Duitsers niet voor hasj naar Nederland

ENSCHEDE, 11 FEBR. De liberalere politiek ten aanzien van soft-drugs in Nederland heeft geen invloed op het consumptiegedrag van de Duitsers in het grensgebied. Die conclusie staat in een deze week verschenen rapport van het Instituut voor Sociale Geneeskunde van de VU in Amsterdam en het Buro Epidemiologische Forschung in Berlijn. Het rapport werd gemaakt in opdracht van het Duits-Nederlandse samenwerkingsverband Euregio (waarvan Twente en de Achterhoek deel uitmaken) en is gesubsidieerd door zowel de Duitse als Nederlandse rijksoverheid. Er werd onderzocht of het tolerante Nederlandse beleid ten aanzien van hasj en marihuana invloed heeft op de acceptatie van het drugsgebruik onder Duitsers in het grensgebied en of Duitsers er door aangezet werden om vaker in Nederland drugs te gaan kopen. Daarvoor werden rond 2400 Duitse en Nederlandse scholieren en jong-volwassenen (tot 30 jaar) ondervraagd.

Het blijkt dat slechts zeer weinig Duitse jongeren in het buurland Nederland drugs kopen. Drie procent van hen deed ooit een poging in Nederland aan hasj of marihuana te komen. De meeste Duitsers die ooit cannabisprodukten gebruikt hebben, hebben deze gewoon in Duitsland gekocht. “De grotere beschikbaarheid van cannabisprodukten in Nederland is voor de werkelijke consumptie door jonge Duitsers dus maar bijzaak”, zo concluderen de onderzoekers.

Overigens is het gebruik van cannabisprodukten in beide landen voornamelijk aan een bepaalde levensfase gebonden, zo leert het onderzoek. Vooral vóór hun achttiende levensjaar gebruiken jongeren deze produkten. In beide landen worden door minder dan 5 procent van de jongeren soft-drugs gebruikt.

Het onderzoek had betrekking op meer dan alleen illegale drugs. Ook het drankgebruik en rookgedrag aan beide zijden van de grens werden onderzocht. Alcohol vormt in beide landen het meest gebruikte genotmiddel. De onderzoekers constateerden dat Nederlandse vrouwen minder drinken dan Duitse vrouwen. Duitsers geven ook vaker aan wel eens dronken te zijn dan Nederlanders.

Er zijn volgens de onderzoekers verder maar een paar factoren die als "typisch' Duits of Nederlands zijn aan te merken. “In trefwoorden geformuleerd is typisch Duits het drinken van grote hoeveelheden alcohol en het "dronken-zijn', waarvoor ook een grotere tolerantie blijkt te bestaan van de kant van de ouders. Typisch Nederlands is het experimentele, aan leeftijd gebonden gebruik van cannabisprodukten, waarvoor ook bij de Nederlandse ouders een groter begrip bestaat.”

Uit vergelijking van de gezinssituaties van de ondervraagde scholieren en jong-volwassenen blijkt nog dat Nederlandse jongeren vaker een goede verstandverhouding met hun vader en moeder zeggen te hebben dan Duitse jongeren. Nederlandse scholieren geven vaker gezinsleden op als gesprekspartner bij problemen, Duitse jongeren zoeken het vaker bij vriend of vriendin. Jonge Duitsers wonen daarentegen over het algemeen langer bij hun ouders dan jonge Nederlanders.