volgens rioolexperts van het ingenieursbureau Haskoning is dit ontwerp zeer geschikt voor bijvoorbeeld de oude binnenstad van Delft, waar de gemengde riolering de afgelopen jaren grotendeels vernieuwd is. De doorsnee van de meeste rioleringen in de oude binnenstad is wegens ruimtegebrek beperkt en er zijn tientallen overstorten. Bij de meeste huisaansluitingen worden afval- en hemelwater gemengd afgevoerd, en waar de wegverharding niet rechtstreeks afwatert op de grachten zijn ook de regenputjes, de kolken, op de riolering aangesloten. Om dit stelsel vuilinsluitend te maken zou men volgens het plan van Haskoning bij iedere huisaansluiting en iedere kolkaansluiting een interne overloop moeten maken en die onderling in de lengterichting koppelen aan een klein overloopriool. Bij droog weer wordt dan al het vuil via het bestaande riool afgevoerd. Gaat het hard regenen dan komt het surplus aan regenwater in het overloopriool terecht.

Voor gebieden met hoge grondwaterstanden kunnen zich echter complicaties voordoen. Daarom lanceert H20 deze week een vuilinsluitend gescheiden rioolstelsel, waarbij drainwater geloosd kan worden. Hierbij krijgen de kolken in het wegdek een dubbele afvoer. De onderste is voorzien van een stankscherm en aangesloten op de vuilwaterriolering. Daarboven komt de tweede afvoer, die bestaat uit een overloopleiding en aangesloten op de hemelwaterriolering. Al het hemelwater dat van de daken van de huizen komt gaat meteen naar de hemelwaterriolering en daardoor blijft meer bergingscapaciteit over om het (eerste, vervuilde) hemelwater van de straten op te vangen in het vuiilwatersysteem. Om dit alles goed uit te voeren en verwarring te voorkomen moeten buizen in verschillende kleuren worden gebruikt en is een stelsel van inspectieputten nodig. Het wordt hoe langer hoe ingewikkelder onder de grond.