Italiaanse minister weg na aantijging over rol bij fraude

ROME, 11 FEBR. De Italiaanse minister van justitie, Claudio Martelli, is gistermiddag onverwachts afgetreden nadat de Milanese justitie hem heeft beschuldigd van betrokkenheid bij het frauduleuze bankroet van de Banco Ambroniano, in 1982.

De beschuldiging vloeit voort uit het onderzoek naar corruptie, maar Martelli is niet beschuldigd van corruptie. Hij wordt ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij een genummerde Zwitserse bankrekening waarop de Banco Ambrosiano in 1980 en 1981 steekpenningen voor de socialistische partij heeft gestort voor een totaal van zeven miljoen dollar. Martelli heeft gezegd dat hij nooit direct of indirect heeft geprofiteerd van die bankrekening.

De ineenstorting van de Banco Ambrosiano, in augustus 1982, is een van nooit volledig opgeheldere mysteries in Italië. De president van de bank, Roberto Calvi, had royaal geld gegeven aan politieke partijen en de vrijmetselaarsloge Propaganda Due. Calvi werd in juni 1982 hangend onder een brug in Londen gevonden. Velen betwijfelen dat Calvi zelfmoord heeft gepleegd.

Het aftreden van Martelli heeft tot grote politieke verwarring geleid. De lire stond op de wisselmarkten vanmorgen zwaar onder druk uit angst dat het kabinet-Amato zou vallen. Onder regie van president Scalfaro en met steun van de ex-communistische oppositie is een kabinetscrisis bezworen.

Martelli was kandidaat om de socialistische partijleider Bettino Craxi op te volgen, wiens positie wegens de corruptie-affaires onhoudbaar is geworden. Vanavond overlegt de partijraad daarover. Maar Martelli is ook uit de partij gestapt, omdat het klimaat daar “onverdraaglijk” is geworden.

Vertrouwelingen van Martelli zeggen dat deze de beschuldiging tegen hem beschouwt als een wraakactie van Craxi. De beschuldiging is gebaseerd op de verklaringen van Silvano Larini, een vriend van Craxi. Deze heeft zich na zeven maanden voortvluchtig te zijn geweest, zondag aangegeven bij de justitie. Na persberichten dat Larini zijn naam had genoemd, zocht Martelli gistermorgen contact met de Milanese justitie, om zijn versie te kunnen geven. Het antwoord was dat er een formele beschuldiging van betrokkenheid bij frauduleus bankroet aankwam. Daarop besloot Martelli af te treden.

Het vertrek van de minister is een tegenslag voor de strijd tegen de mafia. Martelli was de gangmaker achter het succesvolle offensief tegen de georganiseerde misdaad dat vorig jaar is ingezet na de bomaanslagen op mafiabestrijders Giovanni Falcone en Paolo Borsellino.