Duurdere energie

In de Verenigde Staten kun je nog steeds tanken voor zo'n veertig cent per liter. Overal zoeft de airconditioning en een colaatje bestaat vooral uit vergruisd ijs. Dat zou allemaal best eens kunnen veranderen als president Clinton zijn energiebeleid heeft bekendgemaakt. De nu nog lage prijs van energie is een gouden kans voor een president die niet alleen zuiniger met energie wil omgaan, maar die ook ambitieuze miljardenverslindende plannen heeft met de Amerikaanse infrastructuur. Duurdere energie remt het verbruik, waardoor minder schade aan het milieu wordt toegebracht. En de opbrengst van de heffing is een welkome ontvangstenbron voor de begroting die overigens al een tekort vertoont van 300 miljard dollar, ofwel vijf procent van het nationaal inkomen.

De gemiddelde Amerikaan verbruikt ongeveer 2,4 keer zoveel energie als de gemiddelde Europeaan. Het gemiddelde inkomen ligt er 1,3 keer zo hoog. Cijfers die bevestigen wat we al dachten: de Amerikaan leidt een energie-intensiever leven.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat een flinke prijsverhoging van energie daar gevoelig aankomt. Bij de eerste geruchten dat Clintons gedachten die kant op gaan werd al fel geprotesteerd door onder andere de auto-industrie en de transportsector.

Hoe zwaar een verhoging van de energieprijs de Amerikaanse economie treft, hangt af van de mate waarin hij wordt verhoogd. Bij een kleine prijsverhoging van benzine zal geen Amerikaan een mijl minder rijden. Is de verhoging wat forser, dan kunnen reacties haast niet uitblijven. Men zal minder autorijden en proberen uit te wijken naar goedkopere transportmogelijkheden. Maar wanneer alle energie duurder wordt gemaakt, zullen die uitwijkmogelijkheden zijn afgesneden. Dan blijft één ding over: men zal zich minder verplaatsen. Telewerken en telefonisch vergaderen worden populairder. De techniek van het virtuele beeld biedt hier mogelijkheden: je ontmoet elkaar levensecht driedimensionaal via het beeldscherm.

De ontwikkeling van energiezuiniger transportmiddelen krijgt een positieve impuls. De benzineslurpende sleeën van vroeger zijn al bijna uit het straatbeeld verdwenen, maar er kan nog heel wat gebeuren. Het onderzoek naar andere, niet-fossiele energiebronnen wordt nog krachtiger ter hand genomen. Kernenergie, zonne-energie, windenergie worden als substituut interessanter naarmate fossiele energie duurder wordt.

Ook voor de economie als geheel blijven de gevolgen niet uit. Het duurder maken van zo'n vitaal smeermiddel van de economie zal doorwerken in het algemeen prijsniveau. We hebben het al twee keer mogen meemaken toen het kartel van olieproducenten (Opec) in 1973 en in 1979 de prijs van ruwe olie sterk verhoogde.

Transportkosten gaan omhoog en die worden doorberekend in de prijzen van eindprodukten. In het algemeen koopt men minder van produkten die duurder zijn geworden. Langs die weg heeft een energieheffing een negatieve invloed op de bestedingen van de Amerikaanse burger. Op zo'n negatieve bestedingsimpuls zit een economie die net hortend en stotend op gang komt niet te wachten. Sommigen zijn bezorgd dat het herstel erdoor wordt vertraagd of zelfs gesmoord. Dat gebeurt ook zeker als de overheid die de heffing oplegt verder niets met het ontvangen geld zou doen. Maar daar hoeven we in dit geval echt niet bang voor te zijn. Clinton heeft voldoende ambitieuze plannen voor de Amerikaanse infrastructuur op de plank liggen. In die zin verschilt de situatie van '73 en '79, toen de koopkracht wegstroomde naar de oliesjeiks. Nu wordt het geld voor binnenlandse projecten gebruikt, wat een positieve bestedingsimpuls oplevert.

Uit een oogpunt van bestedingen is de energieheffing dus neutraal. Je zou nog kunnen zeggen dat een verbetering van de infrastructuur die niet door een belastingverhoging wordt betaald per saldo een positieve impuls geeft. Dan gebruik je publieke werken op de traditioneel Keynesiaanse manier om de economie te stimuleren. Maar de meeste mensen zijn het erover eens dat het huidige begrotingstekort van 5 procent van het nationaal inkomen omlaag moet en niet omhoog.

Een tax op fossiele energie levert geld op voor de Amerikaanse schatkist, zet aan tot zuiniger energiegebruik en stimuleert de ontwikkeling van minder milieubelastende niet-fossiele energiesoorten.