Rijnders schokt zo graag, maar het lukt hem niet

Voorstelling: Count your blessings door Toneelgroep Amsterdam i.s.m. Het Concern. Tekst, regie: Gerardjan Rijnders. Decor: Paul Gallis. Spel: Viviane de Muynck, Helga Langen, Chris Nietvelt, Lineke Rijxman e.v.a. Gezien: 10/2, Stadsschouwburg, Amsterdam. Nog te zien aldaar t/m 13/2, elders t/m 7/4.

In een vraaggesprek in HP/De Tijd van deze week vertelt regisseur Gerardjan Rijnders over een jubileumavond van deze krant, enkele jaren geleden. Hij was gevraagd het toneelgedeelte te verzorgen en had het theatergroepje Nieuw West uitgenodigd voor een rondje Publikumsbeschimpfung. Het resultaat, stelt hij nu vergenoegd vast, was "totale oorlog in de zaal' geweest. Snoever, dacht ik toen ik dat las: ik heb ook nooit een oorlog meegemaakt, maar ik stel me er iets anders bij voor dan het gemoedelijke tumult op die avond. De meeste aanwezigen vonden Nieuw West precies even zouteloos als het groepje was en sommigen lieten dat vrolijk weten. Niks aan de hand.

Een Bürgerschreck zijn, dat is wat Rijnders wil en zeker voor een kunstenaar is dat geen mal oogmerk. Maar aan die drang tot schokken zou hij gevolg moeten geven zonder erover te praten. Hij moet zijn pijlen richten op alles wat mis is zonder zelf de kwaliteit van die pijlen te prijzen. Anders wordt hij een Robin Hood-uit-berekening en krijgt hij iets zelfgenoegzaams, net als zijn slachtoffers - anders is hij niet langer gevaarlijk maar alleen nog deksels rebels. En dat laatste komt neer op koketterie van de professionele dwarsligger, op pose en niet op overtuiging of noodzakelijke stellingname.

Aan het subtiele maar doorslaggevende verschil tussen die twee houdingen moest ik denken bij het zien van Count your blessings, Rijnders' nieuwste staaltje van zap- of montage-toneel. Het meest onvervalste staaltje tot nu toe: vergelijkbare voorstellingen als Bakeliet (1987) en Titus, geen Shakespeare (1988) hadden nog een verhaallijn of dramatische leidraad, Count your blessings ontbeert beide. Het is een verzameling losse gedachten, onnavolgbaar gerangschikt en soms begrijpelijk, vaak zelfs dat niet. Afgaande op wat Rijnders erover gezegd heeft, concludeer ik dat vreemdelingenhaat het thema is. Goed.

Die kennis is geen maatstaf. Count your blessings gaat over wat we te horen en te zien krijgen en over wat we daaruit afleiden. De voorstelling begint met een opgewonden groepje ongeregeld voor een wand met een groot aantal genummerde deuren. Daar doorheen verdwijnen, steeds nagestaard door het met stomheid geslagen groepje, eenlingen. Waar ze heen zijn gegaan blijkt als de wand (het decor is van Paul Gallis) uiteenwijkt en zicht geeft op een huis zonder gevel met acht identieke kamertjes, verdeeld over twee verdiepingen. Dit poppenhuis zou weleens een pension kunnen zijn: madame (Viviane de Muynck) huist met haar gekke zoon (Paul Koek) in het kamertje rechts van het midden, op de eerste verdieping. Ze is de bron van via de intercom versterkte ver- en geboden.

De dramatische handeling beperkt zich tot invallen - door het groepje burgers bij de eenlingen (gespeeld door vier leden van dansgroep Het Concern) die we op hun kamertje nadrukkelijk niemand tot last zien zijn. Ze zijn neurotisch, dat wel. Ze verkleden zich, eindeloos, ten prooi aan een permanente identiteitscrisis. Zo geheel anders dan de burgers, die ongegeneerd deuren opengooien en dichtsmijten, liefst collectief opereren en nog zo wat kenmerken vertonen van Gestapo-gedrag. Sommigen van hen ontsporen van lieverlee, Chris Nietvelt trekt op het laatst dikke pakken kleren over elkaar aan.

Invallen, dat is ook de essentie van de tekst. Ongetwijfeld bij elkaar gescharreld door alle medewerkenden en opgetekend en geordend door Rijnders zelf, is de tekst het zwakke element van Count your blessings. Voor het welwillende oor klinkt het zinnetje: “Ik droom inmiddels wel onder embargo” vast als muziek, maar het betekent helemaal niks. Zelfs nog minder dan: “Ik voel me zo Joegoslavië” of dan: “Anorexia, dat is psycho-Somalisch” en dan talloze vergelijkbare voorbeelden. Voorbeelden van pomo-modieuze woordspelinkjes, kwinkslagjes, gedachtesprongetjes, stoute verwensinkjes en scatologische aardigheidjes die ternauwernood prikkelend genoeg zijn om er elkaar thuis, tijdens de afwas, mee lastig te vallen. Kanker, chemotherapie, aids, anorexia, asielzoeker en vrouwencondoom, dat is het favoriete genre begrippen in deze tekst, herpes, aan het begin van de jaren tachtig in de belangstelling, is kennelijk al te altmodisch. Count your blessings is een tweeënhalf uur durend vondstje.

De opmerkelijk kalm getoonzette voorstelling doet geen pijn en sleept niet mee, zoals indertijd het showy Bakeliet. Er zijn wel melancholiek stemmende momenten, zoals de scène waarin het alcoholische lor dat Helga Langen speelt in haar kamertje "bezocht' wordt door het groepje autochtonen (?). Maar die zijn te schaars om op te wegen tegen de overkill aan flauwiteit, waarvan het beste misschien net goed genoeg is voor een vage glimlach. Van het beoogde onbehagen, het beschamende gevoel betrapt te worden, heb ik niets gemerkt.

Dat het belangrijkste ensemble van ons land een voorstelling als deze kan uitbrengen is fantastisch. Nergens anders ter wereld zou zoiets kunnen. Maar de voorstelling zelf is niet geslaagd en is een boemerang. Rijnders snijdt zichzelf in het vlees met deze evidente maar falende poging te schokken. Schokken moet men onontkoombaar doen - en anders maar laten.