"Gedeeltelijk beroep' in strafzaken bepleit

ARNHEM, 11 FEBR. Een verdachte die door een rechtbank is veroordeeld, moet de mogelijkheid krijgen alleen tegen de opgelegde straf in beroep te gaan. Dit voorstel tot "gedeeltelijk appel' werd gisteren gedaan door de president van het gerechtshof in Arnhem, mr. J.E.B. van Julsingha tijdens de installatie van leden van het hof.

Volgens Van Julsingha zou de verdachte die van deze mogelijkheid gebruik maakt in hoger beroep geen zwaardere straf mogen worden opgelegd. Bij een gedeeltelijk appel hoeft de zaak niet meer volledig te worden behandeld, wat een aanzienlijke tijdsbesparing kan opleveren. “De appelrechter zou zich wel door lezing van het proces-verbaal een goede indruk moeten kunnen vormen van de ten laste gelegde feiten”, aldus Van Julsingha. Volgens de president zullen waarschijnlijk alleen bekennende verdachten van deze mogelijkheid gebruik maken. “Een gang naar de Hoge Raad zou in geval van een gedeeltelijk appel kunnen worden uitgesloten”, aldus Van Julsingha. Het systeem zou volgens de president “een nuttige werking kunnen hebben bij het streven om meer eenheid te brengen in de strafoplegging”.

Julsingha toonde zich tegenstander van een recent voorstel over civiel-appel van mr. J. Leijten, advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Leijten pleitte onlangs voor afschaffing van het hoger beroep in een kort geding. In hoger beroep zou het, aldus Leijten, om een snelle beslissing gaan en dan komt de uitspraak als mosterd na de maaltijd.

Volgens Van Julsingha heeft zijn ervaring als kort-gedingrechter hem juist overtuigd van het nut van appel in kort geding. “Het oordeel van een kort geding in eerste aanleg moet soms zeer gehaast tot stand komen en zonder dat de advocaten behoorlijk zicht hebben op de feiten en op het toepasselijk recht”, aldus Van Julsingha.