KAREL GOEYVAERTS 1923 - 1993; De eerste seriëlist

Stockhausen, Boulez en Nono zijn bekend geworden als de illustere componisten die in de jaren vijftig de grensgebieden verkenden van de moderne seriële muziek. Maar tot de pioniers van het eerste uur behoorden de Belgen Karel Goeyvaerts, Henri Pousseur en Herman van San, ten onrechte door eerstgenoemd drietal geheel overschaduwd. De verleden week woensdag in Antwerpen op 69-jarige leeftijd overleden Goeyvaerts speelde een hoofdrol, zowel in de ontwikkeling van de totale serialiteit met zijn voorgevormde modellen voor alle afzonderlijke parameters in de muziek, als op het terrein van de (pre-)elektronische muziek.

Pousseur (1929) ontwikkelde vooral de theorie en had veel invloed met zijn opera Votre Faust, waarin het publiek kon ingrijpen in de handeling. Van San (1929-1975) gaf het pionierschap op en liet per testament zijn experimenten, waarin hij zelfs vooruitliep op Xenakis, geheel vernietigen.

Karel Goeyvaerts, in 1923 geboren in Antwerpen, studeerde op het plaatselijke conservatorium waar toen zelfs Bartók als te modern werd afgewezen, en vervolgde zijn studies in Parijs bij Milhaud, Messiaen en Martenot. De Sonate pour deux Pianos opus 1 uit 1951 werd legendarisch als de eerste seriële compositie in de punctuele fase, met losstaande noten omringd door rusten gelijk flonkerende sterren in een heldere nacht.

In een zelfportret uit 1988 herinnerde de componist zich hoe hij de ideeën over het punt zero in de muziek uitwisselde met Pousseur, toen in militaire dienst in Mechelen: “Af en toe kwam hij naar mij toe in Antwerpen, maar meer nog zocht ik hem per motor op in Mechelen. Wij ontmoetten elkaar in een café aan de voet van de Sint-Romboutstoren. Wij spraken over de nieuwe uitzichten die de sinustoon scheen te bieden, waarbij Henri een witte Martini dronk.”

De begrippen wit, puur en zero waren in die opwindende begintijd zwaar beladen, getuige ook titels van Goeyvaerts' werken als Compositie Nummer Vijf met zuivere tonen, als vervolg op Compositie Nummer Vier met dode tonen, in de vorm van een verslag van een elektronisch muziekstuk, dat pas dertig jaar later in klank zou worden gerealiseerd. Dat de nauwelijks speelbare werken zelden of nooit tot klinken kwamen, deerde Goeyvaerts nauwelijks: het lag immers perfect vast op papier, dat was de hoofdzaak.

Goeyvaerts maakte Stockhausen enthousiast voor zijn ideeën en deze vertrok naar Parijs, waar hij Boulez ontmoette: zo kwam het allemaal op gang. Maar Goeyaerts was ook een van de eersten die zich van de serialiteit los maakte. En zijn verantwoording daarvan werd hem niet in dank afgenomen. “Ik kwam daar als een hond in een kegelspel, een hond die sissend werd weggejaagd”, zei hij in een interview in deze krant. Goeyvaerts werkte een tijd bij de Sabena en werd later programmamaker bij de BRT. In zijn componeren keerde hij terug in de minimalfase van de muziek, hij ontwikkelde meditatieve speurtochten, zoals een groots Aquariusproject: een symbiose van kunstdisciplines op astrologische basis.

Zijn meest intieme en misschien ook meest ontroerende compositie voor tien instrumenten kwam in de lente van 1992 tot klinken op het Brusselse festival Ars Musica “...Erst das Gesicht, dan die Hände und zuletzt erst das Haar” naar Bertold Brechts Ballade van het Verdronken Meisje. Al in 1975 liet Goeyvaerts zich inspireren door dit gegeven, waarin de haren van het meisje het symbool zijn voor het einde van onze materiële wereld.

Das Haar voert ons naar een inkervende ervaring uit het leven van de componist. 's Nachts lag Goeyvaerts op de intensive care-afdeling vanwege een hartinfarct en hoorde niets dan de zwakke geluiden van de apparatuur die hem met zin lichaam verbond: een merkwaardig welluidende wereld, schier onmerkbaar verbonden met zijn eigen hijgend haperende ademhaling. Angst drong door in zijn verzwakte bewustzijn, die echter geleidelijk plaats maakte voor een vaag perspectief van een te volgen afgebakende weg. Akkoorden doordringen de compositie - als weerslag van de omschreven ervaring - gelijk bliksemschichten, tot de conflicten zich oplossen in een bovennatuurlijke vrede.

Een persoonlijker getuigenismuziek is niet denkbaar. En dan te bedenken dat Goeyvaerts eens was begonnen met het componeren van het Opus 1 van de seriële muziek, de meest bovenpersoonlijke die er ooit is geschreven.