Meerderheid Tweede Kamer tegen plan voor financiering voortgezet onderwijs; CDA: Wallage straft kleine scholen

DEN HAAG, 11 FEBR. Het CDA is tegen de plannen van staatssecretaris Wallage om de financiering van het voortgezet onderwijs te stroomlijnen. Hiermee dreigt Wallage een belangrijk middel te verliezen om scholen te stimuleren te fuseren. Volgens de CDA-fractie in de Tweede Kamer komen Wallage's plannen neer op “min of meer fusiedwang”. De kritiek wordt gedeeld door de VVD, zodat Wallage zich geconfronteerd ziet met een Kamermeerderheid. Dit bleek gisteren tijdens een mondeling overleg in de Tweede Kamer.

Wallage is er op gebrand om zijn nieuwe stelsel zo snel mogelijk - liefst al in het komend schooljaar - in te voeren, omdat hij vreest dat de fusiegolf in het onderwijs anders zal afvlakken. Volgens het huidige financieringsstelsel gaan scholen die fuseren er in personeelssterkte op achteruit. Dit jaar is ongeveer een derde van de scholen in het voortgezet onderwijs betrokken bij een fusie-operatie, en veel deelnemende scholen rekenen daarbij op een herziening van de formatieberekening.

De belangrijkste verandering die Wallage voorstelt houdt in dat het nadeel dat grote scholen nu hebben ten opzichte van kleinere scholen wordt weggenomen, in het jargon: "linearisering'. Maar volgens het CDA-Kamerlid Hermes schiet Wallage hierin te ver door: “Kleine scholen worden gestraft, grote scholen worden zeer bevoordeeld. Maar extra financiering van de ene school mag niet ten koste gaan van andere scholen” aldus Hermes. Volgens Wallage is dat echter onvermijdelijk.

De huidige berekeningswijze is zeer ingewikkeld doordat met een groot aantal factoren rekening wordt gehouden. Bij sommige omvangrijke schoolfusies is het daardoor vrijwel onmogelijk om van te voren te voorspellen op hoeveel personeel de nieuwe school recht zal hebben. Verder kan door de vele wegingsfactoren een verschil van een paar leerlingen soms grote verschillen in het personeelsbestand tot gevolg hebben. De vele factoren uit het berekeningsysteem worden in Wallage's voorstel vervangen door het principe van één leraar op een aantal leerlingen aangevuld met een basisbedrag. De precieze verhoudingen verschillen per schoolsoort.

Door de overgang van het ene systeem naar het andere zullen de kleinere scholen er op achteruit gaan, omdat ze een groot deel van het aanvankelijke voordeel verliezen. Uit cijfers van het ministerie blijkt dat dit voor sommige scholen een achteruitgang in de financiering betekent van meer dan tien procent. Andere scholen gaan er ruim zestien procent op vooruit. Om die effecten te verzachten wil Wallage invoering van zijn nieuwe stelsel over drie jaar uitsmeren. VVD-Kamerlid Ginjaar typeerde dit als “zeggen tegen kleine scholen: we zullen je zo pijnloos mogelijk ophangen, maar hangen zal je”.

Het CDA wil dat de maatregel een jaar wordt uitgesteld zodat betere alternatieven kunnen worden bedacht. Wallage verzet zich daartegen en heeft aangekondigd al over een paar weken met een gewijzigd voorstel te komen, waarbij hij echter het principe van zijn nieuwe stelsel niet wil veranderen. De kans dat het CDA dan wel akkoord zal gaan is niet erg groot, zo bleek uit de woorden van Hermes.