Samenstelling EOE voorlopig ongewijzigd

De eerder aangekondigde herijking van de EOE-aandelenindex gaat niet door. De EOE-optiebeurs ziet af van de aanpassing, die op 19 februari zou ingaan, omdat die de index te gevoelig zou maken voor de koersen van een klein aantal fondsen waarvan de koers erg beweeglijk is. De EOE-aandelenindex wordt net als de CBS-stemmingsindex gebruikt als graadmeter voor de stemming op de Amsterdamse beurs.

Scheidend Optiebeurs-directeur drs. T.E. Westerterp zei gisteren dat het gevolg van de aanpassing zou zijn dat de EOE-index met een punt stijgt als de koers van Fokker met één gulden oploopt. De koersen van grote fondsen zoals Koninklijke Olie en Unilever zouden daarentegen relatief weinig invloed hebben op de index. Met het afstel van de aanpassing van de index komt de Optiebeurs tegemoet aan kritiek van optiehandelaren die wezen op de gevaren van de wijziging. De Optiebeurs wil binnen afzienbare tijd het reglement van de EOE-index aanpassen.

De EOE-index is samengesteld uit 25 fondsen met de grootste effectieve omzet over de afgelopen drie jaar. De tien grootste tellen voor vijf procent mee en de overige vijftien fondsen hebben een wegingsfactor van 3⅓ procent. Als de EOE-index 300 punten noteert, wordt dat getal met honderd vermenigvuldigd. Van de uitkomst (300.000) moet dan vijf procent worden volgemaakt met bij voorbeeld aandelen Koninklijke Olie. Als de koers 150 gulden bedraagt, telt het aandeel Koninklijke Olie dus tien keer mee. Aandelen waarvan de koers aanmerkelijk lager ligt, tellen veel vaker mee om hun deel van de EOE-index te kunnen invullen. Probleem is dat de koersen van een aantal cyclische fondsen zoals Philips, Fokker, Nedlloyd, KLM en Stork de afgelopen tijd flink is gekelderd. De koersen van deze fondsen zouden na de aanpassing aan de omzetten van de afgelopen jaren een onevenredig grote invloed op de hoogte van de EOE-index krijgen. Bovendien zou het belang van standvastige sectoren zoals het bankwezen en de levensmiddelenindustrie afnemen.

Een ander bezwaar van effectenhuizen was dat het steeds moeilijker zou worden opties op de EOE-index af te dekken. Het aantal aandelen dat nodig is om het "mandje' aandelen dat de onderliggende waarde van de EOE-index vertegenwoordigt, zou erg groot worden en daardoor moeilijk te krijgen.