Niks gelijk

In de jaren zeventig had een vriendin van me, Francis - begaafd, bereisd, bemind - een minnaar die welbeschouwd niet om aan te zien was. Hij was dik, kalend en een stuk ouder dan zij. Helaas was hij ook getrouwd, zodat hun verhouding de bekende ingewikkelde trekken vertoonde. Hij moest veel liegen, zij veel wachten.

Het was wonderlijk om te zien dat die onooglijke dikkerd (die anderzijds wel geestig en rijk was) in zijn vormeloze pakken zich nooit zorgen leek te maken over zijn uiterlijk, terwijl Francis, de aantrekkelijke geliefde, op een welhaast panische manier met het hare bezig was. Diep in haar hart hoopte, nee, wist zij wel dat hij haar niet alleen om haar uiterlijk waardeerde. Maar in de praktijk kon dat niet donderen. Zij verfde heur haar een spannend rood en at op de dagen dat zij niet samen dineerden - dat waren er veel - uitsluitend groente: liefst spinazie, zuurkool of komkommer. Zij at geen hap zonder aan haar heupen te denken. Haar heupen! Twee, drie keer zouden ze in zijn broeken gepast hebben.

Natuurlijk, zij was gek. Maar niet abnormaal. Niet gekker dan hij. Je zou hoogstens kunnen zeggen dat dat ongelijke paar een wat overdreven voorbeeld was van de conventionele rolverdeling tussen de seksen.

Immers, waar de emancipatie duizendmaal daags op strandt en altijd op zal blijven stranden, dat zijn de persoonlijke verhoudingen. Daar kan van gelijkheid geen sprake zijn. Hoe dichter je in de buurt komt, des te duidelijker zie je wat er allemaal anders is. En dat vinden we fijn. Gelijkheid is vervelend, koud, onvruchtbaar. Gelijkheid is pure, brave theorie. Alles in ons snakt naar wat anders is, al begrijpen we er geen bal van. Rolverdelingen helpen om de chaos de baas te blijven.

Maar die pure, brave gelijkheidstheorie staat erg in de belangstelling. Er is een wet in de maak die het allemaal nog eens zal aanscherpen, dat niemand anders mag worden behandeld op grond van zijn biologische geaardheid. Man, vrouw, nicht of pot, we kunnen er toch niks aan doen? Zelfs een streng gereformeerd schoolhoofd, een echte verlichte schat, hoorde ik op de EO-radio zeggen dat hij hóópt binnenkort een homoseksuele leraar in zijn ”team” te kunnen opnemen. Een behoudender collega die zei de grens te trekken bij een praktizerende homoseksuele leraar, kreeg van hem de wind van voren. Op de EO!

In de diverse fundamentalistische enclaves zal de soep vast niet zo heet gegeten worden als zij wordt opgediend. Het gaat om het principe. Waar met overheidsgeld onderwijs wordt gegeven moet bekrompenheid natuurlijk geweerd worden.

Verzekeringsmaatschappijen, gaan die eigenlijk met overheidsgeld? Ik dacht van niet, maar volgens de ombudsvrouwen behoort die nu te worden verboden verschillende premies te heffen voor levensverzekeringen en dergelijke voor mannen (die gemiddeld vierenzeventig worden) en vrouwen (die gemeenlijk de tachtig halen). Ongetwijfeld zullen de verzekeraars, als het zover komt, daar met gemak een winstgevend mouwtje aan weten te passen - maar begint dit niet iets schimmigs te krijgen? Komt er een verbod op het hanteren van statistische gegevens?

Als we zo beginnen wordt de gesegregeerde kapsalon een dubieuze zaak. Een kapsalon is niet iets wezenlijk anders dan een verzekeringsmaatschappij. Waarschijnlijk is de oplossing een clausule dat je iets wat je niet kunt (zoals een permanent in iemands haar doen) ook niet hoeft. Dat zou dan ook de redding zijn voor de vrouwenartsen en de urologen of hoe dat voor mannen heet, die immers ook stelselmatig discrimineren. Maar als een man nu van het ziekenfonds een borstprothese wil?

Het huwelijk tussen personen van gelijke kunne kan nu niemand meer tegenhouden. Misschien wordt dat het eind van het huwelijk zoals wij dat kennen. Dat moet dan maar. Het is toch altijd een beetje raar geweest dat de overheid zich bemoeide met zoiets intens persoonlijks als de relatie tussen twee mensen.

Maar dat dat tot nu toe zo gebleven is bewijst wel hoe diep de ongelijkheidsconventies verankerd zijn. Kijk naar de hunkerende advertenties waarmee in de zaterdagse krant vele mannen vrouwen zoeken, en nog meer vrouwen mannen. Ze willen niet zomaar iemand van het andere geslacht: nee, behalve de prietpraat over drukke banen en open haarden, ac. niv. en kameraadschap is er altijd het verlangen naar de aloude rolverdeling. Mannen moeten steevast langer zijn dan vrouwen, liefst hoger opgeleid en ook ouder (vooral dat laatste heeft om diverse redenen, waaronder statistische, iets geks. Ik denk dat vrouwen steeds vaker om jongere mannen zullen gaan vragen). Niemand zegt dat het onwrikbare eisen zijn, stel je voor. Maar ja, als je al zoiets engs doet als contactadverteren, is het natuurlijk wel fijn als de opgeroepen vreemdeling voldoet aan een paar vertrouwde basiseisen.

Schimmig is het woord. Terwijl aan de onderkant alles woelt om de kleine, maar o, zo belangrijke verschillen tussen de seksen, om conventies en geborgenheid, wordt aan de bovenkant gepuzzeld en geploeterd om de verschillen zo onzichtbaar mogelijk te maken. De afspraak is dat we doen alsof we het niet zien, wie zich optut en wie niet, wie strijkt en wie de auto wast, wie zijn baan opzegt als ze kinderen krijgt, wie wie over het slootje helpt, wie fluit en wie zingt. Ogen dicht, het is toeval. Het zijn kleine, strikt persoonlijke verschillen, ze zijn hopeloos stereotiep en de wet heeft er geen boodschap aan. Maar zij zijn wel het echte leven. En daar is niets, helemaal niets aan te doen.

Al kreeg je voortaan op straat een bekeuring als je ”dag mevrouw” zei tegen iets wat een mevrouw lijkt - maar dat natuurlijk helemaal niet hoeft te zijn.